De website frieschdagblad.nl maakt gebruik van cookies.
zaterdag 18 november

Regiovrijdag, 14 oktober 2011

Weerdeskundigen gokken nu al op een koude winter

Half oktober, als de nootjes vallen, is het tijd voor de wintervoorspellingen. Wordt het kwakkelen of schaatsen? Sommige weerkundigen wagen zich eraan, andere vinden het nog veel te ver vooruit kijken.

Hinne Bokma
Commerciële weerbureaus wagen zich alweer aan een voorspelling voor de komende maanden. Weerman Piet Paulusma gaat uit van een koude winter. Het KNMI is sceptisch en wil niet aan dit spelletje mee doen. Het weerinstituut onthoudt zich zelfs van commentaar.
Als Paulusma’s weersvoorspelling voor de komende winter uitkomt, dan kunnen we in ieder geval in februari op de schaatsen. Paulusma verwacht dat februari 2012 liefst anderhalve graad kouder is dan normaal. Het is nog een heel eind weg, daarom geeft de Friese weerman aan zijn twijfels te hebben bij zijn eigen voorspelling. Eind november komt hij met een aangepaste verwachting.
Meer zekerheid biedt december. Volgens Paulusma wordt de laatste maand van 2011 een graad kouder dan normaal. Het aantal vorstdagen, waarbij het ’s nachts vriest, ligt tussen twaalf en achttien en het aantal ijsdagen, waarbij de temperatuur ook overdag onder nul blijft, ligt volgens Paulusma tussen vier en acht. Het ziet er naar uit dat we een winterse Kerst krijgen.
Na de koude decembermaand volgt een iets te warme januari. Deze maand zal een halve tot één graad warmer zijn dan normaal, zo luidt de verwachting van Paulusma. Maar in februari zal de winter weer toeslaan en kunnen we schaatsen. Paulusma gaat voorzichtig uit van vijftien tot achttien vorstdagen en acht tot tien ijsdagen. Maar deze prognose wordt dus eind november bijgesteld.
Voor de winterverwachting keek Paulusma naar La Niña, het zusje van El Niño. Bij El Niño is sprake van een sterke opwarming van het water in de oostelijke Grote Oceaan en dit kan een opwarmend effect hebben op het weer in Europa. Bij La Niña wordt het tegenovergesteld effect bereikt. In dat geval wordt het warme water voor de Zuid-Amerikaanse kust weggedreven en vervangen door een koude stroom.
In 2007-2008 werd de sterkste La Niña ooit gemeten en dat zorgde voor kouderecords in China en Noord-Amerika. Paulusma verwacht dat ook Europa tijdens de komende winter onder invloed van La Niña flink zal afkoelen.
Paulusma is vrij zeker van zijn zaak. ,,Ek foar de ôfrûne winters ha ik it waar aardich goed foarspeld.”
Met het geven van zijn wintervoorspelling komt Paulusma tegemoet aan de wensen van enkele media. ,,De minsken freegje der om.”

Drukgebieden

Ook Meteo Consult in Wageningen kwam deze week met de wintervoorspelling. Het weerbureau gaat eveneens uit van een koude winter. Het weerbureau kijkt vooral na de positie van de hoge- en lagedrukgebieden boven Europa.
Meteo Consult verwacht komende winter hoge luchtdruk boven IJsland en dat levert in West-Europa een koude oostelijke stroming op. Meteo Consult baseert zich op buitenlandse voorspellingen. Voor Groot-Brittannië worden zelfs temperaturen van -20 of lager verwacht en daar zal de komende winter veel sneeuw vallen.
Weerman Gerrit Hiemstra, die regelmatig in het NOS-journaal het weerpraatje verzorgt, heeft weinig vertrouwen in de wintervoorspellingen. ‘Altijd wordt een strenge winter voorzien. Het komt nooit uit’, twittert Hiemstra.
Weerstatisticus Klaas Ybema uit Workum hecht ook geen waarde aan de wintervoorspellingen. ,,It is fierstente fier foarút. Ik bin skeptysk”, aldus Ybema. Hij kan zich overigens wel voorstellen dat de commerciële weerbureaus met een voorspelling komen. ,,De minsken fine dat aardich om te witten.”
In het verleden dichtten onze voorouders een voorspellende waarde toe aan de beukennootjes. Vielen er in oktober veel nootjes, dan zou een koude of strenge winter volgen. Uit onderzoek waarbij de periode tussen 1930 en 1996 onder de loep is genomen, kwam echter naar voren dat er geen enkel verband bestaat tussen de hoeveelheid nootjes en de aard van de winter.
Volgens het KNMI zijn niet alleen de beukennootjes onbetrouwbaar voor een wintervoorspelling, maar geldt dat ook voor La Niña. Volgens het KNMI kan La Niña in Europa alleen invloed hebben op het winterweer in Scandinavië.

El Niño en La Niña

Vissersverdriet

Vissers in Peru merkten lang geleden al dat de vis in sommige jaren uitbleef en ze niets vingen. Oorzaak was het plotseling warmere water aan de kust, dat veel armer is aan voedsel.
Het verschijnsel deed zich meestal rond Kerst voor. Vandaar de naam El Niño (‘kerstkindje’) voor een periode waarin warm water zich ter hoogte van de evenaar langs de kust en over een groot deel van de Stille Oceaan uitstrekt.
Een koelere tijd wordt La Niña (het meisje) genoemd. El Niño doet zich onregelmatig voor, gemiddeld om de drie tot zeven jaar. De gevolgen van een El Niño voor het weer zijn tot in de wijde omtrek groot. Vooral temperatuur en neerslag worden beïnvloed: er valt overvloedig regen in droge woestijnen en het is droog waar het normaal veel regent.
De gevolgen van een La Niña zijn veel geringer. Het Caribisch gebied krijgt tijdens een La Niña in het algemeen meer tropische orkanen te verwerken dan tijdens een El Niño.
p www.KNMI.nl

Vertel een vriend | Reageer op dit artikel | Aantal reacties 0


Reacties:

regio
Familieberichten
Advertenties