De website frieschdagblad.nl maakt gebruik van cookies.
donderdag 24 mei

Hoofdartikelvrijdag, 11 mei 2012

Ongeziene drukte op het platteland
Er wordt wat afgehobbyd op het platteland. Te kust en te keur zetten mensen producten van eigen makelij te koop, of ze bieden diensten of een paar kamers aan. Financieel gezien levert het een nauwelijks waarneembare bijdrage aan de locale economie. Maar op andere fronten blijkt dit soort activiteiten goud waard, blijkt uit onderzoek waarop Marianna Markantoni in Groningen promoveerde.
Het is voor plattelandsgemeenten die verschraling, vergrijzing en leegloop vrezen, de moeite waard de studie goed te lezen. Want die gaat over dingen die de gemeenten dagelijks raken. Neem de scheve verhouding tussen wat de landbouw aan ruimte inneemt (twee derde van ’s lands grondoppervlak) en opbrengt (nog geen 2 procent van het bruto binnenlands product). Is die bedrijvigheid die het landschap strak trekt en uniformiseert niet een al te gezichtsbepalende factor? Moeten andere groepen daar niet veel meer hun zegje over kunnen doen? Toeristen en tweedehuisbezitters bijvoorbeeld, die een regio veel méér inkomsten kunnen bezorgen dan boeren? Het is een heikele discussie, die nauwelijks gevoerd durft te worden.
En dan is er de krimp. De komende veertig jaar verliest het platteland nog eens 1,2 miljoen mensen aan de stad. Betekent dat niet per definitie achteruitgang?
Het is interessant dat nu - voor het eerst - onderzocht is hoe plattelanders zelf omgaan met die veranderende wereld. De klaagzang over de verdwijnende voorzieningen blijkt een vrolijke en informele keerzijde te hebben: het bulkt van de mensen die iets op touw zetten, vaak naast een reguliere baan. Een bêd & brochje, een hondentrimsalon, kappers- of pedicurediensten, een saunaatje, kanoverhuur, verkoop aan huis van zelfkweek of zelfmaak, enzovoorts.
Ambtenaren en politici weten niet goed wat ze aanmoeten met dat grijze gebied tussen hobby en bedrijf in. Paal en perk aan stellen? Reguleren? Laten inschrijven bij de Kamer van Koophandel?
Niet doen, zegt de promovenda, en met haar een groeiend legertje onderzoekers en dorpsbelangen. Belemmer niet, maar faciliteer en stimuleer. Vrees voor een grijs, belastingontduikend circuit hoeft er niet te zijn. En: behalve een bordje in de tuin is er nauwelijks iets van te zien dus landschap en dorpsbeeld worden er niet door aangetast. En het belangrijkste: in maatschappelijk opzicht zijn zulke activiteiten goud waard. Het zijn nieuwe ontmoetingsplaatsen en lokkertjes voor recreanten en passanten.
Er wordt soms te snel gezegd dat leefbaarheid verdwijnt. Voorzieningen zijn grotendeels weg, maar dat is alleen erg voor de gemeenschap die een dorp vroeger was. Vrijwel iedereen heeft eigen vervoer; werk, winkels, cultuur en school kunnen best elders zijn zonder dat dit tot grote problemen leidt. Leefbaarheid wordt nu veel meer bepaald door ruimte, rust, landschap, sociale verbondenheid én vrijheid om iets op touw te zetten.
Zonder dat we het in de gaten hebben, zijn er honderden uitingen van vitaliteit in en om de dorpen. Als de overheid daar meer oog voor krijgt, buiten de kaders van vanzelfsprekendheden wil denken en initiatieven durft te stimuleren, kunnen verscheidenheid en leefbaarheid van het platteland veel groter worden.

Vertel een vriend | Reageer op dit artikel | Aantal reacties 0


Reacties:

hoofdartikel
Familieberichten
Advertenties