De website frieschdagblad.nl maakt gebruik van cookies.
woensdag 22 november

Cultuurwoensdag, 22 april 2015

Martin Tissings zoektocht naar zen
Ondanks zijn heldere kleurgebruik is Martin Tissing (1936, Groningen) een ingetogen schilder, die zijn onderwerpen aftastend schildert. Hij begint met een keuze uit vele schetsen waarvan de vorm voldoende aanknopingspunten geeft om er een schilderij van te maken. De aanleiding ligt bij een fascinatie voor een gedachtegoed, momenteel is dat het zenboeddhisme, maar vaker nog bij het mysterie van het leven zelf.
Laag over laag worden de schilderijen alsmaar rijker van kleur en ongrijpbaarder in vorm en textuur. Het gewicht aan verf is er op het eerste gezicht - door Tissings lichtvoetige wijze van schilderen - niet aan af te zien. Toch schijnt een schilderij van bescheiden afmetingen soms rond de vijf kilo te wegen. Sommige schilderijen worden in de loop van de jaren telkens weer opgepakt en verder verdiept. Het resultaat is vaak een optelsom van jarenlang zoeken. Martin Tissing noemt zichzelf dan ook een extreem trage schilder, soms tot zijn eigen verdriet. Dat neemt niet weg dat hij een flinke invloed heeft uitgeoefend op vele kunstenaars die in het Noorden werkzaam zijn of lessen bij hem hebben gevolgd aan Academie Minerva. Martin Tissing is als het ware verankerd in de stad Groningen en heeft vanuit dit ijkpunt decennialang zijn licht laten stralen.
De Ploeg
Zijn contacten met schilders van De Ploeg en aanverwanten zoals Jan Jordens, Jan van der Zee maar ook Job Hansen, maken hem tot een kunstenaar die op natuurlijke wijze de traditie van het noordelijke expressionisme voortzet. Hendrik Nicolaas Werkman was voor hem een voorbeeld van hoe rijk en fris kunst kon zijn die door vakmanschap, experiment en een open geest wordt gevoed. Kunstenaars als Jaap Nanninga (1904, Winschoten) en Roger Bissière (1886, Lot-et-Garonne), beiden vertegenwoordigers van de tweede generatie abstracte schilders, maakten diepe indruk op hem en dreven hem tot een persoonlijke kennismaking.
Er gaat iets liefdevols en opgeruimds van Tissings werk uit en hij lijkt het schilderen met een kinderlijke verwondering te ondernemen. Met zijn fijnzinnige benadering creëert hij een eigen universum dat naast levenslust, de stilte van het mysterie uitdraagt. Hij verlangt ernaar de diepte in te gaan. Daarom komt het zenboeddhisme in zijn huidige werk zo prominent naar voren in woord en beeld. Hij kijkt in de diepte, het onbevattelijke. De rechthoekige staande figuur met bovenaan het wapperende driehoekje staat voor hemzelf. In feite zijn al zijn schilderijen een soort zelfportretten.
Wolkachtige vormen
Gjalt Blaauw (1945, Grou) maakte twee wolkachtige vormen van Cortenstaal die nu in de voortuin van de galerie prijken. Hoog en opengewerkt torenen ze als een beweeglijke vorm boven de bezoeker uit. Ergens lijken het tekeningen in de ruimte, want de vorm is op een tweedimensionale wijze benaderd. Kenmerkend zijn ook het speelse spel van evenwicht en vorm, en de lichtheid - terwijl stalen beelden juist vaak geassocieerd worden met zwaarte.
Cees Andriessen (1940, Wageningen) is een volledig abstract werkende graficus en tekenaar. De werken krijgen net als bij Gjalt Blaauw geen titel. Zo liggen de afwisselend gevoelige en strakke lijnen die een middelpunt vermijdend verloop hebben, als raadselachtige tekens op het maagdelijke wit van het papier. Er is voor hem een direct verband tussen zijn werk en andere kunstuitingen als muziek, literatuur en poëzie.
De expositie met werk van Martin Tissing , Cees Andriessen en Gjalt Blaauwis tot en met 17 mei te zien bij galerie Hoogenbosch in Gorredijk

Vertel een vriend | Reageer op dit artikel | Aantal reacties 0


Reacties:

cultuur
Familieberichten
Advertenties