De website frieschdagblad.nl maakt gebruik van cookies.

maandag 11 december

Hoofdartikeldinsdag, 23 februari 2016

Geen Brits alleenrecht op eigenheid in EU
De Britse premier Cameron is er in geslaagd een nog grotere uitzonderingspositie voor Groot-BrittanniŽ binnen de Europese Unie te bedingen. Als het Britse volk zich in een referendum uitspreekt voor het akkoord dat Cameron vrijdag sloot met de andere EU-regeringsleiders, dan blijft Groot-BrittanniŽ lid van de EU.
Om het eurosceptische geluid in eigen land af te zwakken, heeft Cameron concessies afgedwongen. Londen mag de toegang voor EU-burgers tot het Britse sociale-zekerheidssysteem bemoeilijken. Ook zal het streven naar een 'alsmaar hechtere unie‚Äô niet langer op Groot-BrittanniŽ van toepassing zijn.
Met het akkoord onderscheidt Groot-BrittanniŽ zich nog meer van andere EU-lidstaten. Het heeft samen met Denemarken bedongen dat zij de Europese eenheidsmunt niet hoeven in te voeren, terwijl de 28 EU-landen verplicht zijn om de euro te gebruiken zodra het betreffende land aan de monetaire eisen voldoet. Groot-BrittanniŽ maakt ook geen deel uit van het paspoortvrije Schengengebied.
Op het eerste gezicht lijkt het er op dat de Britten buitenbeentjes zijn. Maar dat valt mee. Er is onderling een groot verschil tussen EU-lidstaten wat betreft Europese integratie. Niet alle lidstaten zijn aangesloten bij de economische en monetaire unie. De Schengenzone valt ook niet gelijk met de geografische grenzen van de EU. Er is zelfs sprake van dat er een mini-Schengen in het leven wordt geroepen van Noord-Europese landen. Door de vluchtelingencrisis is er binnen de Schengenzone ruzie tussen landen die de open binnengrenzen willen behouden en anderen die de grenzen willen dichtgooien.
Door de eurocrisis is er een steeds grotere kloof ontstaan tussen de negentien eurolanden en de niet-eurolanden. Om de eenheidsmunt overeind te houden werden de eurolanden gedwongen politiek en financieel nauwer samen te werken. Daarnaast zijn er grote verschillen tussen de landen die behoren tot de oprichters van de Europese Gemeenschap en de (meest Oost-Europese) nieuwkomers. Niet alleen wordt naar de laatsten minder serieus geluisterd, ze worden ook buitenproportioneel vaak door Brussel op de vingers getikt, bijvoorbeeld vanwege hun minder coŲperatieve opstelling in de vluchtelingencrisis. Er is ook een verschil tussen Noord en Zuid. Griekenland, dat afhankelijk is van fondsen en noodleningen uit Noord-Europa, staat zoín beetje onderaan in de Brusselse hiŽrachie. Ook Spanje, Portugal en ItaliŽ hebben minder status in Brussel dan Duitsland en Frankrijk, die de traditionele Frans-Duitse as vormen, de spil waarom alles draait in Europa.
Feitelijk bestaat er dus al lang een Europa van diverse snelheden. Dat geeft ook niet. Er is nu eenmaal altijd sprake van een kopgroep en achterblijvers die het tempo van integratie niet kunnen of willen bijhouden. Brussel is bang dat daardoor de EU uiteen dreigt te vallen. Die vrees is onterecht. De EU zal juist sterker worden als rekening wordt gehouden met de verschillen binnen Europa. Als lidstaten wordt toegestaan in eigen tempo en op eigen wijze een plaats te vinden binnen het Europese samenwerkingsverband, zal een keuze voor de EU vooral uit overtuiging plaatsvinden. En dat is meer waard dan afgedwongen solidariteit.

Vertel een vriend | Reageer op dit artikel | Aantal reacties 0


Reacties:

hoofdartikel
Familieberichten
Advertenties