De website frieschdagblad.nl maakt gebruik van cookies.
donderdag 22 juni

Hoofdartikelvrijdag, 10 januari 2014

Nee tegen toetscultus breekt eindelijk door
Het heeft lang geduurd - enkele tientallen jaren - maar eindelijk is er een doorbraak: het verzet tegen de vertoetsing van het (basis)onderwijs wordt steeds algemener en de weerzin tegen bijvoorbeeld de Cito-toets wordt steeds meer omgezet in verzet. Tot voor kort moesten tegenstanders van de doorgeslagen toetscultuur zich verantwoorden; nu moeten de voorstanders van de toetstoestanden dat.
De argumenten tegen de doorgeslagen toetscultuur zijn bekend: toetsen van (jonge) kinderen heeft geen zin, de uitslag geeft een kind een stempel, het onderwijsleerprogramma wordt afgestemd op de toetsstof, kinderen en hun ouders raken door de toetscultuur in de stress en kinderen worden getraind op het maken van toetsen in plaats van echt te leren.
Achter de toetsmanie zitten verschillende motieven. Een belangrijke omstandigheid is de controledrift van de overheid. Die wil zich wapenen tegen politieke commotie rondom kwaliteit van onderwijs en grijpt daarom naar het wapen van de toets. De uitslagen per school geven inzicht in de prestaties (volgens criteria van de toets).
Dat inzicht wordt gebruikt om scholen beter te laten presteren. Enerzijds via de methode van ‘marktwerking’ die voor scholen een perverse werking heeft en anderzijds door scholen te dreigen met kortingen op de bekostiging of zelfs het staken van de bekostiging.
Achtereenvolgende regeringen hebben het onderwijs van karakter doen veranderen: van instituut voor vorming en onderwijs tot opleidingsinstituut voor de arbeidsmarkt. Onder minister-president Lubbers is het begonnen: onderwijs is de belangrijkste factor voor het herstel van de economie. Sindsdien is onderwijs een ‘marktpartij’ en heeft het rendementsdenken over de school zijn intrede gedaan en is de school een bedrijf geworden. Toetsen zijn in dat denken hulpmiddelen die meer dienstig zijn aan controle, toezicht en oppervlakkig rendementsdenken dan aan vorming en opleiding van kinderen.
Nederland heeft op dit terrein veel invloed ondergaan van onder meer de Verenigde Staten. In sommige staten is het bedrijfsmatig denken tot op groteske hoogte gegroeid. Wat te denken van bijvoorbeeld scholen onder te verdelen in A- tot en met F-status. Of van de wet waarin de rating - de plaats in de rangorde - van de leerkracht voor 20 procent afhankelijk is van de output, het rendement, bij de leerlingen, gemeten via de uitslagen van de toetsen.
De nieuwe burgemeester van New York, Bill de Blasio, heeft aangekondigd de toetscultuur van het onderwijs flink op de schop te nemen. Onderdeel van die actie is het afschaffen van de rangordes tussen scholen en de betekenis van gestandaardiseerde toetsen verminderen.
Nederland is een volgland - hoezeer velen ons land nog willen zien als gidsland. Het zal dus nog wel even duren voordat de wijsheid van de New Yorkse burgemeester als vooruitgeschoven post in de Amerikaanse onderwijswereld, in ons land wordt erkend. Reden te meer om als ouders, als kiezers, als leden van een politieke partij, als lid van het schoolbestuur, oudercommissie of ondernemingsraad, nu door te zetten: houd op met de onzin van de toetscultuur en kies voor beter onderwijs. In het belang van kinderen en van de samenleving.

Vertel een vriend | Reageer op dit artikel | Aantal reacties 0


Reacties:

hoofdartikel
Familieberichten
Advertenties