De website frieschdagblad.nl maakt gebruik van cookies.
dinsdag 22 mei

Geloof & Kerkdonderdag, 12 april 2012

Psychiatrie moet religie niet zo wantrouwen

Tot voor kort werd religie gezien als een risicofactor voor de geestelijke gezondheid. Maar geloof biedt vaak steun bij psychische problematiek, stelt Psychiatrie, religie en spiritualiteit.

Paul Lieverse
In het voorwoord van Psychiatrie, religie en spiritualiteit lezen we dat dit handboek de vraag bespreekt of religie en spiritualiteit relevant zijn voor de psychiatrie; en wat hiervoor de wetenschappelijke evidentie is. Deze zaken werden zeker tot voor kort verwaarloosd in de psychiatrie; hooguit een te beschouwen dimensie.
Over het begrip spiritualiteit wordt de laatste jaren iets positiever gedacht, maar religie blijft de bijsmaak hebben van beperkend en ‘ongezond’. Deze thematiek wordt in het boek in meer dan veertig hoofdstukken besproken, met bijdragen van meer dan twintig auteurs en met bovendien tal van recente literatuurreferenties.

Toegankelijk

Het boek is ondanks zijn degelijke kost toegankelijk voor niet-psychiaters. De variëteit aan medewerkers staat vlotte leesbaarheid niet in de weg, hetgeen mede te danken is aan de redactionele opzet: ordening in acht delen met per deel een korte inleiding.
Tot deze delen behoren historische en filosofische achtergronden, bespreking van de belangrijkste religieuze tradities, diverse ziektebeelden en de mogelijke interactie met religie, behandelmethoden, de geestelijke verzorging (inclusief de humanistische begeleiding) en opleidingsaspecten.
Ondanks de duidelijke cohesie tussen de verschillende delen zijn de hoofdstukken ook los van elkaar een rijke bron van informatie en inzichten.
Voor wie een ‘christelijk handboek psychiatrie’ verwacht aan te treffen, is een relativering op zijn plaats. De samenstellers hebben succesvol de indruk voorkomen dat het boek uit een religieuze lobbybeweging afkomstig is door een breed palet aan benaderingen en gezichtspunten aan bod te laten komen.
Zo zijn de filosofische beschouwing van het psychiatrische ziektebegrip door prof.dr. Gerrit Glas en de cynische beschrijving van de voordelen van religie door neurowetenschapper Dick Swaab moeilijk op één gemeenschappelijk uitgangspunt te betrappen.

Uiteenlopende tradities

Een ander boeiend aspect van het boek is dat de uiteenlopende religieuze tradities die we zoal in Nederland aantreffen geanalyseerd worden, dus niet alleen christelijke. De nuchtere, doorwrochte uitleg van bijvoorbeeld de geloofsbeleving van hindoes of van de culturele achtergrond van de Chinese kijk op psychische problemen zijn stuk voor stuk informatief en van praktisch nut voor wie patiënten met psychische problemen begeleidt.
Lang werd religie door de psychiater beschouwd als een risicofactor. Het zou groei naar volwassenheid in de weg staan, afhankelijk maken en opzadelen met schuldgevoel.
Nu lijkt het inderdaad zo dat een bepaalde religieuze achtergrond of opvoeding, zeker indien gecombineerd met bepaalde ervaringen in het leven, tot klachten kan leiden van psychische aard. Zelfs kunnen die zo heftig zijn dat hierbij symptomen optreden die in psychiatrische categorieën te vatten zijn en het normaal functioneren van de persoon in kwestie belemmert.
Hoofdstuk zes van psychiater Harald van Megen geeft hierbij een mooi inkijkje in de dilemma’s waarmee het individuele en collectieve geweten ons opzadelt, terwijl in hoofdstuk 14 hoogleraar psychiatrie Herman van Praag (RuG) een moedige poging doet te definiëren wanneer religiositeit abnormale vormen aanneemt.
De rol van religie in fundamentalisme en geweld is onderwerp in hoofdstuk 21 van Jean-Pierre Wils, (Radbouduniversiteit Nijmegen). Hij werkt de gedachte uit dat religie hiervoor hoort te beschermen, maar dat regressie tot primitieve uitingen van opkomen voor het heilige tot ziekelijke uitwassen kan leiden.

Extra krachtbron

Religieuze coping is onderwerp van hoofdstuk 26 van dr. Jos Pieper, universitair docent godsdienstpsychologie, en prof.dr. Rien van Uden, hoogleraar religiepsychologie. Hier wordt betoogd dat dit een belangrijke functie heeft omdat het een extra krachtbron is, juist waar andere vormen van coping falen.
Onderzoek laat zien dat dit over het algemeen van gunstige invloed is bij allerlei vormen van tegenslag en daarmee beschermt tegen psychiatrische problemen. Psychiater en theoloog Margreet de Vries-Schot sluit hier mooi bij aan in hoofdstuk 22 waar zij spreekt over de rol van geloof in de ontwikkeling van een kind. Gerichtheid op waarden, vertrouwen in God en verantwoordelijkheidsbesef zijn hierbij mogelijke ingrediënten.
Uit het boek komt het beeld naar voren dat vanuit psychiatrisch gezichtspunt minder wantrouwend moet worden gekeken naar religie en spiritualiteit. Geloof heeft veelal een steunend of zelfs genezend effect bij psychische problematiek en beschermt tegen psychiatrische aandoeningen. Psychiatrische en pastorale hulpverlening hebben elkaar veel te bieden en zouden elkaar ook meer moeten weten te vinden.
De hoofdstukken in het boek over psychiatrische behandeling en geestelijke verzorging zijn zeker zo spannend, ook omdat ze een spiegel voorhouden voor wie zich bijvoorbeeld bezighoudt met pastorale hulpverlening vanuit een kerkgemeente.

Pastorale hulpverleners

In hoofdstuk 30 analyseert Agneta Schreurs meerdere aspecten van de therapeutische relatie, zoals manipulatieve relaties en de mogelijke belemmeringen door de eigen opvattingen van de zorgverlener. Dit hoofdstuk zou niet misstaan op de leeslijst van pastorale hulpverleners.
Hoofdstuk 36 van Martin Walton, universitair docent geestelijke verzorging aan de Protestantse Theologische Universiteit, illustreert hoe het in kaart brengen van geestelijke dimensies een bijdrage kan hebben bij ‘behandelen’, hoewel hij aarzeling heeft bij het medicaliseren van geestelijke zorg.
Het belang van rituelen, waarop praktisch theoloog Sjaak Körver in hoofdstuk 37 ingaat, is misschien herkenbaarder voor wie werkzaam is bij kerkelijk werk en pastoraat. Hieronder verstaat hij niet alleen christelijke ‘rituelen’ zoals gebed, zegenen en zang, maar zoals dit ‘brede’ boek voorstaat worden ook niet-christelijke vormen benoemd, zoals mindfulness en yoga.
Voor sommige lezers zal het ontbreken van dit onderscheid bevreemding wekken; het sympathieke is de herkenning en bovendien het ook langszij kunnen komen bij cliënten met een andere levensbeschouwing dan die van de zorgverlener.
Het boek schetst hoe de medische discipline van de psychiatrie gebruik kan maken van religieuze principes. Ook geeft het handvatten waar het pastoraat gebruik van kan maken.

Plaats in opleidingen

Concluderend: Als handboek voor psychiaters, psychiatrisch verpleegkundigen en geestelijk verzorgers zal het boek zijn plaats in opleidingen naar verwachting wel vinden.
Het is toegespitst op in Nederland voorkomende denkwijzen en stromingen en handzamer dan de eveneens in 2012 verschenen 2e druk van het Handbook of Religion and Health (Koenig en Carson) dat uitputtender is in het vermelden van onderzoek dat op dit gebied gebeurt.
Maar daarnaast is dit boek een absolute aanrader voor elke andere arts en zorgverlener die te maken heeft met patiënten met psychiatrische aandoeningen en een wetenschappelijk onderbouwd oordeel wil hebben over welke spirituele en religieuze factoren in het geding kunnen zijn. Of die, omgekeerd, wil vaststellen in welke mate deze dimensie gezondheidsbevorderend werkt.
* Handboek Psychiatrie, religie en spiritualiteit. P.J. Verhagen & H.J.G.M. van Megen. (red.)
Uitgeverij De Tijdstroom. Prijs: 49 euro
* Dr. Paul Lieverse is anesthesist en pijnarts in het Erasmus MC-Daniel den Hoed in Rotterdam en voorzitter van CMF Nederland (Christian Medical Fellowship). @paullieverse, www.paullieverse.nl
* Discussieer op www.hetgoedeleven.com mee over de stelling: ‘Psychiatrische en pastorale hulpverlening hebben elkaar veel te bieden en zouden elkaar ook meer moeten weten te vinden’

Vertel een vriend | Reageer op dit artikel | Aantal reacties 0


Reacties:

Geloof & Kerk
Familieberichten
Advertenties