De website frieschdagblad.nl maakt gebruik van cookies.

maandag 11 december

Geloof & Kerkzaterdag, 13 februari 2016

Veertigdagentijd en de beweging naar buiten
De dag van morgen is de eerste zondag in de veertigdagentijd (voorafgaand aan Pasen). Deze week werd Aswoensdag gevierd. Op deze dag krijgen gelovigen een kruisje van as op het voorhoofd getekend. De as is het teken van berouw, inkeer, gekoppeld aan vasten. De as wordt verkregen door het verbranden van palmtakjes die, vanouds, waren gebruikt op Palmpasen van het voorgaande jaar.
De praktijk van Aswoensdag is in de loop van de eeuwen veranderd. Er was een periode waarin gelovigen die tot een kerkelijke boete waren veroordeeld verplicht werden om, gehuld in een zak, as over het hoofd te strooien. In later tijden waren het niet alleen veroordeelde zondaars die het asritueel ondergingen maar moest iedere gelovige aan het het ritueel deelnemen. De gedachte was dat iedereen schuldig staat tegenover God en mensen.
In onze tijd is de praktijk van Aswoensdag minder formeel - het vasten zoals dat werd voorgeschreven, wordt lang niet door iedereen gedaan. De gedachte van het as-kruisje is tot over de grens van de Rooms-Katholieke Kerk gegroeid: ook protestanten laten zich een kruisje optekenen. Hiermee wordt uitdrukking gegeven aan het beleven van een bijzondere periode: de lijdenstijd van Jezus, voor Pasen.
Het as-kruisje heeft zo een ´verwaaierde´ betekenis gekregen; inkeer en bezinning op het eigen leven, in het bewustzijn van het falen, zonder verdere rituelen of gedragingen, en met de intentie om het goede te doen. Vanouds is de periode verbonden met het oefenen van deugden. Bijvoorbeeld het doen van liefdewerken of het oefenen in vroomheid.
De eerste zondag van de veertigdagentijd is innerlijk verbonden met wat uitgedrukt wordt met de praktijk van het askruisje. Morgen is het zondag Invocabit: 'Roept Hij mij aan´ naar psalm 91:15. In deze psalm gaat het over de Heer als toevlucht in tijden van nood, met als beginzin: 'Wie in de beschutting van de Allerhoogste woont, en overnacht in de schaduw van de Ontzagwekkende, zegt tegen de Heer: mijn toevlucht, mijn vesting, mijn God, op U vertrouw ik.
Morgen wordt ook het verhaal uit Mattheus gelezen waarin wordt verteld hoe Jezus veertig dagen en nachten in de woestijn vertoefde en hoe Hij door de satan op de proef werd gesteld.
Aswoensdag, psalm 91 en het Bijbelverhaal over de verleiding passen bij elkaar. Tot de bezinning op het eigen leven behoort het bewustzijn van dingen niet goed te doen. Bijvoorbeeld na het bezwijken voor verleidingen. Precies daarom geldt het voorschrift van de beoefening van deugden. Die helpt mensen om de verleiding te weerstaan - een deugd is immers een geneigdheid om goede dingen te doen. Boven dit alles staat het vertrouwen in de Heer, in psalm 91: degene die bij Hem schuilt, krijgt wel te maken met verleidingen en met bedreigingen maar is onkwetsbaar. De engelen zullen over hem waken; hun handen dragen hem.
De veertigdagentijd begint met een beweging naar binnen: inkeer en berouw. Die scheppen een klaarte om in te zien waar de verleidingen liggen en hoe die te weerstaan. Het vertrouwen op de Heer geeft de beweging van binnen naar buiten: onbevreesd kan de mens in de wereld staan en het goede doen.

Vertel een vriend | Reageer op dit artikel | Aantal reacties 0


Reacties:

Geloof & Kerk
Familieberichten
Advertenties