De website frieschdagblad.nl maakt gebruik van cookies.
dinsdag 26 september

Geloof & Kerkdinsdag, 20 september 2011

Plaisier: pas op voor radicalisering in IsraŽldebat
Nijkerk - Exclusieve solidariteit met IsraŽl of met de Palestijnen kan snel leiden tot radicalisering en polarisatie in de kerk. ĄAls ik soms lees of hoor hoe fel er van beide kanten op broeders of zusters wordt ingehakt, is dat een gevaar voor de kerkĒ, waarschuwde dr. Arjan Plaisier gisteren in Nijkerk.
De scriba van de Protestantse Kerk in Nederland (PKN), sprak daar tijdens een studiedag over het manifest Onopgeefbaar verbonden. De bijeenkomst was georganiseerd door het Platform Kerk en IsraŽl en het IsraŽl Beraad binnen de Protestantse Kerk.
In het manifest, opgesteld door een werkgroep vanuit de Gereformeerde Bond, het Confessioneel Gereformeerd Beraad en het Evangelische Werkverband in de Protestantse Kerk en enkele sympathisanten uit de Confessionele Vereniging (op persoonlijke titel), staat onder meer dat de kerk geroepen is solidair te zijn met IsraŽl en op te komen voor het bestaansrecht van de staat IsraŽl.
Dr. Plaisier noemde de notitie een Ąprikkelende bijdrageĒ en een Ągepassioneerde stemĒ waarin geprobeerd wordt de trouw van God aan IsraŽl serieus te nemen. ,,Het is van groot belang dat IsraŽl nu een thuisland heeft. Het zou een ramp zijn wanneer dat thuisland zou verdwijnen. Het jaar 1948 is een teken van Gods trouw. Een opgejaagd volk heeft nu een eigen plekje onder zon.Ē
De opstellers van de notitie nemen het lot van de Palestijnen echter Ąniet echt serieusĒ, vindt hij. ĄVervelend die checkpoints, maar het zijn toch vooral de eigen leiders die daar de schuld van hebben. En: kritiek op IsraŽl mag binnenskamers worden geleverd, maar verder moeten we ons klip en klaar achter de staat IsraŽl scharen.Ē Dat is te kort door de bocht.
Aan de andere kant zijn de Palestijnen niet enkel en alleen slachtoffers. ĄDie eenzijdigheid is in sommige kringen van Sabeel te vinden. Daar wordt de zwarte piet van het conflict in het Midden-Oosten exclusief bij IsraŽl gelegd. Daar dreigt IsraŽl de Ďbad guyí te worden, waartegen de Ďgood guyí, de Palestijnse leiders, gunstig afsteken, waarbij over Hamas niets gezegd wordt, evenmin als over de vaak dubieuze rol van de Arabische landen. En waarbij het smeulende en soms openlijk uitbrekende antisemitisme nauwelijks wordt genoemd.Ē
De scriba van de Protestantse Kerk bracht ook theologische bezwaren naar voren. Het manifest gaat volgens hem te veel uit van het schema dat God eerst de joden uit alle landen bijeen zal brengen in een eigen land, en dat vervolgens de Messias zal komen. ĄZo kun je misschien bepaalde teksten uit het Oude Testament lezen, maar nu wordt dit wel gepresenteerd als dť lezing van de profeten. Daar komt bij dat deze uitleg in het Nieuwe Testament geen steun vindt.Ē

Staatsvorming

Het ontbreekt de opstellers van de notitie aan een Ąbescheiden poging de tekenen van de tijden te duidenĒ. In plaats daarvan hanteren ze Ąeen normatieve geschiedenisvisie: dit doet God, zo werkt Hij, dat moeten we geloven.Ē Daardoor komt er druk op de gewetens te liggen, aldus de scriba. ĄImmers, nu můeten we de staatsvorming van IsraŽl als Gods werk zien. Dan kunnen we ook niet anders dan daar helemaal achter te gaan staan. Dan zijn verwijzingen naar het internationale recht maar doekjes voor het bloeden. Hier is God. En: zo wil God het. Wat kan ik anders doen dan dit ook te willen? Maar weten we niet tot welke ongelukken dit heeft geleid?Ē
Plaisier herhaalde nog eens dat de Protestantse Kerk een boycot van IsraŽlische producten niet zal steunen. ĄEen boycot doet teveel denken aan de bordjes ĎBei Juden nicht kaufení tijdens de Tweede Wereldoorlog. Dat kunnen wij niet over onze lippen krijgen.íí
Het Platform AppŤl Kerk en IsraŽl is gisteren een handtekeningenactie begonnen om het beleid van de Protestantse Kerk in Nederland (PKN) inzake IsraŽl te wijzigen. Het platform wil tot 1 december dit jaar Ąenkele duizenden handtekeningenĒ verzamelen en aanbieden aan het moderamen van de synode van de Protestantse Kerk.
De volledige tekst van de lezing van dr. Arjan Plaisier:

Onopgeefbaar verbonden, een reactie

ĎOnopgeefbaar verbondení, zo luidt de titel van de brochure die we enige weken geleden als moderamen mochten ontvangen. Een werkgroep uit de geledingen van een drietal modalitaire organisaties in onze kerk hebben er hard aan gewerkt. Het resultaat is een mooi uitgegeven boekje. Het uiteindelijke product heeft steun gekregen van deze drie modaliteiten in onze kerk. Daarmee is het een boekje waarin een stem uit onze kerk duidelijk tot klinken is gebracht.

De opdacht van de kerk

Volgens de Kerkorde van de Protestantse Kerk is de kerk geroepen het gesprek met IsraŽl te zoeken en gestalte te geven aan de verbondenheid met het volk IsraŽl. (Ordinantie 1.2.1) Ook is de generale synode opgedragen het onderzoek van de Heilige Schrift ten aanzien van vragen met betrekking tot IsraŽl te bevorderen en leiding te geven aan de verdieping en verbreding van het inzicht van de kerk in de weg van God met IsraŽl (Ord. 1.2.2). Dit boekje staat in dat teken. Het richt zich vooral op het de verdieping en verbreding van het inzicht van de kerk in de weg van God met IsraŽl. Het is dus niet zozeer het gesprek met IsraŽl dat hier wordt nagestreefd als wel een visie over IsraŽl. Het gaat om een christelijke visie op IsraŽl.

De trouw van God

Belangrijk onderdeel van de hier ontwikkelde visie is de trouw van God aan IsraŽl. Terecht worden teksten geciteerd die hier duidelijk de aandacht op vestigen. Kroongetuige hierbij is de apostel der heidenen, Paulus, die zelf jood (zoals alle apostelen trouwens) intensief met IsraŽl heeft geworsteld.
In de brochure wordt aangesneden hoe deze Bijbelse noties in de traditie van kerk en theologie zijn verdonkeremaand. Ook wordt duidelijk hoe deze theologie vaak als een legitimatie voor antisemitisme heeft gewerkt. De kerk heeft deze les met schade en schande geleerd. Het is goed dat deze brochure dit nogmaals in herinnering roept. De vervangingstheologie, waarin de kerk in plaats van IsraŽl gekomen is, en IsraŽl daarmee afgeschreven is, wordt ferm afgewezen. De vertaling van de Statenvertaling van Romeinen 11:17 wordt verworpen ten gunste van de vertaling van het NBG: de heidense takken zijn niet in plaats van de joodse, maar tussen die van IsraŽl geplaatst.
Daarbij moet bedacht worden dat we praten over een volk dat er nog steeds is, ook al is het niet gemakkelijk dit volk te definiŽren. Die vraag is in de tijd van Paulus niet relevant geweest, nu is die vraag veel ingewikkelder. Maar hoe dit ook zij, er is een volk van IsraŽl. Wanneer we over de trouw van God aan IsraŽl praten, kunnen we daar niet omheen. Vandaag leeft dit volk voor een deel in IsraŽl en voor een deel erbuiten. Zoals het in de lange geschiedenis na de verwoesting van de tempel vooral een geschiedenis is geweest van een volk dat buiten het land van de voorouders heeft gewoond.

IsraŽl, een mysterie

IsraŽl heeft niet afgedaan, de trouw van God aan IsraŽl en de beloften zijn Ďonberouwelijkí. Het is noodzakelijk dat heiden-christenen daar oog voor hebben. We staan hier volgens Paulus voor een mysterie, een geheimenis. Het mysterie van IsraŽl. Het mysterie van de weg van God met IsraŽl. Dat is een gewichtige zaak. Dat geheimenis is nog steeds een geheimenis, ook al heeft Paulus er wat over gezegd. Er iets van openbaar maken is wat anders dan het als een cryptogram oplossen. Paulus zegt er net genoeg over om ons van hoogmoed te weerhouden en ons te verheffen boven IsraŽl. Een mysterie waar wij ons niet op de verkeerde manier in moeten mengen. We kunnen IsraŽl tot jaloersheid brengen, dat is het handelingsperspectief dat aan dit geheimenis zit (en waar we helaas bitter weinig van terecht hebben gebracht), maar veel meer dan dat zit er toch niet in. Geen jodenzending, zo stelt de brochure en ik kan daar alleen maar mee instemmen. Wel verwachting voor IsraŽl. En dat, omdat Gods trouw sterker is dan onze ontrouw, onze heidense ontrouw en de joodse ontrouw, onze hardleersheid en die van het joodse volk. Uiteindelijk leven we allemaal van de genade van God door Jezus Christus, in wie God zijn laatste woord gesproken heeft.

De landbelofte

Een belangrijke kern van dit boekje gaat over de landbelofte. In de brochure wordt gesteld dat aan IsraŽl het land is beloofd als een eeuwigdurend bezit. Geconstateerd wordt, dat hier in het Nieuwe Testament eigenlijk niet veel over staat, maar dat wordt verklaard uit het feit dat dit alles is verondersteld. Een argument e silentio. Over de landbelofte is al veel geschreven en gediscussieerd. Ik kan dit nu slechts kort aanstippen. Hoe moeten we de landbelofte verstaan? Is er grond in het Nieuwe Testament dat het koninkrijk van IsraŽl weer opgericht gaat worden? Zelfs in Romeinen 9 tot 11, waar Paulus zo uitgebreid op het Joodse volk ingaat, geen letter hierover. Eigenlijk vind ik er niets expliciets over.
In het boekje wordt betoogd dat deze onverkort blijft gelden. Dat er een Rijk van IsraŽl zal komen, in Palestina, de oprichting van het rijk van David, met Jeruzalem als hoofdstad. In de brochure wordt een zwaar accent gelegd op een bepaald soort heilshistorie. Een historie die op grond van EzechiŽl 37 twee fasen kent. Eerst zal God de joden uit de wereld bijeen brengen in het eigen land. Dat is de eerste fase van de vervulling van de beloften. Daarna, als tweede fase, en tevens het einde volgt dat de Messias, Jezus, terugkomt, en het Joodse volk deze Messias zal aannemen. Met stelligheid wordt beweerd dat die eerste fase is aangebroken. God werkt nu onder ons. Daar is ook een handelingsperspectief aan gebonden. Wij moeten dit werk erkennen en daarom voluit achter IsraŽl gaan staan. Bij deze eerste fase hoort namelijk niet alleen het bijeenbrengen van de Joden en de oprichting van een eigen Rijk, maar ook het woeden van de heidenen tegen dit land en dit volk. Ook dat zien we gebeuren, waarbij gesteld wordt dat het vooral de islam is die de motor achter dit verzet zit. De kerk kan hier niet teveel aan doen, ze moet het proclameren en intussen solidair zijn met IsraŽl. Zij moet zich niet teveel gelegen laten liggen aan de Verenigde Naties en het internationale recht. Dat is maar mensenwerk, terwijl het gaat om Gods werk. Dat is de kernboodschap.

Een eenduidige Schriftuitleg

Ik maak bij dit concept een aantal kritische opmerkingen. In de eerste plaats het schema zelf: dat God de joden uit alle landen bijeen zal brengen, dat ze zullen wonen in een eigen land, en zo wordt min of meer gesuggereerd in een eigen staatsbestel, en dat vervolgens de Messias zal komen. Zo kun je misschien bepaalde teksten uit het Oude Testament lezen, maar nu wordt dit wel gepresenteerd als dť lezing van de profeten. Hebben we in de loop van de geschiedenis van de Schriftuitleg niet vaker zulke stellige lezingen gezien? En hebben we daar vaak ook niet op moeten terugkomen? Daar komt bij deze uitleg in het Nieuwe Testament geen steun vindt. In de Apocalypse komen we het schema niet tegen. Ook in de andere apocalyptische gedeelten in de evangeliŽn niet, in ieder geval niet duidelijk.

Christologie

Mijn grootste bezwaar is echter dat de christologie te kort komt. Het heil is in Jezus Christus, dat is de doorslaande verkondiging van het Nieuwe Testament. In Hem heeft God beslissend gehandeld. Dit heil in Christus is eerst voor de jood en ook voor de Griek. En volgens Paulus is er dan ook een moment waarop gezegd wordt: eerst de heidenen en dan IsraŽl. De incarnatie is het scharnier waar alles om draait. In Jezus Christus is alles nieuw geworden. Dťze Jezus, die gestorven is en opgestaan, verwachten we, naar de volle ontplooiing van dit heil zien we uit. En hier en nu mogen we dit heil al ontvangen en ervaren. Hier en nu ontvangen we de belofte van het eeuwige leven. En hier en nu ontstaat de nieuwe gemeenschap, van joden en heidenen, die elkaar mogen begroeten in Jezus naam. Daarin draait het overigens niet meer om Jood of Griek, want in Jezus Christus zijn wij ťťn.
Dit krijgt in de brochure geen aandacht. Dat kan natuurlijk zijn omdat het om iets anders gaat, maar dat andere is een visie op de geschiedenis. Het is een visie op het handelen van God. Dat is een handelen dat uit twee fasen bestaat, waarbij de relatie van de eerste fase met het heil in Christus niet evident is. Daarbij gaat het niet om een bescheiden poging de tekenen van de tijden te duiden, maar om een normatieve geschiedenisvisie: dit doet God, zo werkt Hij, dat moeten we geloven.
In feite gaan de schrijvers van de brochure mee met de vraag van de discipelen aan het begin van het boek Handelingen waar gesproken wordt over het herstel van het koningschap over IsraŽl (Handelingen 1:6). De zaak waar het hier om gaat is kennelijk niet verkeerd, alleen zijn de discipelen Ďevení vergeten dat kruis en opstanding er bij zijn gekomen. Ik kan niet anders lezen dan dat Jezus toch niet veel meer is dan een variant op de verwachting van het koningschap van IsraŽl, het inbezit nemen van het land en het leven onder de nazaat van koning David. Vervolgens zullen de volkeren daar dan in delen. De variant die Jezus heeft aangedragen is dat het eerst door kruis en opstanding heen moet. Dat komt mij over als: er moest eerst nog een offer van verzoening worden gebracht (kruis) en de aanvaarding van dat offer (opstanding), maar verder kunnen alle lijnen van een vooral aardse vervulling van de beloften van het Oude Testament doorgetrokken worden. De radicaliteit van de vervulling wordt zo zeer sterk afgezwakt. Een rede als die van Stefanus in Handelingen 6 verdwijnt in feite volkomen naar de achtergrond. Op de heilsverwachting van Nieuwe Testament wordt een zware hypotheek gelegd.
Ik vind dit een gevaarlijke verschuiving. Zeker, er zijn apocalyptische beelden in de Schrift. Ook in het Nieuwe Testament. Zoals in de Openbaring van Johannes. Maar wij weten allemaal dat deze niet bedoeld zijn om ons een blauwdruk van de geschiedenis te geven. Het evangelie is Christusgetuigenis. God maakt alle dingen nieuw door de Messias. Het nieuwe Jeruzalem zal neerdalen vanuit de hemel op aarde als een geschenk van God. Het Lam zal het licht zijn, voor jood en heiden. Nu krijgt de verkondiging van het evangelie en de verwachting van het rijk van Christus er een tweede bij. Naast het evangelie is er een normatieve visie op de geschiedenis. Hiermee komt er een druk op de gewetens te liggen.

God wil het

Immers, nu můeten we de staatsvorming van IsraŽl als Gods werk zien. Dan kunnen we ook niet anders dan daar helemaal achter te gaan staan. Dan zijn verwijzingen naar het internationale recht maar doekjes voor het bloeden. Hier is God. En: zo wil God het. Wat kan ik anders doen dat dit ook te willen? Maar weten we niet tot welke ongelukken dit heeft geleid? Kunnen we hier verder komen dat voorstellen, dan hints en aanwijzingen, die in ieder geval speelruimte overhoudt voor de vrijheid van kerk en christen? Ik vind dit hiermee vreemd vuur op het altaar wordt gelegd, dat de christelijke vrijheid in gevaar brengt.
Overigens heb ik analoge vragen bij het Kairosdocument. Daar lijkt hťt kwaad, dť zonde dat van de bezetting te zijn van het land, en hťt heil de bevrijding van de bezetting en het leven in een land waar Palestijnen tot hun recht komen, of dit nu in een eigen staat is, zoals nu vooral wel de gedachte is, of in ťťn staat waarin beide volkeren samen wonen. God wil de bevrijding van de bezetting, God wil de zonde van de bezetter keren en het heil zal komen wanneer dit onheil is afgewenteld. Ook hier wordt een grote druk uitgeoefend op de gewetens. De kerk moet kiezen, partij kiezen, zal profetisch moeten zijn. Eigenlijk hoeft de kerk helemaal niet profetisch te zijn maar zich te scharen achter anderen die zich als profetisch beschouwen. Dan begin ik onrustig te worden, en me af te vragen of ook hier geen kortsluiting ontstaat, zonder daarmee te beweren dat de kerk dan maar helemaal moet zwijgen.
Is deze neiging om de eigen zaak zo met Gods zaak te identificeren overigens de reden waarom het spreken over deze thematiek zo gemakkelijk kan ontaarden in polarisatie? God wil het, dat leidt al snel tot radicalisering. Als ik soms lees of hoor hoe fel van beide kanten gesproken wordt en hoe fel er van beide kanten op ingehakt wordt, vrees ik dat daar juist hier de aanleiding voor ligt. Ik vind deze felheid waarbij broeders en zusters soms ongenadig de maat wordt genomen, een gevaar voor onze kerk, waar ik ernstig voor wil waarschuwen.

Geen spiritualisering

Betekent dit nu de vlucht in een veilige spirituele hemel? Nee. God verlost de wereld. Wij geloven in de opstanding van de doden. Wij geloven in een nieuwe hemel en een nieuwe aarde. Wij geloven in de erfenis van Jezus Christus. Daar moeten we het bij laten. Dan blijven we gericht op Jezus Christus. Dan blijven we geloven dat in Hem de beloften ja en amen zijn. Dan houden we hoop. Dan mogen we op grond van Gods trouw geloven dat Jezus Christus niet van zijn volk mag worden gescheiden, dat zij de eerste adressanten blijven en nooit uit het zicht van God zullen verdwijnen. Hoe en of hier een landbelofte voor IsraŽl in past, en op welke wijze God het heil zal realiseren, kunnen we beter open laten. Dat ligt niet in onze hand. Gods trouw aan IsraŽl wordt niet opgeheven, dat staat, dat is genoeg. En wat wij te verwachten hebben? In ieder geval een ontvouwing zijn van de vervulling van Gods beloften in Jezus Christus. In hem zijn alle dingen nieuw gemaakt en dŠt zal volledig worden geopenbaard en volledig zijn beslag krijgen. Daar past mijns inziens een wel zeer stellig patroon van heilsgeschiedenis dat zich niet streng uit de incarnatie, het kruis en de opstanding ontvouwt niet bij.

IsraŽl vandaag

IsraŽl is een realiteit. De trouw van God is geen fantoom. Eeuwen lang heeft God IsraŽl in stand gehouden, juist ook in het kruis dat dit volk heeft gedragen. Het is een analogie van het kruis van Christus. Het is niet vernietigd in de gaskamers. Het is van groot belang dat IsraŽl nu een thuisland heeft. Dat is de concrete existentie van IsraŽl nu, vandaag. Het zou een ramp zijn wanneer dat thuisland zou verdwijnen. 1948 is een teken van Gods trouw. Een opgejaagd volk heeft nu een eigen plekje onder zon. Het is een analogie van de opstanding van Christus. Niet minder, maar ook niet meer. Terecht wordt in de nota genoemd dat dit niet alles zonder kleerscheuren en bloed zweet en tranen is gegaan. Dat voor Palestijnen een en ander een ramp is geweest. Dat is inderdaad waar. Alle licht hier in de geschiedenis draagt zijn eigen duisternis met zich mee. Politiek is altijd ook geweld. Dat is voor mij ook al een aanwijzing, dat we op moeten passen dat wereldse gebeurtenissen een eenduidige vervulling van profetieŽn zijn, die dan als een keten van het heil wordt gezien. Er zijn slachtoffers, ook van de exodus. Dat mogen we eerlijk onder ogen zien. Zonder daarmee een klok te willen terugdraaien of het bestaansrecht van IsraŽl ter discussie te stellen.
Het valt me daarbij op dat in de nota het lot van de Palestijnen niet echt serieus wordt genomen. Vervelend die checkpoints, maar het zijn toch vooral de eigen leiders die daar de schuld voor dragen. En: kritiek op IsraŽl mag binnenskamers worden geleverd, maar verder moeten we ons klip en klaar achter de staat IsraŽl scharen. Bewijzen we IsraŽl daar echt een dienst mee? Beseffen we niet dat de idee van het groot IsraŽl van minister Lieberman een gevaarlijke factor is in de huidige situatie? Nee, ik maak van de Palestijnen niet alleen slachtoffer. Dat vind ik de eenzijdigheid die in sommige kringen van Sabeel. Daar wordt de zwarte piet van het conflict in het Midden-Oosten exclusief bij IsraŽl gelegd. Daar dreigt IsraŽl de bad guy te worden waartegen de good guy, de Palestijnse leiders, gunstig afsteken, waarbij over Hamas niets gezegd wordt, evenmin als over de vaak dubieuze rol van de Arabische landen. En waarbij het smeulende en soms openlijk uitbrekende antisemitisme nauwelijks wordt genoemd. Dat helpt evenmin. Exclusieve solidariteit zal een oplossing niet naderbij brengen. Tot exclusieve solidariteit, waarbij vragen van recht en gerechtigheid buiten beeld blijven, zijn we niet opgeroepen.

Antisemitisme

Zoals gezegd: IsraŽl is een realiteit. Solidariteit met IsraŽl als steun voor IsraŽl dat een thuisland heeft, is volkomen terecht. Wij hebben IsraŽl geen ruimte gegeven. Nu heeft IsraŽl een eigen land. We mogen geen voedsel geven aan de latente angst van IsraŽl straks weer te moeten gaan zwerven. We zullen die latente angst moeten horen en tot ons laten spreken. Het zou een ramp zijn wanneer IsraŽl verdween. De tekenen zijn niet gunstig. IsraŽl kan zich terecht bedreigd voelen. Alleen: juist dan helpt het niet te dromen over een groot IsraŽl, juist dan zal van beide kanten de oprechte wens moeten zijn de vrede te zoeken, juist dan zal van beide kanten gezocht moeten worden naar recht en gerechtigheid, voor allen, juist dan zal kritisch gekeken moeten worden naar wat dit alles in de weg staat of juist tegenwerkt. En vooral, juist dan zal er gewerkt moeten worden aan ontmoeting en verzoening.

De rol van de kerk

Daarmee zijn we bij de rol van de kerk aangekomen. De rol van de kerken in het Westen en zo ook die van de Protestantse Kerk. Die rol moeten we niet overdrijven. Niet zwijgen, maar ook niet al te veel profetische getuigenissen over een complexe situatie die niet tot onze directe context behoort. Niet al te grote statements die vaak bedoeld zijn voor de eigen achterban. En vooral: werken aan verzoening, of liever: al die initiatieven die op verzoening, ontmoeting en begrip gericht zijn, ondersteunen. Dat zal de kerntaak moeten zijn van de kerk.
Tot slot, onopgeefbaar verbonden is een prikkelende bijdrage, een stem, een gepassioneerde stem, een stem waarin geprobeerd wordt de trouw van God aan IsraŽl serieus te nemen en materiaal aandraagt om de relatie met IsraŽl te doordenken. Een stem die zeker oproept tot tegenstemmen, maar juist zo blijven we in onze kerk met elkaar in gesprek over dit aangelegen thema.
Arjan Plaisier

Vertel een vriend | Reageer op dit artikel | Aantal reacties 1


Reacties:


Het is diep triest dat een groep als Sabeel zo de discussie in de PKN gekaapt heeft. Een groep die zegt op te komen voor Palestijnse christenen, maar dat niet doet. Terwijl christenen in Israël het goed hebben, vluchten ze weg uit alle andere (islamitische) landen in de regio.

Dat komt omdat vervolging, discriminatie, pesterijen, intimidatie en gedwongen bekeringen van christenen daar de dagelijkse praktijk zijn.

Van Nigeria tot Pakistan en van Irak tot de Palestijnse gebieden. Het leidt tot een massale uittocht van christenen uit het Midden-Oosten, nota bene de bakermat van het christendom. Nu al leven er meer Palestijnse christenen in Chili dan in de Palestijnse Gebieden.

In de geboortestad van Jezus, Bethlehem, gelegen in autonoom Palestijns gebied, is het percentage christenen gedaald van meer dan 75% in 1948 tot minder dan 15% nu. Die daling zette al in toen Bethlehem nog illegaal bezet was door islamitisch Jordanie, van 1948 tot 1967. De verwachting is dat het nog ongeveer een generatie zal duren, dan zullen er helemaal geen christenen meer wonen in Palestijns gebied.

Maar daar sluit Sabeel de ogen voor. Want vanuit hun bevrijdingstheologie is alleen Israël een boosdoener, dat werkt immers samen met 'het imperialistische Amerika'.


Likoed Nederland, Amsterdam - donderdag, 6 oktober 2011


Geloof & Kerk
Familieberichten
Advertenties