De website frieschdagblad.nl maakt gebruik van cookies.

dinsdag 24 oktober

Hoofdartikelmaandag, 11 april 2016

En toen kwam het volgende referendum
Premier Rutte en zijn ploeg hebben een kabinetsreactie op de uitslag van het referendum even opgeschort. Ze moeten goed nadenken over een passende reactie. Die heeft twee adressen. Het eerste is Europa. Wat moet Rutte zeggen tegen zijn collega’s? De uitslag kleiner maken dan die is lijkt uitgesloten. Beter is het dat Rutte zijn collega’s wijst op het Europa-brede wantrouwen jegens Brussel. Het populisme heeft in veel Europese landen dezelfde gelaatstrekken: woede over het verlies aan nationale bevoegdheden, regeldruk, zorgen over vreemdelingen en een mentaliteit van eigen volk eerst.
Wat moet Rutte zeggen tegen de nee-stemmers, de ja-stemmers en de niet-stemmers? Proberen iedere categorie een bevredigend antwoord geven lukt niet. De verschillen in opvattingen en gevoel zijn te groot. Het is voorspelbaar dat Rutte de uitslag en de achtergronden daarvan probeert op een hoger plan te tillen, om alles een beetje abstracter te maken. Bijvoorbeeld met een redenering die erop neer komt dat ja-stemmers, nee-stemmers en niet-stemmer 'eigenlijk’ hetzelfde willen. Rutte kennende zal hij dat gemeenschappelijke zoeken in termen van een gezonde economie voor de hardwerkende Nederlander. De bevolking is verdeeld over het scheppen van voorwaarden voor die economie, maar het doel is hetzelfde.
Intussen heeft de uitslag van het raadgevend referendum al geleid tot veel discussies. Ook bij de politiek. Is de drempel van 30 procent opkomst wel zo’n goed idee, bijvoorbeeld. Zo’n drempel leidt tot strategisch stemmen of tot niet stemmen. Voorstemmers kunnen met een kater zitten: als zij massaal waren thuis gebleven was het referendum ongeldig geweest en hadden ze bereikt wat ze wilden.
De uitslag heeft ook geleid tot curieuze standpunten. Bijvoorbeeld het 'principieel’ afwijzen van het referendum: ons land kent een vertegenwoordigende democratie. In zo’n systeem past niet het fenomeen van het referendum. Niet-stemmen is dan de enig juiste positie. Het curieuze van deze opvatting is dat het de gekozen vertegenwoordigers zijn geweest die het referendum hebben ingevoerd.
Bovendien is de redenering een uiting van onbegrip: het systeem van de vertegenwoordigende democratie kraakt aan alle kanten. De volksvertegenwoordigers zijn daar mede verantwoordelijk voor; veel burgers hebben allang genoeg van de politiek met haar spelletjes. Het referendum is een poging om op onderdelen 'het volk’ te betrekken bij politiek en bestuur. Maar het instrument heeft gefaald en een andere aanpak moet nog worden gevonden. Die zal over meer moeten gaan dan over het referendum.
De reactie van het kabinet op de uitslag heeft mogelijk een interessant politiek aspect. De VVD is fel tegen het referendum, maar de PvdA zag er heil in. Hoe langer het kabinet wacht met een reactie op de uitslag, hoe meer het politieke klimaat in Den Haag in het teken staat van de komende Tweede Kamer-verkiezingen, ook bij VVD en PvdA.
Tegelijkertijd is het volgende referendum op komst, over TTIP, het handelsverdrag van Europa met de Verenigde Staten. Alle kans dat ook dat referendum meer problemen oplevert dan dat het oplost.

Vertel een vriend | Reageer op dit artikel | Aantal reacties 0


Reacties:

hoofdartikel
Familieberichten
Advertenties