De website frieschdagblad.nl maakt gebruik van cookies.

maandag 11 december

Regiodinsdag, 19 februari 2013

Redden we het of redden we het niet?
Frans Debets, directeur Debetsbv
We hebben in Europa afgesproken dat in 2020 de duurzame energie 20 procent van onze behoefte afdekt. Elk land moet daaraan een bijdrage leveren, het ene wat meer dan het andere. Nederland mag volstaan met 14 procent. Het kabinet wil een stapje extra doen, Rutte gaat voor 16 procent.
We zijn al een paar jaren bezig, maar het schiet nog niet echt op, we zitten nu in de buurt van 5 procent. Het is nog niet duidelijk hoe we de ontbrekende 11 procent gaan invullen, maar minister Kamp lijkt het echt te menen. Om de vraag te beantwoorden of 16 procent haalbaar is, moeten we wat rekenwerk doen. Rekenen doen we niet graag in energieland, maar het moet nu toch even. Zet u schrap!
Voor de duurzame-energieberekening gaan we uit van ons ‘energetisch eindverbruik’, dat is ongeveer 2200 PJ. Wat PJ precies betekent ga ik u hier niet uitleggen, het gaat nu om dat getal 2200. Daarvan moeten we 16 procent afdekken, dat is 350. We hebben nu ongeveer 110. We moeten dus in zeven jaar een gaatje dichten van 240. Hoe pakken we dat aan? Alle windmolens die we nu op land hebben produceren ongeveer 15 PJ. Het kabinet wil een reuzensprong voorwaarts maken en de huidige windcapaciteit verdrievoudigen. Die 15 PJ wordt dan ongeveer 45 PJ, dus 30 PJ extra. De 110 van nu wordt dan 140. Laten we ook maar 6000 MW aan molens op zee bijplaatsen. Die leveren iets meer op omdat ze meer uren draaien dan de landmolens, 60 PJ is misschien haalbaar. Dan komen we op 200 PJ.
Een onbekende, maar niet onbetekenende bijdrage aan hernieuwbare energie leveren nu de houtkachels bij 1 miljoen huishoudens, ongeveer 12 PJ. Als we die nou ook eens ruim verdubbelen, dan komt er nog eens 15 bij. Zo komen we op 215 PJ. De 350 PJ komt al dichterbij, maar we zijn er nog niet. Nu moeten we creatief worden.
Extra zonnepanelen dan maar, laat elke gemeente 10 hectare zonneveld aanleggen (2 miljoen euro per hectare) op een braakliggend bouwterrein. Die zijn er genoeg in Nederland. Er zijn 400 gemeenten, dat wordt dan 4000 hectare. Elke hectare levert ongeveer 1 miljoen kWh per jaar op, samen 4 miljard kWh. Dat is 15 PJ. Dan zitten we op 230 PJ. Nederland ligt dan vol zonnepanelen, overal staan windmolens te zwaaien en half Nederland is op zoek naar hout voor zijn kachel.
Nog lang geen 350 dus, ondanks buitengewone daadkracht en creativiteit. Hoe doen andere landen dat toch? De echte kampioenen van Europa beschikken over stuwmeren en veel hout. Zweden moet bijna 50 procent halen in 2020 en zit nu al op 45 procent, maar ze produceren minder windenergie dan wij. En het veelgeprezen Duitsland dan, ons grote voorbeeld? Duitsland zit in de middenmoot, in het rijtje van 27 staan ze op plaats 13 of 14, achter landen als Roemenië, Portugal, Letland, Litouwen, vlak achter Spanje, maar nipt voor Griekenland. Jammer dat er geen bruinkoolcompetitie is, dan zou Duitsland verreweg op nummer 1 staan.

Vertel een vriend | Reageer op dit artikel | Aantal reacties 0


Reacties:

regio
Familieberichten
Advertenties