De website frieschdagblad.nl maakt gebruik van cookies.

donderdag 14 december

Geloof & Kerkdinsdag, 15 maart 2011

Prof. Postma ‘fellow’ protestantse boekcultuur aan Vrije Universiteit
Franeker universiteit was populair onder Hongaren

Amsterdam - Prof. dr. Ferenc Postma is maar even weg geweest van de Vrije Universiteit (VU) in Amsterdam. In november ging hij met emeritaat, per 1 januari is hij weer benoemd. Als ‘fellow’ gaat hij zich bezighouden met de protestantse boekcultuur, en dan vooral met de historische culturele betrekkingen tussen Nederland en Hongarije.

Door Maarten Stolk.
Ferenc Postma (65), geboren uit een Hongaarse moeder en een Friese vader, doet al jaren onderzoek naar de historische intellectuele relaties tussen Hongarije en de Nederlanden. En dat blijft hij doen, ook als buitengewoon hoogleraar aan de Károli Gáspár Universiteit te Boedapest.
Als jongen kwam Ferenc Postma regelmatig in Franeker, vlak bij zijn woonplaats Dronryp. Maar pas tijdens een congres in het Hongaarse Debrecen in 1984 stuitte hij op het feit dat in het verleden vele honderden Hongaren theologie studeerden aan de universiteit te Franeker, die in 1585 was gesticht. Het werd het begin van een intensief onderzoek naar de Hongaars-Nederlandse betrekkingen. Postma promoveerde in 1995 in Boedapest op de academische publicaties van de Hongaren aan de Franeker universiteit.

Stemmig zwart

„Franeker gold als het calvinistische Sion”, zegt Postma in de woonkamer van zijn huis in Venlo. „In het midden van de zeventiende eeuw bepaalden de Hongaarse studenten zelfs
in belangrijke mate het straatbeeld van het Friese stadje, gelet op het grote aantal inschrijvingen van die tijd.”
Uit het zogeheten Album studiosorum blijkt dat er in totaal meer dan 1200 Hongaren in Franeker hebben gestudeerd, vooral in de theologie. Postma vermoedt dat het werkelijke aantal nog aanzienlijk hoger ligt, afgaande op de vele reisverslagen, dagboeken en briefwisselingen die bewaard zijn gebleven.
De Hongaarse studenten, vaak herkenbaar aan hun stemmig zwarte kleding, voelden zich volgens Postma thuis aan de Friese universiteit. „Ze werden er hartelijk en gastvrij opgevangen. Franeker was een kleine, rustige en goedkope stad.
De studenten kwamen elkaar op straat tegen en hadden een goede band met de hoogleraren. Bij professor Gulielmus Amesius woonden er zelfs een paar in huis. Je kunt het je zo voorstellen: bij het ontbijt spraken ze al met elkaar over het verstaan van de Heilige Schrift, daarna op college, en ’s avonds thuis nog weer.”
Maar de diepste oorzaak van de aantrekkingskracht van Franeker ziet hij toch in het geestelijke klimaat aan de universiteit. Dat wordt gesymboliseerd in haar devies: ‘Christo et ecclesiae’ - gewijd aan de dienst aan Christus en de kerk.

Bezet

De Hongaarse studenten ‘dronken’ in Franeker de calvinistische theologie in. Toch worstelden ze vaak met andere problemen dan de Nederlandse godgeleerden. „Een groot deel van Hongarije was door de Turken bezet. Velen vroegen zich af of dit een straf was van God vanwege de zonden van het volk. Zoals Israël tussen de grootmachten Assyrië en Egypte in lag, zo bevond het Hongaarse Sion zich tussen het Turkse en het Habsburgse Rijk in. In de profetische teksten van het Oude Testament probeerden de Hongaarse theologen de verlossing van hun volk af te lezen.”
Bezuinigingen in de achttiende eeuw betekenden de doodsteek voor de Franeker universiteit. De buitenlandse studenten - in de periode 1620-1670 meer dan 40 procent van het totaal - bleven meer en meer weg. Toch bleven de Hongaarse ‘studiosi’ komen, vrijwel tot het einde toe. Voor de Franeker universiteit viel - door toedoen van Napoleon - het doek definitief in 1811, nu 200 jaar geleden.

Catalogi

Het ‘fellowship’ van Postma is verbonden aan het Studiecentrum voor Protestantse Boekcultuur van de VU. Het is de bedoeling om de bijzondere collecties van de universiteitsbibliotheek -bijvoorbeeld handschriften en gedrukte werken van vóór 1900 - beter zichtbaar te maken. Postma zal onder meer lezingen geven en bijdragen aan tentoonstellingen, symposia en culturele activiteiten voor een breder publiek.
Heeft hij al concrete ideeën? „Het onderzoek naar de intellectuele betrekkingen tussen Nederland en Hongarije gaat natuurlijk gewoon door. Daarnaast denk ik erover om allerlei objecten, dagboeken, brieven, manuscripten, disputaties, dissertaties et cetera te verzamelen en in de Vrije Universiteit een tentoonstelling in te richten. Bij de opening zouden we een symposium kunnen houden waarbij ook Hongaarse collega’s spreken.”
De hoogleraar ziet het fellowship zeker ook als een mogelijkheid om de Hongaarse bibliotheken te promoten. „Die zijn doorgaans lastig toegankelijk. Er bestaan soms alleen nog handgeschreven catalogi. Maar je struikelt er bijna over de oude Nederlandse drukken. Soms lees je in de kantlijn: Ik heb dit boek van die en die hoogleraar gekregen. Prachtig, toch? In de Hongaarse bibliotheken liggen nog heel wat verrassingen op ons te wachten.”

Hongaarse ‘Fries om utens’

Prof.dr. Ferenc Postma (1945) werd geboren in Groningen, maar heeft een nauwe band met Fryslân. Zijn vader was een Fries, zijn moeder een Hongaarse. In 1951 verhuisde hij met zijn ouders naar Dronryp. ,,Mijn vader, die dit jaar precies honderd jaar geleden werd geboren, was gemeenteontvanger van de gemeente Menameradiel. Hij was ook lange tijd ouderling, scriba en penningmeester van de Gereformeerde Kerk in Dronrijp”, vertelt Postma. Zijn vader overleed in 1995.
In Dronryp zat Ferenc Postma op de Christelijke Nationale School, daarna bezocht hij het Geref. Gymnasium te Leeuwarden/Huizum, waar hij in 1966 eindexamen deed. ,,Vanaf 1966 studeerde ik aan de Vrije Universiteit in Amsterdam: Semitische Talen en Theologie. Mijn doctoraal theologie behaalde ik in 1976.” In 1978 werd de nu in Venlo woonachtig hoogleraar wetenschappelijk assistent bij de Universiteitbibliotheek van de VU, (afd. Bijzondere Collecties), En van 1979-2010 was hij verbonden aan de Theologische Faculteit van de VU.
,,In 1989 legde ik het zogenaamde ‘Promotie-examen’ af in Boedapest (de toegang tot de promotie). In het kader daarvan deed ik veel onderzoek in de bibliotheken en archieven van Hongarije, en vanaf 1991 in die van Roemenië (Zevenburgen) en Slowakije. Ik promoveerde in 1995 in Hongarije.”
Zijn moeder, geboren in 1915 te Boedapest, overleed in 2002 in Leeuwarden. ,,Zij sprak prachtig Frysk, beter dan mijn vader, die toch een geboren Fries was. Dat had ze geleerd op de Christelijke Lagere School in Burum, waar ze als pleegkind opgroeide.”
Haar Hongaarse wortels kwamen weer boven tijdens de dagen van de opstand in 1956 in Hongarije, toen de Russische tanks een bruut einde maakten aan de ontluikende revolutie. ,,Dat was in vele opzichten een zware tijd voor haar, ook omdat het de traumatische ervaringen uit haar eerste levensjaren weer naar boven bracht. Vanwege dat laatste hield ze Hongarije altijd ‘op afstand’, en wilde ze er liever niet aan terugdenken.”
Postma komt nog wel in Leeuwarden. ,,Ik zit nog in de redactie van It Beaken, het wetenschappelijke tijdschrift van de Fryske Akademy maar het is en blijft ‘vreemd’ daar nu geen pied-à-terre, uitvalsbasis, meer te hebben.”
Ook werkt hij nog aan het Supplement op het Auditorium Academiae Franekerensis, dat Postma in 1995 samen met dr. Jacob van Sluis publiceerde: Een bibliografie van al het (gevonden) academische drukwerk van de toenmalige Universiteit te Franeker.

Vertel een vriend | Reageer op dit artikel | Aantal reacties 2


Reacties:

Mooi verhaal. Jammer dat Ferenc er niet voor zal voelen toch is een standbeeld voor hem naast Michiel Adriaansz de Ruiter in Debrecsen een verdiende beloning

piet de graaf, zuidlaren - donderdag, 17 maart 2011


Boeiend verhaal. Vaker gehoord.

Margriet Gosker, Venlo - woensdag, 16 maart 2011


Geloof & Kerk
Familieberichten
Advertenties