De website frieschdagblad.nl maakt gebruik van cookies.
zondag 31 augustus

Regiovrijdag, 21 september 2012

Dokkumer promoveert op de ‘idioten’ en academici van Franeker
Trudy Oldenhuis
Franeker | Fryslân ontbeert dan misschien een universiteit, maar geheel verdwenen is de Friese academische traditie niet, vindt Arjen Dijkstra. Vandaag promoveert de in 1979 in Dokkum geboren historicus op een proefschrift over de geschiedenis van het vak wiskunde aan de universiteit van Franeker tussen 1600 en 1700.
,,Kijk, dit is mijn held.” Op de mobiele telefoon van Dijkstra verschijnt een afbeelding van een zeventiende-eeuwse man, getooid met lang haar en een grote kraag. Het blijkt Johannes Phocylides Holwarda (1618-1651) te zijn, een beroemd wiskundige en werkzaam in Franeker. Een academicus bij uitstek, vertelt Dijkstra. ,,Al op jonge leeftijd schreef hij een boekje over astronomie, dat in heel Europa gelezen werd. En hij schreef Latijnse filosofische traktaten die ver na zijn dood nog besproken werden.”
Het tekent de invloed die de universiteit van Franeker in deze tijd verwierf. Dat kwam mede doordat in Franeker de mogelijkheid bestond wiskunde in het Nederlands te studeren. Normaal gesproken was Latijn de voertaal op de universiteit, maar voor de leken die deze taal niet machtig waren, was er een Nederlandstalige opleiding tot landmeter of ingenieur. Nergens was die opleiding in de Republiek zo goed als in Franeker.
Door de intellectuele elite werden deze leken echter nooit helemaal voor vol aangezien. Enigszins denigrerend werden ze idiotae genoemd, Latijn voor ongeletterden. Maar gedurende de zeventiende eeuw verwierf dit Nederlandstalige onderwijs een steeds belangrijker plaats, ontdekte Dijkstra. Een bewijs daarvan is de Leeuwarder Willem Loré (1679-1744). ,,Dat was ook een ‘idioot’, maar hij werd in 1743 toch bijzonder hoogleraar in Franeker. Daarmee werd dit vakgebied in feite verzelfstandigd”, vertelt Dijkstra.
In zijn proefschrift richt Dijkstra zich op zowel op de Latijnse als de Nederlandse tak van onderwijs. Beide kanten winnen in de zeventiende eeuw aan status en rond 1700 bevindt de universiteit in Franeker zich op het toppunt van haar roem. ,,Studenten uit heel Europa kwamen naar Franeker om daar te studeren. Pas na 1700 wordt het dan langzaam minder.”
Dat was voor een deel ook aan de Friezen zelf te wijten, vindt Dijkstra. ,,De Friezen draaiden de universiteit in Franeker zelf de nek om. Als de Friese elite gewoon had gezegd: wij investeren in een eigen universiteit en sturen onze kinderen daarheen, dan was er niets gebeurd. Maar nee, de Friezen stuurden hun kinderen naar Groningen en Leiden.” Uiteindelijk hief Napoleon in 1811 de universiteit bij decreet op.
In lijn met het onderwerp promoveert Dijkstra in Franeker zelf, in de Martinikerk. ,,Dat is natuurlijk fantastisch. Je komt toch in zekere zin terug op de plek waar het vroeger gebeurde. En het biedt ook een kans om te laten zien dat de academische traditie in Friesland niet geheel verdwenen is.”
Het had echter nog wel wat voeten in de aarde om de Universiteit Twente, waar Dijkstra met subsidie van de NWO zijn onderzoek uitvoerde, te bewegen toestemming te geven voor een promotie in Franeker. ,,Promoties moeten volgens de officiële richtlijn plaatsvinden op het terrein van de campus. Dus de rector magnificus zei tegen mij: ‘Het mag niet, tenzij je een goed verhaal hebt.’ Blijkbaar had ik dat.”

Vertel een vriend | Reageer op dit artikel | Aantal reacties 0


Reacties:

regio
Familieberichten
Advertenties