De website frieschdagblad.nl maakt gebruik van cookies.
zaterdag 18 november

Hoofdartikeldinsdag, 5 maart 2013

Planten, vlinders en vogels als zorg
Het gaat niet goed met de vlinder in ons land. Enkele soorten doen het bijzonder goed, maar het aantal soorten neemt af en van de meeste soorten zijn er steeds minder te vinden. De achteruitgang is het grootst in gebieden met intensieve landbouw; in natuurgebieden gaat het minder slecht. De cijfers over de vlinders zijn afkomstig van het CBS en zijn verzameld op basis van tellingen. De uitkomsten van vroeger en nu zijn vergelijkbaar.
Snelle conclusies over de relatie tussen landbouw en vlinders liggen voor de hand, maar zijn niet verstandig. Er zijn andere factoren dan de intensieve landbouw die verantwoordelijk zijn voor de uitkomsten van de metingen. Neem de temperatuur in het voorjaar: hoe warmer met de juiste hoeveelheid neerslag hoe meer kans op uitbreiding van (sommige) vlindersoorten. En hoe kan het dat in een bepaald jaar de vlinderstand in natuurgebieden terugvalt en in landbouwgebieden op peil blijft?
Toch kan niemand om de feiten heen: vlinders doen het een stuk minder goed in gebieden met intensieve landbouw. Bepalende factoren zijn onder meer de vermesting en de verdroging in de landbouwgebieden en de effecten daarvan op de biodiversiteit.
De relatie tussen natuur en landbouw blijkt ook uit de vlindercijfers een spannende te zijn. Hoezeer boeren ook proberen natuurvriendelijk te werken, de negatieve effecten op vlinders, maar ook op plantensoorten en weidevogels zijn groot.
In beleid wordt steeds de nadruk gelegd op de verantwoordelijkheid die boeren willen nemen als beheerders. Die uit zich op allerlei manieren, waarbij opvalt dat de ene boer veel doet en de ander minder.
De invloed van landbouw op flora en fauna is natuurlijk niet een nieuw onderwerp. Net zo min als alle invloed van landbouw negatief wordt ervaren. De veeteelt van vijf decennia terug bijvoorbeeld leverde omstandigheden op die goed waren voor de weidevogels. De neergang van die populatie komt mede voort uit hetzelfde mechanisme maar dan andersom.
Overigens, de sterk toegenomen ‘populariteit’ van grote gebieden in Fryslân voor de ganzen heeft ook te maken met de landbouwpraktijk. Het moderne gras is zeer eiwitrijk en daar houden ganzen van.
De cijfers over de vlinderstand spreken grotendeels voor zich: landbouwpraktijken beďnvloeden de levensvoorwaarden voor onder meer vlinders en vogels. De mogelijkheden voor boeren om zich mede-beheerders te voelen van de natuur zijn binnen de meeste praktijken van de landbouw slechts beperkt.
Overheden maken zich druk over bijvoorbeeld het weidevogelbeheer en steken miljoenen in projecten die de stand van de weidevogels positief moeten beďnvloeden. Die pogingen zijn de moeite waard, zeker als, zoals nu in Fryslân, nadruk komt te liggen op een meer geďntegreerde aanpak, in grotere gebieden. Die pogingen helpen ook om steeds meer inzicht te krijgen in de omstandigheden die leiden tot veranderingen in populaties.
Dat inzicht helpt te voorkomen dat veel geld wordt gestoken in afzonderlijke maatregelen die slechts in beperkte mate en selectieve effecten hebben. Dat inzicht kan wellicht ook leiden tot nadenken over een geďntegreerde aanpak van maatregelen voor vogels, planten en vlinders.

Vertel een vriend | Reageer op dit artikel | Aantal reacties 0


Reacties:

hoofdartikel
Familieberichten
Advertenties