De website frieschdagblad.nl maakt gebruik van cookies.

dinsdag 12 december

Geloof & Kerkdinsdag, 8 mei 2012

Jacob Revius, een man uit één stuk

Vandaag promoveert Enny de Bruijn op een biografie van Jacob Revius, met de ferme titel Eerste de waarheid, dan de vrede. Het is de eerste biografie die de ‘gehele Revius’ in beeld brengt.

Tjerk de Reus
Jacob Revius (1586-1658) is niet de allerbekendste zeventiende-eeuwse dichter, maar niettemin is zijn gebruikspoëzie heel gemakkelijk te vinden. In het huidige Liedboek voor de kerken (1973) zijn maar liefst zeven liederen van hem opgenomen - daar kunnen grote tijdgenoten van Revius zoals Constantijn Huygens en Joost van de Vondel niet aan tippen.
Of Revius’ liedteksten een plek zullen krijgen in het nieuwe Liedboek is de vraag, maar aan Enny de Bruijn zal dat niet liggen. Zij schreef een dikke, prima toegankelijke biografie, die de dominee en dichter Revius tot leven wekt en dichtbij de lezer brengt. De Bruijn is redacteur bij het Reformatorisch Dagblad en heeft als voordeel dat zij de gereformeerde wereld van de zeventiende eeuw goed kan aanvoelen.
In die context moet de persoon en het werk van Revius worden begrepen. Maar al vroeg in haar boek maakt De Bruijn duidelijk dat je over Revius niet te beperkt moet denken. Hoe gereformeerd hij ook was, hij hield van het leven en maakte eigenzinnige kanttekeningen bij de wereldmijding die gepropageerd werd door predikanten aan de rechterzijde van het gereformeerde spectrum.

Erkenning

Jacob Revius staat te boek als dichter en dominee. Voor de dichter is altijd wel erkenning geweest: hij geldt als een gewaardeerde subtopper uit onze Gouden Eeuw, die beheerst wordt door topdichters als Hooft, Bredero, Cats, Vondel en Huygens.
Over de dominee in Revius wordt doorgaans minder positief geoordeeld. Hij zou intolerant zijn, iemand die zijn tegenstanders wegmaaide met het zwaard van een letterlijk opgevatte Bijbel. Belangrijk ook is het feit dat die twee aspecten van Revius los van elkaar lijken te staan, als je let op wetenschappelijke studies over hem. Dat vindt De Bruijn onbevredigend, legt ze uit in haar boek. In de persoon van Revius komt alles samen en daarom zou je die twee kanten van zijn persoonlijkheid ook in samenhang moeten bestuderen.
Haar biografie is het resultaat van deze overtuiging. Ze doet een poging om de persoon van Revius in beeld te krijgen, door na te gaan wat hem kenmerkt in theologische, filosofische en politieke debatten. Het wordt gaandeweg duidelijk dat je Revius wel enigszins kunt plaatsen in bredere ontwikkelingen in kerk en samenleving toentertijd, maar hij koos ook, veelzeggend, eigen wegen.
Een belangrijk voorbeeld van Revius’ eigenzinnigheid is het gedicht Heidens huwelijk, dat te vinden is in zijn grote gedichtenboek, de Over-IJsselse Zangen en Dichten (1630). Anders dan veel van zijn collega-dominees vond Revius het per se verkeerd om in de schone letteren beelden te gebruiken uit de Griekse en Romeinse oudheid. Dat was destijds de heersende mode, die echter bekritiseerd werd door veel gereformeerde dominees. Maar Revius was een breed belezen man en besefte dat tal van mythologische beelden krachtig en puur zijn. Hij legde in het genoemde gedicht uit dat je, figuurlijk gesproken, best met een heidin mag huwen: een dichter mag best gebruikmaken van heidense mythologie. Maar je moet je daarbij verre houden van de openlijke erotiek en andere ijdelheden die in de mythologie aan de orde is. Voor vandaag lijkt dit misschien nog een tamelijk stringente redenering, maar in de gereformeerde wereld van toen gold Revius met dit gedicht als een bruggenhoofd tussen de mainstream-cultuur en de gereformeerden. Hij had dan ook veel vrienden onder geleerde en gewaardeerde schrijvers van toen.

Tijdgeest

Het bijzondere van de biografie van De Bruijn zit niet alleen in de samenvoeging van de felle, polemisch ingestelde theoloog en de dichter. De Bruijn heeft als eerste ruimhartig aandacht geschonken aan het Latijnse werk van Revius. Omdat dit deel van zijn werk veel theologische en filosofische betogen bevat, naar gewoonte van die tijd nogal redenerend van karakter, opgesteld in het Latijn van de zeventiende eeuw - om al die redenen is er nog nauwelijks naar gekeken. De Bruijn deed dit wel en het resultaat is een veel scherper beeld van Revius’ denkwereld.
Duidelijk wordt nu hoezeer hij streed tegen de tijdgeest, die hij als sterk ondermijnend heeft ervaren. Een van zijn grootste tegenstanders was de Franse filosoof Descartes, die met zijn rationele, kritische methode een bom gelegd had onder het geldende wetenschappelijke wereldbeeld. Revius meende dat dit ‘nieuwe denken’ een groot gevaar voor het christendom was. Hij schreef een reeks verhandelingen om het denken van Descartes te onthullen als heilloos en anti-bijbels. Revius zag niets in een grote plaats voor de mens, voor het denkende subject. In zijn gelovige optiek was de mens onderworpen aan de werken van God; daarin had de mens een zekere plek, maar hij moest niet zichzelf tot centrum verklaren van alle wetenschap en zekerheid.
In Revius’ poëzie ontdekte De Bruijn een vergelijkbare beweging: niet zijn eigen ik stelt de dichter op de voorgrond, maar de plek die hij inneemt in de grote verbanden van schepping en verlossing. Revius wilde op alle terreinen die hij betrad een bijbels en reformatorisch denker zijn. Dat maakte hem tot een man uit een stuk.
* Eerst de waarheid, dan de vrede. Jacobus Revius (1586-1658). Boekencentrum. 32,50 euro

Vertel een vriend | Reageer op dit artikel | Aantal reacties 1


Reacties:

Wat een geweldig artikel van mijn voorvader Jacobus Revius.
Doordat een familielid de stamboom van Revius heeft uitgeplozen, kwamen wij er achter dat wij afstammen van de dichter Jacobus Revius. Ik ben wel heel erg benieuwd waaarom de schrijfster Enny de Bruyn wilde promoveren op de persoon Jacobus Revius.

Francis, Amsterdam - vrijdag, 18 mei 2012


Geloof & Kerk
Familieberichten
Advertenties