De website frieschdagblad.nl maakt gebruik van cookies.
woensdag 22 november

Hoofdartikelwoensdag, 22 april 2015

De 'Armeense kwestie' en de koopman
Wat in Nederland 'de Armeense kwestie' heet, wordt vanaf aanstaande vrijdag in Duitsland een voorbeeld van 'genocide' genoemd. Duitsland heeft daarmee een belangrijke stap gezet, tegen de zin van Turkije. De regering in Ankara ontkent al decennialang de systematische moord op ArmeniŽrs, dezer dagen honderd jaar geleden. Tot nu toe heeft Duitsland zich onthouden van het oordeel 'genocide' , om de verhoudingen met Turkije niet te zwaar te belasten. De achtergrond daarvan zijn de handelsbelangen die Duitsland heeft met Turkije: Duitsland is de belangrijkste handelspartner.
De Duitse beslissing komt voort uit een initiatief in het Duitse parlement. De regering wilde aanvankelijk niet dat de 'Armeense kwestie' als genocide wordt bestempeld, maar Merkel heeft aangekondigd toch het initiatief over te nemen. Ook in Nederland gaan stemmen op om voortaan over genocide te spreken, met name in kringen van ChristenUnie, SGP en SP. Het CU-Kamerlid JoŽl Voordwind noemt het vermijden van het begrip genocide een klap in het gezicht van de ArmeniŽrs. De Kamer nam onlangs een motie aan waarin de Turkse regering wordt opgeroepen de toenadering tot ArmeniŽ een impuls te geven. Dat Nederland nog steeds niet spreekt over genocide hangt samen met de voorziene schade aan de diplomatieke betrekkingen met Turkije. Ook is er de angst dat de handel tussen Nederland en Turkije schade zal lijden.
De paus sprak vorige maand over genocide door Turkije, onmiddellijk gevolgd door een diplomatieke rel: de Turkse ambassadeur bij het Vaticaan werd teruggeroepen en de Vaticaanse ambassadeur in Turkije moest op het matje komen. Het is te verwachten dat Turkije woedend zal reageren op de Duitse beslissing. De verhouding tussen Duitsland en Turkije is al tamelijk zwaar belast. In Duitsland wonen enkele miljoenen Turken. Al enkele malen riep de Turkse president Erdogan de Turken in Duitsland op om vooral hun Turkse identiteit te bewaren en om de verleiding te weerstaan om te assimileren in de Duitse samenleving.
In 1905 richtte het toenmalige Ottomaanse Rijk een bloedbad aan onder de christelijk ArmeniŽrs. Die woonden vooral in de oostelijke provincies van het rijk van de sultan. Vele honderdduizenden - sommigen spreken van meer dan een miljoen - ArmeniŽrs werden omgebracht. Turkije ontkent weliswaar niet de dood van zo veel ArmeniŽrs, maar weigert categorisch om van genocide te spreken. Dat hangt samen met te verwachten claims van Armeense christenen; genocide is een internationaal erkende rechtsgrond voor het eisen van schadevergoeding.
Volgens Turkije zijn ArmeniŽrs slachtoffer geworden van de oorlog tussen Rusland en het Ottomaanse Rijk; van systematisch uitmoorden zou geen sprake zijn geweest.
Ondanks verzoeken uit de Kamer gaat het kabinet niet naar de herdenkingen van de genocide; het sturen van hoge ambtenaren is 'voldoende.' De angst voor Turkse (handels)maatregelen is vooralsnog sterker dan het morele besef dat aan de ongeveer 15.000 ArmeniŽrs in ons land recht moet worden gedaan; de koopman wint het vooralsnog van de dominee.

Vertel een vriend | Reageer op dit artikel | Aantal reacties 0


Reacties:

hoofdartikel
Familieberichten
Advertenties