De website frieschdagblad.nl maakt gebruik van cookies.
dinsdag 21 november

Hoofdartikelzaterdag, 25 augustus 2012

Delegeren kan niet zonder vertrouwen
De tien grootste plattelandsgemeenten van Nederland, waaronder Opsterland en Ooststellingwerf, willen meer vrijheid van handelen. Die boodschap is deze week gedropt in Den Haag, in de hoop dat de partijen die na de verkiezingen een regering gaan vormen, daar gehoor aan zullen geven.
Meer vrijheid hebben ze de afgelopen decennia al volop gekregen. Sinds de Decentralisatienota uit 1980 is het Rijk kwistig aan het overhevelen van taken geslagen, en gemeenten hebben er de afgelopen drie decennia steeds meer bevoegdheden en beleidsterreinen bij gekregen. De bedoelingen daarvan zijn duidelijk: gemeenten kunnen beter maatwerk leveren dan het verre Den Haag en burgers kunnen op gemeenten meer invloed uitoefenen dan op de anonieme en ontoegankelijke rijksoverheid. Zo maken we efficiënter en effectiever beleid en genieten we meer democratie.
In de praktijk heeft die decentralisatie goed uitgepakt, bleek uit onderzoek dat de Universiteit van Tilburg vier jaar geleden deed. Gemeenten ervaren weliswaar een toenemende druk en zien dat de extra taken niet altijd evenredig vergezeld gaan van een grotere zak geld, maar ze zijn niet overbelast geraakt. Integendeel, ze ‘tonen grote veerkracht en creativiteit’. Ze integreren beleidsterreinen, als ze het niet alleen afkunnen, huren ze externe deskundigen in, of anders voeren ze ingewikkelde zaken samen met omliggende gemeenten uit. Kleine gemeenten zochten en zoeken hun heil vaak in een fusie met andere; dat proces van herindeling is nog in volle gang.
Maar helemaal tevreden zijn de gemeenten dus niet. De tien genoemde gemeenten, verenigd onder de naam P10, klagen over een te strak keurslijf. Elke vorm van decentralisatie is gepaard gegaan met lange lijsten voorschriften en voorwaarden. Het een moet zus, het ander zo. Beleid a wordt gefinancierd uit potje b, beleid x wordt betaald uit budget y. Over de ene klus moet aan dit ministerie verantwoording worden afgelegd, op de andere klus kijkt dat ministerie toe. En zo, om maar wat te noemen, rijden in elke gemeente aparte busjes voor thuismaaltijden, voor leerlingen en voor bibliotheekboeken.
Daarnaast zijn veel zaken niet decentraal geregeld, en maakt de rijksoverheid daarvoor beleid dat te veel op het stedelijk gebied is gericht. Plattelandsgemeenten vinden dat bijvoorbeeld de minimumnorm van 23 leerlingen voor een basisschool, het stimuleren van eigenwoningbezit en de aanrijdtijden voor hulpdiensten niet geschikt zijn voor kleine dorpen en lege gebieden.
Ze hebben daarin gelijk. Bij decentralisatie past een grotere mate aan autonomie dan gemeenten nu krijgen. Als elk ministerie zijn taken op eigen wijze delegeert aan lagere overheden, dan worden die gedwongen tot onsamenhangende en verkokerde uitvoering. Geef gemeenten de mogelijkheid om complexe lokale problemen integraal aan te kunnen pakken. Dán sta je dicht bij de burger.
In plaats daarvan zadelt het rijk de gemeente op met een sterke verantwoordingsdruk, stellen de Tilburgse onderzoekers ook vast, ‘meestal niet in verhouding tot de omvang van de gedecentraliseerde taken’. Onder het mom van vermeend gevaar van rechtsongelijkheid is het toezicht te scherp en het wantrouwen te groot.

Vertel een vriend | Reageer op dit artikel | Aantal reacties 0


Reacties:

hoofdartikel
Familieberichten
Advertenties