De website frieschdagblad.nl maakt gebruik van cookies.
donderdag 18 januari

Sportdinsdag, 17 augustus 2010

Kijken in de ziel bij zes Nederlandse topcoaches
Toptrainers zijn zeer bekwame amateurpsychologen
Johan Vellinga
De winnaar van de Zilveren Nipkowschijf is terug. Niet met psychiaters, maar met een reeks over toptrainers. In de aanloop naar het WK spraken Guus Hiddink, Willem van Hanegem, Leo Beenhakker, Foppe de Haan, Co Adriaanse, Louis van Gaal en Bert van Marwijk openhartig met Coen Verbraak (44) over de finesses van hun vak. Hoe kun je spelers beter maken en hoe ver reikt de invloed van een trainer? De televisieserie Kijken in de ziel, toptrainers is nu ook in boekvorm verschenen.
In de bekroonde serie Kijken in de ziel portretteerde Coen Verbraak (documentairemaker en interviewer bij de Volkskrant en Vrij Nederland) toppsychiaters over hun vak, én over zichzelf. Volgens de jury viel Kijken in de Ziel op door een superieure kwaliteit, waarbij de kijker op onthullende wijze toegang kreeg tot een beroepsgroep die zich gewoonlijk niet snel laat bevragen. Niet vreemd dat de serie een vervolg kreeg.
De interviewer wilde in dat vervolg laten zien dat coaches gepassioneerde en zeer betrokken mensen zijn, die goed nadenken over hun vak. Het viel nog niet mee de zeven trainers mee te laten werken, liet Verbraak optekenen. ,,Het kostte relatief veel van hun tijd. Sommigen had ik al eerder ontmoet; dat maakte het gemakkelijker. En ik had de dvd van het programma met de psychiaters. Uiteindelijk gingen ze alle zeven akkoord. Gelukkig!”
Met de zeven coaches had Verbraak een lijstje om van te smullen. Helaas gaf Van Hanegem op het laatste moment geen toestemming voor publicatie van zijn interview in het boek. Alleen Johan Cruijff (te druk) en Dick Advocaat (wilde niet) zijn namen die zeker in het rijtje thuishoren. De overige zes coaches zijn echter interessant genoeg om een boek mee te vullen.
Het uitgangspunt van Verbraak waren een aantal kernvragen die hij zichzelf had gesteld. Hoe werken de trainers precies? Hoe maken ze spelers beter, hoe ver reikt hun macht? Zijn trainers opvoeders of zien ze spelers als materiaal? Hebben een trainers met een verleden als sterspeler een voorsprong, of maakt dat geen verschil?
Foppe de Haan bijt het spits af. De Friese trainer vertelt openhartig over zijn trainersschap bij sc Heerenveen. Over hoe dat vak soms eenzaam is. ,,Ik realiseerde me altijd: het moet wel goed gaan, want we hebben onderhand een club waar 120 mensen werken. En die zijn voor een groot deel afhankelijk van hoe er gepresteerd wordt door het eerste elftal. Dat voelde ik als een grote verantwoordelijkheid. En ook als eenzaam, ja.” De andere trainers bevestigen het beeld van eenzaamheid.
Wat opvalt aan de trainers is dat ze zichzelf zijn en hun eigen manier hebben gevonden die naar succes leidt. Ergens in hun leven hebben ze zich hun eigen manier van hoe het spelletje gespeeld moet worden eigen gemaakt. Toch zijn er wel degelijk gemeenschappelijke factoren. Ze spelen geen spelletjes, zijn betrokken, bezitten een natuurlijke autoriteit, zijn tegen druk bestand, genieten van hun werk en het omgaan met voetballers, met mensen.
En in dat laatste ligt hun kracht, zo valt wel op te maken uit de verschillende antwoorden. Helder en duidelijk zijn, zegt De Haan. ,,Je hebt met mensen te maken; als daar wat aan hapert - ze kunnen niet brengen wat je zou willen - moet je als trainer gaan sleutelen”, geeft Hiddink aan. ,,De basis is dat je verstand van mensen hebt. Daarmee probeer je mensen zodanig te coachen dat ze allemaal dezelfde ambitie hebben, en zichzelf leren wegcijferen”, aldus Beenhakker. En Van Gaal: ,,Op de eerste plaats moet je zorgen dat iedereen hetzelfde doel voor ogen heeft.”
Stuk voor stuk zijn de trainers dus zeer bekwame amateurpsychologen die hun ogen openhouden en behoorlijk zelfverzekerd zijn. Ze hebben hoge waarden en normen, maar kunnen ook vaderlijk zijn. De betrokkenheid bij het leven van de spelers heeft grenzen. Voetballers weten bij deze heren waar ze aan toe zijn en weten ook dat ze geen loopje met de coaches kunnen nemen. Als het moet zijn de heren streng, maar zo ver hoeft het vaak niet eens te komen.
Oplossingen voor problemen worden ter plekke bedacht. Adriaanse liet de selectie van Willem II na een hele slechte wedstrijd eens 23 kilometer lopen. ‘Hoe bedacht u: ik laat ze een heel eind lopen?’ Het antwoord: ‘Dat bedenk je in de auto.’ De achterliggende motivatie is een signaal af te geven. Hoe dat Adriaanse karakteriseert blijft door de opzet van het boek (vraag-antwoord) achterwege. Er komt geen psychoanalyse aan te pas. Toch valt er voor de oplettende lezer genoeg te leren.
Kijken in de ziel, Toptrainers. Uitgever: Thomas Rap, 14,90 euro

Vertel een vriend | Reageer op dit artikel | Aantal reacties 0


Reacties:

sport
Familieberichten
Advertenties