donderdag 2 september
Aanbieding van de Dag

Geloof & Kerkdonderdag, 22 juli 2010
Boele Ytsma beschrijft een weg van zoekend geloven
Zoekers zijn geen heiligen, maar dapper op weg

Is zoekend geloven een béétje geloven? Of is het nog niet helemaal volwassen geloven? Nee, dat zijn misverstanden, zegt internetpastor Boele Ytsma in

zijn nieuwe boek Authentiek. De zoeker en het verlangen. ,,Wat zou geloven anders zijn als het niet zoeken is?”
Door Hanneke Goudappel.
In zijn vorige boek Van de Kaart. Manifest van een gepassioneerde twijfelaar (Meinema, 2009) vertelde Boele Ytsma hoe hij van overtuigd christen - dat was hij tot ongeveer elf jaar geleden - een twijfelaar werd. Hoe zijn ‘Kathedraal van het Zeker Weten’ - een bouwwerk van kennis en geloofszekerheden - in elkaar stortte.
Dit nieuwe boek gaat over zijn huidige zoektocht. Restauratie of herbouw van de oude zekerheden en restauratie van de Kathedraal van Zeker Weten is voor Ytsma geen optie meer. Maar hoe gaat geloven er dan uitzien? Deze zoektocht beschrijft Ytsma in het boek. Niet de twijfelaar staat hier centraal, maar de zoeker. Het verschil tussen die twee? De twijfelaar is vaak boos en opstandig, veelal in crisis. De zoeker is wel onrustig, maar niet (of niet meer) in crisis. ‘Voor boosheid komt verlangen in de plaats. De blik verschuift van achterom naar vooruit.’

Misverstanden

De auteur ruimt eerst maar eens wat ‘misverstanden’ op, bijvoorbeeld dat het zoekende geloven een fase in geloven is. ‘Eerst zoek je en weet je het allemaal niet zo zeker, eerst moet je nog ontdekken en leren, maar dan groei je steeds verder, totdat het zoeken voorbij is. Je weet het nu zeker: je hébt het gevonden of - een geliefde religieuze omschrijving - je bént gevonden. Zoekend geloven is dan de eerste klas van de geestelijke leerschool en zeker weten is de hoogste klas.’
In dat geval is zoekend geloven niet iets waar je trots op hoeft te zijn, concludeert Ytsma. ‘Het laat immers vooral zien wat je nog niet bent: een vinder, een gevondene, een... gelovige. Wat je daarvan scheidt is slechts tijd en hard werken: je moet nog beter zoeken, nog meer bidden, nog harder geloven.’
Ytsma zet daar iets anders tegenover: geloven is per definitie zoekend geloven, meent Ytsma. Een ontdekkingsreis, zonder een duidelijke bestemming. Ytsma wil met zijn boek andere zoekers helpen, gaat samen met hen op weg.
Er komen thema’s aan de orde als onrust en verlangen, moed en eerlijkheid, en ‘de uitdagende weg naar authentiek leven’. ‘Authentiek betekent letterlijk ‘hij die zelf handelt’. Authentiek gaat over handelen vanuit ons diepste zelf, ontdaan van de franje waarmee wij onze kwetsbaarheid willen verdoezelen.’
Het verlangen van de zoeker geeft tijdens de reis de richting aan. Daar gaat het tweede deel van het boek over. ‘We zijn onderweg zonder duidelijke bestemming. De zoeker wordt gedreven door verlangen, op de hielen gezeten door onrust en onvrede.’ Ytsma vindt het zogenaamde dertigersdilemma - ‘de crisis onder jonge hoogopgeleide en succesvolle dertigers: ze hebben alles wat ze willen en toch voelen ze zich klem zitten in talloze dilemma’s’ - tekenend voor deze tijd. ‘Het is niet niks dat de sterkste en meest ‘geslaagde’ generatie van onze tijd en masse lijdt aan onrust en onvrede.’

Eenvoud en heelheid

Ytsma schrijft zijn boek voor een groeiende groep mensen. Dat honderdduizenden mensen in Nederland de afgelopen decennia de kerk hebben verlaten, wil niet zeggen dat de behoefte aan geloof is verdwenen. ‘Als je alleen al kijkt naar wat er aan tijdschriften en boeken verschijnt, is de belangstelling voor spiritualiteit en religiositeit onverminderd groot’, constateert hij.
Fragmentatie van het leven vandaag de dag speelt daarbij een grote rol, denkt Ytsma. Hij herkent dat in zijn eigen zoektocht. ‘Ik zoek naar een uitweg uit dit meervoudige, versnipperde leven. (.) Niet alleen de overvloed aan keuzemogelijkheden en de onvermijdelijke plicht tot kiezen maakt ons moe en onrustig. Het is de fragmentatie van het leven als geheel.’
De zoeker lijdt aan het gefragmenteerde leven en verlangt daarom naar eenvoud en heelheid, stelt Ytsma. ‘En wellicht wegen om het leven weer als een geheel te ervaren.’ Hij spit dat verlangen uit in relatie tot de natuur (hoofdstuk 6), tot de ander (hoofdstuk 7), tot zichzelf (hoofdstuk 8) en tenslotte tot God (hoofdstuk 9).

De taal van het lege midden

Welke rol in ‘het nieuwe verhaal’ is weggelegd voor God, weet Ytsma niet. Hij heeft zelf geen duidelijk godsbeeld meer. Maar dat God níét bestaat wil hij niet zeggen. In zijn boek refereert hij aan de uitspraak van Kuitert: al het spreken over Boven komt van beneden.
Ytsma lanceert een ‘theologie van de afwezige God’. Volgens hem vertolken de evangeliën de boodschap: ‘God is met ons als de afwezige’. ‘In het Oude Testament is God een verdwijnende God en in het Nieuwe Testament is Jezus de belichaming van die verdwijnende God.’
De theologie van de afwezige God erkent en bevestigt volgens Ytsma ‘onze ervaring van godverlatenheid en leegte en duidt die als een mogelijkheid om op een nieuwe manier God te ervaren’. Hij noemt dat ‘de taal van het lege midden’. Een leeg midden waarin God zich kan manifesteren. Het ‘lege midden’ is volgens Ytsma de enige plek waar de ontmoeting met de afwezige God kan plaatsvinden. ‘God laat zich niet dwingen, God laat zich niet met rituelen oproepen. We kunnen alleen ruimte scheppen, een stap achteruit zetten, onze mond houden en het denken stoppen. Dan is er de kans dat we, net als Elia, God gaan horen in ‘het gefluister van een zachte bries’.’

Geen heiligen

Zoekers zijn geen heiligen, schrijft Ytsma. ‘Het zijn dappere mensen, vaak eerlijke mensen en mensen die de moed hebben om kwetsbaar te zijn. Maar zoals elke pionier loopt ook de zoeker voortdurend het risico te verdwalen en zich hopeloos in de nesten te werken. Hij heeft geen enkele garantie dat hij goed uitkomt.’
Ytsma beschrijft vijf valkuilen - ze zijn hem zelf niet onbekend. Een valkuil is eigenlijk een teveel van een goede eigenschap, citeert hij Daniël Ofman die bekend is van het zogenaamde kernkwadrant (een veelgebruikt model om de eigenschappen te beschrijven die bij een persoon horen, HG).
Zo bezien is hoogmoed - de eerste valkuil - een teveel aan zelfbewustzijn en moed. ‘Menig zoeker is ooit stukgelopen op de hoogmoed van de gelovigen. Hun exclusiviteit stuitte haar tegen de borst: Jezus als de enige weg tot het heil, de Rooms-Katholieke Kerk of de vrijgemaakt-gereformeerde kerk als de enige ware kerk, tongentaal als kenmerk van ware geestelijkheid.’ Andere valkuilen: relativisme, intellectualisme, de haast en cynisme.
Het boek is overigens niet bedoeld voor álle zoekers. ‘Vaak zijn zoekers bovengemiddeld intelligente mensen. Ze hebben een goede opleiding genoten en schuwen het lezen van theologische en filosofische boeken niet’. Tot hen richt Ytsma zich vooral.
i Authentiek. De zoeker en het verlangen. Boele P. Ytsma. Uitgeverij Meinema. 264 pagina’s. 16,50 euro

Vertel een vriend | Reageer op dit artikel | Aantal reacties 0


Reacties:



Geloof & Kerk
Advertenties
warmtepompen