De website frieschdagblad.nl maakt gebruik van cookies.
vrijdag 20 april

Hoofdartikeldinsdag, 2 juni 2015

EU en Turkije op elkaar uitgekeken
Zondag gaan de Turken naar de stembus. De uitslag staat zo goed als vast: de AK-partij van president Recep Rayyip Erdogan krijgt de meeste stemmen. Er is feitelijk geen alternatief voor de islamitisch-conservatieve AKP die de Turken voorspoed heeft gebracht en het land als regionale grootmacht op de kaart heeft gezet.
Europa heeft er nog altijd moeite mee de relatie met Turkije vorm te geven. Het land is al jaren kandidaat-lidstaat van de Europese Unie, maar de vraag is niet langer wanneer Turkije lid wordt, maar of het nog wel lid wil worden. Toen Erdogan twaalf jaar geleden aan de macht kwam, had hij de toetreding van Turkije tot de EU nog bovenaan zijn prioriteitenlijstje staan. Maar nu lijkt hij daar steeds minder voor te voelen.
Europa heeft lang gedacht dat de moderniseringen die Erdogan als premier doorvoerde bedoeld waren om het land rijp te maken voor toetreding tot de EU. Hij heeft de invloed van het leger en de seculiere elite langzamerhand steeds verder teruggedrongen. De hoop dat westerse, democratische en niet-confessionele waarden daarmee de overhand zouden krijgen, werd niet bewaarheid. Erdogan heeft de strikte scheiding tussen kerk en staat op de helling gezet en een nationalistisch-islamitisch beleid doorgevoerd. De persvrijheid werd ingeperkt en betogers tegen zijn bewind werden hard aangepakt. In de buitenlandse politiek presenteerde Erdogan zijn land als een assertieve, zelfbewuste natie. Deze politiek, die als 'neo-ottomaans' wordt bestempeld, heeft als doel de invloed van Turkije in het voormalig Ottomaanse rijk te herstellen.
Op Europa leverde Erdogan scherpe kritiek. Hij sprak zich uit tegen de 'assimilatie' van Turkse allochtonen en veroordeelde onlangs nog in scherpe bewoordingen het 'onmenselijke' vluchtelingenbeleid van Europa. De autoritaire regeerstijl en de gespierde taal van Erdogan vallen niet goed in het buitenland. Met veel van zijn Arabische buren verkeert Turkije op voet van ruzie. Ook met Europa zijn de relaties drastisch bekoeld.
Voor Erdogan is het EU-lidmaatschap waarschijnlijk al een gepasseerd station. Net als Rusland wil hij dat zijn land een zelfstandige entiteit wordt waar anderen geducht rekening mee moeten houden. In de Europese Unie is het enthousiasme voor het Turkse lidmaatschap zo goed als verdwenen. Turkije, op het kruispunt van culturen, werd lang als onmisbare brug tussen de continenten beschouwd. Voor de relaties met de Arabische wereld zou Turkije van cruciale betekenis zijn. Maar van het huidige Turkije dat wordt gewantrouwd door zijn buren en dat in de buitenlandse politiek vaak de confrontatie zoekt, hoeft geen bemiddelende rol te worden verwacht.
Dat Turkije niet langer voor het EU-lidmaatschap voelt, mag Brussel zichzelf ook aantrekken. Turkije is jaren aan het lijntje gehouden; mede daardoor vatte in Ankara de gedachte post dat de kosten van de door de EU geŽiste hervormingen niet opwegen tegen de baten van het lidmaatschap. Ook de weinig daadkrachtige aanpak van de eurocrisis heeft de wervingskracht van de EU geen goed gedaan.
Europa en Turkije nemen steeds meer afstand van elkaar. De indruk is niet dat een van beide partijen daar rouwig om is.

Vertel een vriend | Reageer op dit artikel | Aantal reacties 0


Reacties:

hoofdartikel
Familieberichten
Advertenties