De website frieschdagblad.nl maakt gebruik van cookies.

vrijdag 15 december

Hoofdartikeldonderdag, 21 januari 2016

Wie kan het leed van de wereld aanzien?
Rampen zijn van alle tijden. Een verschil met die 'alle tijden’ is dat de wereld nu op de hoogte is van de meeste rampen. Media, waaronder sociale media, brengen het nieuws over natuurrampen of over wreedheden van militante groepen. De kennis van heel veel ellende in de wereld maakt niet bepaald gelukkig. De verhalen over, om maar iets te noemen, de honger in de Syrische stad Madaya, wekken deernis op.
Het weten dat alleen al in die ene stad zo’n tweehonderdduizend mensen hongeren en/of verhongeren, maakt indruk. Een gevoel mededogen gaat gepaard met de prangende vraag: wat kunnen we er aan doen? Die vraag wordt des te klemmender als we beseffen dat het lot van de inwoners van Madaya staat voor het lot van vele miljoenen mensen die om verschillende redenen en achtergronden een leven lijden dat die naam nauwelijks nog mag hebben. De brute wreedheden, de honger, de emotionele schade, de last van trauma’s over generaties heen, het is alles te veel om te bevatten.
Dat is mede de reden dat mensen zich afsluiten van al het leed-nieuws: niemand kan het leed van de wereld aan.
Hoe begrijpelijk de houding van afgeslotenheid ook is, die houding is op den duur niet houdbaar. Wie murw is voor de ellende van de wereld kan gemakkelijk verzinken in gevoelloosheid voor wat er in de wereld gebeurt.
Die houding kan leiden tot een zekere vorm van ontmenselijking. De mens is een relationeel wezen, gericht op anderen, levend met anderen; de ander dienend en met de ander de vreugde beleven. Dat laatste is moeilijk te bedenken in het aangezicht van de ellende. Maar toch is het juist de vreugde die mensen in vreselijke omstandigheden het gevoel geeft mens te zijn. Vanuit bijna alle situaties van groot leed zijn er getuigenissen van de vreugde van het samenzijn: een klein gebaar van begrip, steun, bemoediging of troost.
Als slachtoffers van vreselijke dingen het kunnen opbrengen om óók een medemens te zijn, hoe zouden mensen die in onvergelijkbaar betere omstandigheden leven, dan níet laten merken mens te zijn tussen andere mensen? Ook als die anderen naamloos zijn en van wie we alleen weten dat ze bestaan.
Het besef medemens te zijn in een wereld met veel leed, kan leiden tot het opstaan tegen het leed. Dat kan op allerlei manieren: dichtbij, in vrijwilligerswerk voor getraumatiseerde vluchtelingen, meedoen aan financiële acties, actief betrokken zijn bij de politiek, het bedenken en/of stimuleren van activiteiten die leiden tot bewustzijn bij mensen over wat er gebeurt en gedaan kan worden.
Christenen hebben het 'wapen’ van het gebed: het opdragen van slachtoffers en daders. De betekenis van het gebed als daad blijkt in, bijvoorbeeld, verhalen van mensen die weten dat er voor hen gebeden wordt. Dat besef en het geloof in de werking verheft mensen uit hun situatie en kan leiden tot een onwaarschijnlijke draagkracht en een bijna niet te vatten moed.
Het gebed heeft ook een werking andersom: wie bidt voor de ander, kan een ervaring van verlichting krijgen - het leed kan worden weggedragen zonder betrokkenheid te verliezen.

Vertel een vriend | Reageer op dit artikel | Aantal reacties 0


Reacties:

hoofdartikel
Familieberichten
Advertenties