De website frieschdagblad.nl maakt gebruik van cookies.
vrijdag 19 januari

Geloof & Kerkwoensdag, 21 september 2011

Houd regie over sluiting van je kerk en ontwikkel visie

Welke PKN-kerken er in Leeuwarden ook dicht gaan, het proces heeft in ieder geval een handboek over kerksluiting opgeleverd. Dat boek zou elk kerkbestuur moeten lezen.

Recensie
Lodewijk Born
Rinsumageast, Leeuwarden, Easterwierrum, Wirdum, Workum, het zijn allemaal plaatsen waar in het afgelopen decennium een laatste kerkdienst werd gehouden in een of meerdere godshuizen. Processen waaraan veel verhalen verbonden zijn. Iedere betrokkene zou er een boek over kunnen schrijven. Want als iets impact heeft in een (kerkelijke) gemeenschap is het de sluiting van een kerkgebouw.
Toen in 2009 besloten werd dat er meerdere kerken in Leeuwarden dicht moesten - op dat moment ging het nog om drie kerken - werd het Liet fan treast gecomponeerd en geschreven door Willem Abma. Kerkmusicus Marcus Veenstra zette het op muziek en Atze Bosch maakte een Nederlandse vertaling. ‘Schenk ons uw troost: de kerk is meer dan hout en steen’, zo luidt de laatste regel van het lied dat voor het eerst klonk in februari 2009 in De Schakel in Leeuwarden. Nu is die regel de titel geworden van het boek Meer dan hout en steen. Handboek voor sluiting en herbestemming van kerkgebouwen.

Afgedankt

Vanmiddag zullen Abma en Veenstra hun lied ten gehore brengen bij de presentatie van het handboek in Utrecht, in Museum Speelklok. Eigenlijk kan het niet toepasselijker. Hier staan honderden instrumenten die in de loop van de tijd werden ‘afgedankt’, maar die nog niets van hun allure missen. Datzelfde geldt voor veel van de kerkgebouwen die zijn gesloten. Sommigen die de sluiting ervan meemaakten hebben nog de opening ervan meegemaakt; het moment dat niemand nog kon bedenken dat één generatie kerken zou bouwen én weer afbreken.
Meer dan hout en steen is geschreven onder redactie van Harry Bisseling, Henk de Roest en Peet Valstar. Het is ontstaan uit een samenwerking van het oecumenisch Werkverband Kerkelijk Opbouwwerk en de Protestantse Kerk in Nederland (PKN). Directe aanleiding voor het handboek is de verwachting dat de komende jaren misschien wel duizend godshuizen moeten worden afgestoten.
Het is bedoeld voor bestuurders en leidinggevenden aan plaatselijke gemeenten en parochies, pastores en predikanten, gemeenteadviseurs, kerkelijk opbouwwerkers, en theologiestudenten. Die krijgen in 312 bladzijden college over ‘hoe het zou kunnen’, mochten ze ooit voor het beslissingproces staan om kerken te moeten afstoten of herbestemmen.
In het handboek komen alle mogelijke aspecten aan de orde waar een geloofsgemeenschap dan mee te maken krijgt. Het boek schetst de problematiek vanuit historisch perspectief en zet aan tot initiatieven voor kerkelijke gemeenten, overheden, particuliere en private instellingen om gezamenlijk op te trekken bij het beheren, afstoten of hergebruiken van de overtollige (maar vaak monumentale) kerkgebouwen.
De hoofdstukken worden onderbouwd door praktijkverhalen, ook uit Fryslân. De redactie was oecumenisch samengesteld; elf auteurs verleenden medewerking.
Hoe kon het dat al die gebouwen leeg raakten? Volgens de auteurs vormden de jaren zestig een ‘waterscheiding’ waar het gaat om de betrokkenheid bij kerk en christelijk geloof. ‘In deze periode raakte de cyclus van de overdracht van het geloof van generatie op generatie permanent verstoord.’ Gevolg: er zijn veel meer kerken dan er voor kerkgangers nodig zijn en die kerken zijn, ook vanwege de bouw en ouderdom, niet meer te betalen.

Positieve uitzondering

Fryslân en Zeeland zijn in de Protestantse Kerk nog een positieve uitzondering. Hier is de aanhang van de PKN het grootst. In Fryslân is meer dan een kwart van de bevolking lid van het grootste protestantse kerkgenootschap van ons land.
Het handboek zet de kerksluitingen die we in ons land meemaken ook in een breder, wereldwijd perspectief. Het gebeurt niet alleen ‘bij ons’ maar in heel West-Europa en, zij het wisselend, ook in de VS. Van de 11.000 lutherse gemeenten in de Verenigde Staten sloten er de laatste twaalf jaar 1153 de deuren. Het is een schrale troost maar tegenover de kerksluiting in het westen stond de groei van het christendom in Azië en Afrika. Op het laatste continent komen er 23.000 christenen per dag bij en die hebben dringend behoefte aan nieuwe kerkgebouwen.
Somber van toon is het boek niet: ‘Ook na 2020 zijn er nog meer dan 3000 kerkgebouwen in Nederland... tenzij het Koninkrijk van God morgen aanbreekt en de mensen zullen kunnen wonen in een huis met vele woningen’, schrijft hoogleraar praktische theologie prof. dr. Henk de Roest.
Jaap Broekhuizen beschrijft het gebouwenbeleid van grote kerkgenootschappen. Alleen in de PKN en in de R.-K. Kerk wordt er overkoepelend beleid op gemaakt. Bij kleinere protestantse kerkgenootschappen is het meestal regel dat de plaatselijke kerkenraad beslist over de mogelijke herbestemming van een overtollig kerkgebouw.
De helft van het boek gaat over de processen rond afstoten en sluiting van een kerk. Kerkverlating en afnemende kerkgang hebben ook een geestelijke problematiek. Daarbij wordt verwezen naar een hoofdartikel in het Friesch Dagblad. ‘Het geloof klopt niet in steen, hout en koper, maar in de harten van mensen. Hoe krachtiger de hartslag van het geloof van kerkmensen, hoe krachtiger het vermogen van de kerk tot behoud van mensen en tot werving van mensen’, stond daar onder meer in.
Prof. dr. Henk de Roest: ‘De commentator ziet het sluiten van kerken als een geestelijke zaak en het komt er voor hem dan ook op aan om op dat niveau beleid te ontwikkelen. Alleen als er een ‘geestelijke visie’ op de communicatie van het evangelie wordt geboden, vindt bemoediging plaats en komen mensen in beweging. Over die visie zou het gesprek moeten gaan, dan kan daarbinnen vervolgens ook over het sluiten van kerkgebouwen worden gesproken.’

Opnieuw beginnen

Visieontwikkeling en de identiteitsvraag gaan vooraf aan de vraag naar de middelen. ‘Krimp is mogelijk, maar ook groei. Kerken kunnen opnieuw beginnen... klein maar levensvatbaar’, aldus de redactieleden.
De middelen - geld en gebouwen en ander bezit - dienen voortdurend - niet alleen als ze afnemen - te worden betrokken op de vraag waartoe en voor wie de kerk in deze situatie en op dit moment dient, is hun pleidooi. ‘De vraag naar het beheer mag nooit los komen te staan van de vraag naar het inhoudelijke beleid.’
Maar wat als meerjarenbegrotingen tekorten laten zien en inkomsten niet meer vergroot worden? De verhuur en verkoop van kerkruimten geen soelaas meer biedt? Hoe neem je dan een besluit? Hoe communiceer je je afwegingen? Hoe kun je als leiding van een geloofsgemeenschap voorkomen dat de gemeenschap uit elkaar valt, of is dat niet te voorkomen?
Het handboek is geen wonderboek, maar laat wel zien dat de pijn van zoiets, mits goed voorbereid, te verzachten valt. Kernwoorden om een kerksluiting tot een goed einde te brengen zijn: draagvlak, helderheid, leiderschap, communicatie en invoelingsvermogen en medeleven. Bijvoorbeeld helderheid over ‘hoe de hazen lopen’ in het sluitingsproces. Dat kan door te wijzen op de PKN-kerkorde waarin regels staan en te vertellen dat de bisschop binnen de Rooms-Katholieke Kerk de uiteindelijke beslissingbevoegdheid heeft over hergebruik, herbestemming of afbraak.

Verdriet

Aan het verdriet van mensen over het mogelijk kwijtraken van hun gebouw moet in een vroegtijdig stadium aandacht worden besteed. ‘Weerstanden ontstaan als mensen het gevoel krijgen niet goed geďnformeerd te zijn, niet serieus genomen worden, niet begrijpen waarom deze operatie nodig is, de deskundigheid van mensen of groepen betwijfelen, enzovoorts.’ Het ‘onder de pet houden’ van relevante informatie is funest voor een gemeente of parochie die in een besluitvormingsproces zit, zo luidt een conclusie. ‘Nogal eens wordt de gemeente of de parochie met de beste bedoelingen – ‘de gemeente of de parochie is er nog niet aan toe’, ‘tien jaar geleden hebben we hier ook al ellende mee gehad’ – pas in een laat stadium geďnformeerd. De informatievoorsprong van bestuurders en leidinggevenden in de gemeente of de parochie wordt dan veel te groot en vormt een gemakkelijke voedingsbodem voor onderling wantrouwen.
Er wordt gepleit voor een veelheid aan communicatiemogelijkheden om mensen te informeren en een open contact met de pers en bij voorkeur één woordvoerder aan te stellen.
Bij een kerksluiting zelf kun je heel veel goeds doen. Door de rouwbegeleiding na de laatste dienst en het vertrouwd raken met de nieuwe plek om te kerken te faciliteren. Uiteindelijk blijkt het sluiten van kerken een veel geestelijker bezigheid te zijn dan velen beseffen, vol met rituelen en markeermomenten.
Als best practice komt onder meer de Protestantse Gemeente Sneek aan de orde. Een plek waar in 2005 nog zes fulltime predikanten waren en zes kerken. Er werd gekozen voor mensen in plaats van stenen, met een vernieuwing van de kerk als gevolg, zelfs via bloeiend jeugdwerk (Geestdrift). En zo lezen we ook van goede voorbeelden in Etten-Leur, Arnhem en Tubbergen.
Het kerkelijk landschap komt er anders uit te zien. Niet alleen het aanzien van de kerken, meer nog wat betreft het gebruik ervan. Daar gaan ingrijpende processen aan vooraf, die een lange adem vragen, maar je bent niet slechts toeschouwer. Er is regie en een regisseur nodig. Leidinggevenden in kerken weten nu in ieder geval welk boek ze in die regisseurstoel kunnen gaan lezen.
* Meer dan hout en steen. Handboek voor herbestemming en sluiting van kerkgebouwen. Harry Bisseling, Henk de Roest & Peet Valstar (red). Boekencentrum, 24,50 euro

Vertel een vriend | Reageer op dit artikel | Aantal reacties 0


Reacties:

Geloof & Kerk
Familieberichten
Advertenties