De website frieschdagblad.nl maakt gebruik van cookies.
zaterdag 21 april

Hoofdartikelwoensdag, 21 september 2011

Van de oppositie heeft Rutte weinig te vrezen
De week van Prinsjesdag is de hoogtijperiode van onze democratie. De regering ontvouwt haar plannen aan het volk, gesymboliseerd door de koningin die de troonrede voorleest ten overstaan van de Staten-Generaal. Zelfs het uitlekken van de miljoenennota doet daar weinig vanaf: Prinsjesdag draait grotendeels om deze symboliek en die bleef recht overeind staan.
Vervolgens is de Tweede Kamer nu twee dagen lang in debat met de regering over de plannen. Deze Algemene Beschouwingen zijn het belangrijkste Kamerdebat van het jaar. Niet alleen de regering laat dan zien waar ze staat, maar ook de Kamerfracties doen dat. Bovendien gaan ze uitgebreid met elkaar in debat. Voor een politiek leider is het belangrijk om er dan te staan. Wie glanst, heeft de komende tijd de wind mee; wie schuttert krijgt het moeilijk.
Om te laten zien dat er geen kritiek uit de losse pols gegeven wordt, presenteren alle oppositiepartijen tegenbegrotingen. Alleen de SGP en Partij van de Dieren laten dit achterwege. Meer dan het maken van een goede sier is die begroting vaak niet, de meeste voorstellen zijn volstrekt kansloos.
Twee dingen zijn al wel duidelijk. Een: er is een groot verschil in de beleidskeuzes van de regeringsfracties; van de PVV enerzijds en die van de oppositiepartijen. Dat is een belangrijke constatering. Bij diverse onderwerpen valt de regering terug op een andere partij dan gedoogpartner PVV. Dit kan ten onrechte de illusie opwekken dat het kabinet wel in een veilige positie zit; ze zoekt en vindt voor alles wel een meerderheid. Maar uiteindelijk vinden PvdA, SP, D66, GroenLinks en ChristenUnie het beleid dat dit kabinet voert, niets.
Het tweede dat opvalt is dat er van een linkse samenwerking weinig terecht is gekomen. In plaats van een tegenbegroting vanuit de oppositie liggen er nu vijf.
De ChristenUnie heeft, om begrijpelijke redenen, zich altijd al weinig gelegen laten liggen aan een linkse samenwerking. En D66 ziet zichzelf als liberale middenpartij en heeft meer met de VVD dan met de SP. Maar zelfs PvdA, SP en GroenLinks zijn niet in staat gebleken om hun krachten te bundelen. Het uiteindelijke doel van een oppositiepartij moet volgens de Britse politiek wijsheid zijn: to turn the rascals out, zoiets als: knikker die lui er uit. Maar voor oppositiepartijen is het bestrijden van het kabinet net zo belangrijk als het in een goed blaadje komen ervan, mocht de coalitie niet meer op de steun van Geert Wilders rekenen.
Opvallend aan de verschillende tegenbegrotingen is dat alle partijen uitgaan van de bezuiniging van 18 miljard euro op de rijksbegroting in vier jaar tijd. Een jaar geleden was dit nog zeer omstreden. De formatie van een Paars-plus kabinet mislukte omdat PvdA en VVD geen compromis konden bereiken over het bezuinigingsbedrag. Voor de VVD was de 18 miljard een harde eis, de PvdA vond het te hoog.
Maar nu is de 18 miljard euro ook het denkraam voor de andere partijen. Terwijl er genoeg economen zijn die beweren dat al te zeer bezuinigingen in deze financiŽle onzekere tijden helemaal niet verstandig zijn. Het IMF heeft zich in dezelfde zorgelijke zin geuit.
De conclusie: zoals zo vaak heeft ook dit kabinet weinig te vrezen van de oppositie. Mark Rutte heeft meer te duchten van Geert Wilders dan van Job Cohen.

Vertel een vriend | Reageer op dit artikel | Aantal reacties 0


Reacties:

hoofdartikel
Familieberichten
Advertenties