De website frieschdagblad.nl maakt gebruik van cookies.
maandag 24 november

Geloof & Kerkzaterdag, 8 september 2012

Religiestress als kwelgeest van alle tijden

Hoe komt het toch dat het geloof in een geseculariseerde samenleving voor zoveel ophef zorgt? Tom Mikkers schreef een boek over religiestress, met tips hoe je beter met andermans standpunten kunt omgaan. Voor gelovigen én atheïsten.

Nels Fahner
,,Waar denk je aan bij kerk en geloof in Nederland”, vroeg de remonstrantse theoloog Tom Mikkers aan zijn man op oudejaarsdag vorig jaar. ,,Stress”, antwoordde die. Hoe zou dat toch komen, dacht Mikkers. Waarom is er altijd zoveel ruis als het geloof mee gaat spelen in het orkest van alledag? Het resultaat van zijn peinzen ligt nu in de boekhandel in de vorm van een alternatief zelfhulpboek: Religiestress. Hoe je te bevrijden van deze eigentijdse kwelgeest.
De voorpagina, met een cartoon van Joep Bertrams doet vermoeden dat het hier om een jolig, trendy en vooral vluchtig boekje gaat, maar dat is slechts ten dele zo. Religiestress begint met een behoorlijk bezonken analyse van wat religieuze overtuigingen in Nederland voor effecten hebben op de relaties tussen mensen. Het gesprek over God en godsdienst heeft op dit moment geen positief effect, constateert Mikkers, ‘en dat is des te opmerkelijker wanneer je bedenkt dat het in godsdiensten niet zelden gaat om het bereiken van innerlijke vrede en evenwicht’.
Daarmee is de vraagstelling van het boek helder. Mikkers’ zoektocht naar hoe dat komt levert allerlei boeiende inzichten op. Religiestress is niet iets van deze tijd en kerkverlating ook niet. Al in de negentiende eeuw begon de groep die ‘niets’ was te groeien en al in de jaren twintig werd die tendens geconstateerd.
De teleurstelling van de na de oorlog afhakende katholieken wordt door Mikkers treffend onder woorden gebracht: ‘Als ogen open zijn, dan kunnen ze niet weer dicht. Een oudoom van me blikte terug op het rijke roomse leven en verklaarde: ‘Ze (de rooms-katholieke geestelijken, NF) hebben ons al die jaren misleid en voor de gek gehouden’.’
Volgens Mikkers raakte de kerk haar geloofwaardigheid kwijt omdat de regels uiteindelijk niet de mens dienden, maar andersom: ‘Hoe je moest leven, hoeveel kinderen je mocht krijgen, met wie je mocht omgaan en naar welke radiozender je mocht luisteren, op wie je diende te stemmen: het werd een groot deel van het leven verwoord door de geestelijke stand. Toen de zeggingskracht van geboden en verboden afbrokkelde, keken veel katholieken met andere ogen naar hun kerk en naar de kerkelijke regels.”
Afwijking
Kerken en gelovigen reageerden op de kerkverlating met argumenten die eigenlijk psychologisch waren: geloof is goed voor je geestelijke gezondheid, ongeloof is een afwijking. Na de jaren zestig zou de seculiere ‘linkse kerk’ op precies dezelfde manier claimen dat ongeloof een schonere geest oplevert dan geloof. Alles wat niet in dat plaatje past, zorgt voor verwarring en: religiestress.
Hoe kunnen we het beste omgaan met die religiestress? Het is een scheiding der geesten die wel wat van een ‘gewone’ scheiding weg heeft, zegt Mikkers. De stress geeft aan dat één en ander nog niet helemaal verwerkt is. En dat we ook niet al te hoge verwachtingen moeten hebben van het vervolg: on speaking terms komen is al heel wat. Wat kunnen we doen om dat te bereiken?
Daarover gaat het tweede deel van Religiestress, waarbij Mikkers zijn term eigenlijk voor het eerst een definitie geeft. Hij onderscheidt ‘klassieke’ religiestress, waar alleen gelovigen last van hebben. Die stress ontstaat wanneer gelovigen ontdekken dat het praktische leven botst met de regels van de kerk en de godsdienst. Wat te doen? Want als je afwijkt van de regels word je bestraft - is het idee van veel gelovigen.
Moderne religiestress, vanaf de jaren zeventig, speelt bij mensen die het geloof vaarwel hebben gezegd. Zij raken gestresst als het erop lijkt dat de destructieve kanten van religie de overhand krijgen. Zij protesteren, en daarmee ontstaat nog weleens een kettingreactie waarbij gelovigen in de stress schieten en met een beroep op de godsdienstvrijheid hun eigen rechten claimen.
Wat doe je als zoiets gebeurt? Een opvallende spelregel die Mikkers formuleert, is dat gelovigen niet zo op hun strepen moeten staan als het om godslastering gaat. God kan wel tegen een stootje.

Zelfvertrouwen

Bruikbaarder is Mikkers’ stelregel dat gelovigen en niet-gelovigen zouden moeten erkennen dat er goede en slechte godsdienst bestaat. ‘Goede godsdienst legt een verbinding tussen mensen en heeft harmonie en samenhang als oogmerk. Goede godsdienst draagt bij aan de eigenwaarde en zelfkennis van mensen. In het verlengde van Godsvertrouwen ligt zelfvertrouwen. Slechte godsdienst daarentegen maakt relaties tussen mensen kapot en is enkel en alleen uit op het eigen gelijk, zelfs als de feiten anders spreken.’
Mikkers past als bruggenbouwer niet echt in een hokje, al is het duidelijk dat hij als remonstrant, homoseksueel en ex-katholiek ook zo zijn eigen stressmomenten heeft. Af en toe leidt zijn vrijgevochten houding ook tot agressie jegens anderen. De Rooms-Katholieke Kerk komt er bijvoorbeeld niet geweldig af in dit boek. Maar anderzijds, Mikkers is zich wel bewust van zijn blinde vlek, hij probeert zijn eigen vooroordelen (onder meer in een boetvaardig nawoord) op het spoor te komen. En: ex-gelovigen vinden in Mikkers een begripvolle partner.
Al met al is Religiestress een geslaagde poging om de discussie over de rol van religie in het gewone Nederlandse leven op een hoger plan te tillen. We schieten allemaal wel eens in de stress over de opvattingen van een ander. Mikkers inzichten blijven je bij, of je het nu met hem eens bent of niet.
* Tom Mikkers, Religiestress. Hoe je te bevrijden van deze eigentijdse kwelgeest. Meinema Zoetermeer, 15,50 euro. Het boek is te koop via www.fd-extra.nl

Vertel een vriend | Reageer op dit artikel | Aantal reacties 0


Reacties:

Geloof & Kerk
Familieberichten
Advertenties