De website frieschdagblad.nl maakt gebruik van cookies.


dinsdag 17 oktober

Regiowoensdag, 24 juni 2015

Oudfries was al rond 1100 een schrijftaal
Lesa mi, helpe mi, (verlos mij, help mij) staat er onder een fragment uit de Latijnse versie van Psalm 7, vers 3. Op de achterzijde staan de woorden herte ande lenden god (letterlijk: harten en nieren God), afkomstig uit het tiende vers. Acht woorden maar, op twee stukken perkament uit een Belgische privécollectie, waarvan de herkomst niet vastgesteld kan worden. Toch is deze ontdekking van de Amsterdamse Oudgermaniste Erika Langbroek zo spectaculair dat de geschiedenis van de Friese taal erdoor herschreven wordt.
Uit de vorm van het schrift blijkt dat de Latijnse psalm rond 1100 is opgeschreven. Dat er een Oudfriese vertaling onder staat in een iets ander handschrift, wijst erop dat degene die dat heeft gedaan het Latijn nog aan het leren was. Dit soort aantekeningen bij een tekst worden wel glossen genoemd. Het stuk Oudfries dat tot nu toe als het oudste gold, bestaat ook uit glossen bij een Latijnse psalm, maar dan omstreeks 1200.
Onderzoeker Han Nijdam van de Fryske Akademy benadrukt het belang van deze vondst. Het is niet simpelweg bewijs dat een eeuw eerder ook al Oudfries bestond, want daarover zijn de deskundigen het wel eens. Veel belangrijker is dat hiermee het Oudfries als schrijftaal al rond 1100 blijkt te bestaan. ,,Het is ook keurig Oudfries, dat niet de indruk wekt dat hier voor het eerst even iets werd geprobeerd. Het is precies het archaïsche soort Oudfries dat we ook in de oudst bekende teksten terugzien."
In het boek Hir es eskriven over de verschriftelijking van het Fries in de dertiende eeuw gaat de Leidse hoogleraar Rolf Bremmer er nog vanuit dat het de kloosters waren die het schrift in de Friese landen introduceerden. De vroegste kloosters vestigden zich hier pas in de loop van de twaalfde eeuw. Voor 1200 zou er dus geen Oudfriese schriftelijke traditie bestaan.
Dit fragment zet dat beeld op zijn kop, aldus Nijdam. ,,En dat past ook heel mooi bij andere aanwijzingen die we hebben voor een oudere schrijfcultuur in het Oudfries. Zo staat er in de tekst van de beroemde Oudfriese wetstekst Zeventien keuren verschillende malen iets dat verwijst naar een elfde-eeuwse situatie. Dat deed ons al vermoeden dat er al eerder Oudfries op schrift werd gesteld."
Waar de leerling zijn lessen Latijn ooit volgde, is lastig te bepalen. In opkomende steden als Stavoren en Leeuwarden zaten geestelijken in zogeheten kapittels rond belangrijke kerken die konden lezen en schrijven en wellicht ook onderwijs gaven. Maar ook het Oost-Friese klooster Reepsholt is een kandidaat. Dat het Oudfries nu opduikt in de vorm van kleine stukjes perkament, komt doordat het oorspronkelijke handschrift uit elkaar is gehaald en versneden. De reepjes perkament hebben gediend als 'ruitertjes', een soort bladwijzers aan de rand van een pagina.

Vertel een vriend | Reageer op dit artikel | Aantal reacties 0


Reacties:

regio
Familieberichten
Advertenties