De website frieschdagblad.nl maakt gebruik van cookies.


dinsdag 17 oktober

Hoofdartikelvrijdag, 26 februari 2016

Wie weet wat over oorlogsslachtoffers?
De herdenking van de Februaristaking op 25 februari 1941 trekt nog steeds veel mensen. In een soort collectief bewustzijn is opgeslagen dat die staking van tram- en treinpersoneel, winkeliers en anderen tegen de Jodenvervolging een blijvende plaats verdient in het geheugen. De staking was het eerst en laatste massale protest tegen de bezetter. De staking werd uitgeroepen door vooral Amsterdamse communisten. Zij hadden gezien hoe de Duitsers op 22 en 23 februari 1941 wreed en willekeurig Joodse mannen oppakte, 427 in totaal. De razzia vond plaats in een tijd waarin Joden in Amsterdam steeds openlijker werden lastiggevallen, geďntimideerd en wreed behandeld.
De Duitse bezetter reageerde wreed op de staking, met arrestaties en doden. De aangekondigde tweede staking werd afgelast.
In binnen- en buitenland wordt nog steeds gesproken over de staking. De bekendheid heeft minstens twee kanten. De eerste is de woede, verontwaardiging en medemenselijkheid jegens de Joodse medeburgers. Een andere kant is het kennelijke onvermogen om de maatregelen van de bezetter te omzeilen of anderszins te verhinderen. Een oordeel daarover is bijzonder lastig. De simpele vraag 'wat zou jij doen?’zorgt voor een verlegen stilte. Tegelijkertijd: er zíjn mensen in actie gekomen.
Rabbijn Abraham Soetendorp vertelde deze week in Trouw hoe zijn vader de families van de meegevoerde Joden moest vertellen dat ze waren omgekomen in het kamp Mauthausen. Ferdinand aus der Fünten die verantwoordelijk was voor de deportatie van de Joden uit Nederland liet onder anderen Soetendorp beeldend zien hoe het de Joden zou vergaan. Hij sloeg op een kartonnen doos, waarna as uit de doos kwam. Dit is, aldus Aus der Fünten, wat ervan is overgebleven.
Of het werkelijk as was wat uit de doos kwam, weet Jacob Soetendorp niet; zijn vader heeft hem geen details verteld. De actie van Aus der Fünten had minstens een intimiderende bedoeling. En roept de vraag op of hij al wist van de massavernietiging van de Joden. Die begonnen in ieder geval in de zomer van 1941. In die maanden werden tienduizenden Russische Joden vermoord.
Een volgende vraag is wanneer de geallieerden wisten van de vernietiging. Het decoderen van geheime Duitse berichten in augustus 1941 leverde de kennis op dat in ieder geval 12.000 Russische Joden waren vermoord, in een maand tijd.
Een vraag die nog steeds velen bezighoudt is: waarom hebben geallieerden de kampen niet gebombardeerd, of, nog beter: waarom zijn de aanvoerlijnen via het spoor niet kapotgemaakt?
Dergelijke vragen hebben een historische achtergrond, maar vooral een morele. Die achtergrond krijgt perspectief naar het heden. Hoe wordt informatie beoordeeld en welke belangen spelen bij de beslissing wel dan niet in actie te komen?
Nederland is in oorlog. Leeuwarder vliegtuigen bombarderen in Irak en in Syrië. Wat weet de minister over de burgerslachtoffers van die bombardementen als 'bijkomende schade’?
Deze en andere vragen moeten onrustig maken. We moeten weten wie wát weet, wat die kennis inhoudt en welke belangen spelen.

Vertel een vriend | Reageer op dit artikel | Aantal reacties 0


Reacties:

hoofdartikel
Familieberichten
Advertenties