donderdag 2 september
Aanbieding van de Dag

Geloof & Kerkmaandag, 26 juli 2010
Ds. Nico ter Linden schreef boeiend boek over zijn vak
Dominee die dicht bij de mensen staat

Onlangs verscheen Alleen maar vrije tijd, een boek waarin ds. Nico ter Linden op aanstekelijke wijze vertelt over zijn werk als predikant. Vrijheid moet in de kerk, maar niet alles kan.

Het gaat om eerbied, eerbied en nog eens eerbied, aldus de

bekende voorganger.
Door Koen Zondag.
Nico ter Linden (Amersfoort, 1936) begon ooit in Stompetoren. Toen daar een keer een gastpredikant was voorgegaan, vroeg hij aan een vrouw of deze dominee haar bevallen was. Ze gaf haar oordeel in zes woorden: ‘Hij preekt niet door mijn bloessie.’ Misschien was het wel een zeer doorwrochte preek, maar de woorden hadden het hart van de vrouw niet geraakt.
Was het een verhaal zonder voorbeelden, los van de werkelijkheid? Zo’n predikant moet naar kerkhervormer Maarten Luther (1483-1546) luisteren: ‘Moedermelk moet je ze geven, geen kostbare siropen uit de apotheek.’
Ter Linden besteedt een lang hoofdstuk aan de prediking. In de Amsterdamse Westerkerk moest hij uiterlijk op dinsdag de gegevens voor de liturgie aanleveren. Veel te vroeg volgens de predikant die op zaterdagavond om tien uur nog naar zijn beeldscherm zit te staren. Nee, zegt Ter Linden. Wie op dinsdag weet waarover hij zal preken, kan een week lang zijn gedachten ordenen en het onbewuste zijn werk laten doen. ’s Ochtends wakker worden en zo maar een idee hebben. De schrijver van psalm 127 wist het al: ‘Hij geeft het zijn beminden in de slaap.’

Heilig theater

Wie meent dat het maken en houden van een preek een kwestie van afwachten en slapen is, komt bedrogen uit. Het is zwaar werk. Je moet weten wat er in de Schrift staat en wie er onder je gehoor zitten. Een predikant die niet weet dat Jan zes dagen per week met zijn vrachtauto door West-Europa sleurt en dat zijn vrouw de eenzaamheid verdrijft met de liederen van volkszanger André Hazes, preekt niet door het bloessie.
In dezelfde dienst zit ook iemand die alles afweet van de moderne literatuur of een scheikundige die in zijn laboratorium allerlei ingewikkelde proeven doet. Maar ze zouden wel eens meer op elkaar kunnen lijken dan we denken.
Wie zich slecht voorbereidt, zal falen bij het heilig theater op de zondagmorgen. Theater? Jazeker. Een goede preker is niet alleen theologisch onderlegd, hij weet dat goed voordragen een vak op zich is. Bij sommige predikanten denk ik wel eens dat ze een poosje stage zouden moeten lopen bij Tryater.
Ook het taalgebruik moet verzorgd zijn. Het gaat in de eredienst om heilige dingen, laat je niet verleiden tot de goedkope en verloederde taal van de media. Ter Linden zegt dat je de toehoorders met verheven taal verheft. Dat is prachtig geformuleerd.
De gemeente heeft geen behoefte aan lange citaten uit het werk van kerkvader Augustinus of theoloog Karl Barth. Laat de predikant die maar te berde brengen op een bijeenkomst van theologen of in vakbladen. De Amerikaanse evangelist Dwight L. Moody (1837-1899) wist hoe hij zijn toehoorders tot luisteren kon dwingen. Vlak voor zijn dood in 1899 riep hij: ‘Binnenkort zult u in de krant lezen Moody is dood. Wat ik u bidden mag, geloof er geen woord van’.

Ambacht

Ter Linden schrijft uitvoerig over het pastoraat. Hij ging op huisbezoek bij zieken en hoogbejaarden; mensen met problemen werden ontvangen in zijn werkkamer in de Westerkerk. Dat was de werkplek van de ambachtsman. Hij vertelt over zijn praktijk. Zorg voor goede stoelen, niet te gemakkelijk, niet te lui, er moet gewerkt worden. Niet te weinig licht, maar ook niet te veel. Als het kan een klokje in het zicht, zo kun je tijd in de gaten houden zonder op je horloge te kijken.
Als mijn huisarts en ik elkaar tegenkomen groeten we elkaar als inwoners van Feanwâlden. Bij zo’n begroeting zijn we gelijkwaardig. Als ik bij hem in de spreekkamer kom, groeten we elkaar eveneens vriendelijk, maar nu liggen de verhoudingen anders. Hij is de deskundige, ik de patiënt, iemand met een hulpvraag. In het pastoraat doet zich hetzelfde voor. In de supermarkt of bij de barbecue zijn predikant en gemeentelid gelijkwaardig.
Als een gemeentelid met een probleem zit, veranderen de verhoudingen. In zo’n situatie trekt de pastor, figuurlijk gesproken, zijn toga aan. ‘Hij hoeft zich natuurlijk niets te verbeelden, maar in zijn rol is hij geen gewone jongen, hij representeert ‘de kerk’, hij representeert ‘Christus’, hij representeert God.’ Zijn gemeenteleden en pastores zich dat wel bewust?
Het gaat in het pastoraat om luisteren en vertellen. De pastor moet leren om de woorden van de mensen te wikken en te wegen. Zelf niet al te veel zeggen. Laat de mensen praten. ‘Dominee, ik kan niet meer bidden.’ ‘Vertel.’ Of: ‘Ik voel me niet meer thuis in de kerk.‘ ‘Vertel.’ Of: ‘Ze hebben ons vroeger maar wat wijsgemaakt.’ ‘Vertel.’

Brok in de keel

Er is ook een hoofdstuk over de Eeuwigheidszondag, de laatste dienst van het kerkelijk jaar, de zondag waarop de doden worden herdacht. Ter Linden wijst op Gezang 273 uit het Liedboek voor de Kerken met de aangrijpende woorden van Mattheüs Verdaasdonk: ‘Heer herinner u de namen van hen die gestorven zijn.’ Je zingt ze met een brok in de keel. ‘Je kunt het lied ook in het Fries zingen’, zegt Ter Linden en hij verwijst naar de prachtige vertaling van dr. Bernard Smilde: ‘Wol de deaden net ferjitte, lis har nammen yn ’t ûnthâld.’ Woorden die én bij de chauffeur én bij de scheikundige door het bloessie gaan.
Ter Linden heeft een prachtig boek geschreven. U en ik moeten onze voorgangers vriendelijk, maar dwingend opwekken deze publicatie te lezen. Het kan voor hen en ons heel heilzaam zijn.
i Alleen maar vrije tijd. Nico ter Linden. Balans, 17,75 euro
i Koen Zondag is theoloog en publicist en woont in Feanwâlden

Vertel een vriend | Reageer op dit artikel | Aantal reacties 0


Reacties:



Geloof & Kerk
Advertenties
warmtepompen