De website frieschdagblad.nl maakt gebruik van cookies.
maandag 23 april

Hoofdartikelzaterdag, 20 april 2013

De Schriften laten zien wie Hij is
De tijd tussen Pasen en Pinksteren is een bijzondere. Het feest van Pasen voelt als een slotstuk: de tijd van het lijden en sterven van Jezus lijkt het einde, maar krijgt een nieuw begin: de Heer is waarlijk opgestaan. Wat is er dan nog te zeggen? Heel veel, zo zal blijken op het pinksterfeest.
De tijd tussen Pasen en Pinksteren is een wacht-tijd. De opgestane Heer heeft een belofte gedaan en heeft aan de discipelen, en anderen aan wie Hij is verschenen, een opdracht gegeven: wachten. Waarop? Op de kracht uit de hemel. Dat is de heilige Geest.
Wachten is niet altijd gemakkelijk. Ook al is er een belofte, zolang die niet wordt vervuld of zolang er geen tekenen zijn dat de belofte wordt ingelost, kan het spannend worden. Is het wel waar allemaal? Niemand behalve het groepje leerlingen, de vrouwen en anderen heeft weet van iets bijzonder iets; iedereen leeft zijn leven en alles lijkt gewoon. Alsof Goede Vrijdag en Pasen niet zijn gebeurd.
De belofte geloven is een opgave. Net als het geloof in de opstanding een opgave is. In het Bijbelboek Lucas wordt diverse keren verteld hoe moeilijk het is voor de naasten van Jezus om te geloven dat de opstanding realiteit is. Sterker: aan de opstanding hadden ze niet eens gedacht. De Emmaüsgangers niet, de leerlingen niet en de anderen van het groepje ook niet.
Steeds wordt verteld hoe het verstand geschikt moet worden gemaakt, of hoe de ogen moeten worden geopend om te kunnen inzien hoe de Schriften, waarin de belofte van de opstanding wordt gedaan, moeten worden verstaan. Geloof in de opstanding vraagt om meer dan het gewone. Een openbaring is nodig. Maar niet iedereen kan die zomaar geloven. Er moet eerst iets anders gebeuren. Bijvoorbeeld, zoals blijkt in het boek Lucas, een bevestiging van het ongewone door het gewone. Dat is het geval als Jezus het groepje naasten bezoekt. Iedereen schrikt en wordt bang. De mensen menen een geest te zien. Jezus ziet hun angst en ongeloof en zegt: raak me maar aan, zie naar mijn handen en mijn voeten. Op mijn lichaam zie je de tekenen van de kruisiging. Een geest heeft geen lichaam. Ik wel. Ik ben het echt.
Die woorden en dat zien en voelen bewerken iets bij de mensen om Hem een. Eerst zijn ze bang waardoor ze het niet kunnen geloven. Maar nu raken ze in zo’n staat van grote vreugde dat ze daardoor niet kunnen geloven dat Hij het is. Nóg een keer gebruikt Jezus het gewone als aanwijzing van het ongewone: Hij vraagt of er iets te eten was. Ze geven hem geroosterde vis. Die eet hij op. Dat was opnieuw een aanwijzing dat Hij geen geest is, maar dat hij echt de Heer is van wie ze zo hebben gehouden.
De volheid van de waarheid van de opgestane Heer komt pas als Jezus het verstand van de mensen geschikt heeft gemaakt om in te zien wat er in de Schriften is gezegd. Als het verstand wordt verlicht, is de lichamelijkheid van Jezus niet meer het criterium; het verstaan van de Schriften is voorwaarde voor het zien en inzien van de waarheid.
De Schriften zijn de sleutel én het slot. Daarin staat de belofte en daarin wordt duidelijk - voor wie het kan inzien - dat Hij het is. De tijd tussen Pasen en Pinksteren is daarom niet alleen maar wacht-tijd, maar ook studietijd om te ontdekken: de Schriften laten zien wie Hij is.

Vertel een vriend | Reageer op dit artikel | Aantal reacties 1


Reacties:

Hoe zeer uniek is ons Christelijk Friesch Dagblad met zulke bijzondere hoofdartikelen! Een krant om te koesteren en trouw te blijven!!!In deze krant vindt je ook het hart van het Evangelie in het Hoofdartikel!

J.Elsinga, Ermelo - maandag, 22 april 2013


hoofdartikel
Familieberichten
Advertenties