De website frieschdagblad.nl maakt gebruik van cookies.
donderdag 18 januari

Regiovrijdag, 16 april 2010

Gerard Kolkman blikt terug op EHS-discussie
Het botste eerst, maar inmiddels is veel bereikt in Gaasterland

Balk - Vijftien jaar geleden presenteerde de provincie Fryslân het EHS-plan voor Gaasterland. Het plan stuitte op veel verzet, maar er is intussen toch veel bereikt. ,,Van de crisis is een kans gemaakt.”

Door Bauke Boersma.
Dat zei Gerard Kolkman, werkzaam op het ministerie van LNV, gisteravond op de Friesch Dagblad-ontmoetingsavond in Balk. Het EHS-plan voor Gaasterland bestond uit het omvormen van 550 hectare landbouwgrond in nieuwe natuur. Die hectares zouden worden toegevoegd aan de Ecologische Hoofdstructuur, het netwerk van hoogwaardige natuurgebieden in Nederland. Het plan was vooraf niet goed doorgesproken met de boeren in de streek en dat bleek funest. Ook andere streekbewoners waren overigens tegen het plan dat volgens hen ten koste zou gaan van het bestaande cultuurlandschap, de economie en leefbaarheid in Gaasterland.
Het verzet tegen het EHS-plan werd geleid door de Initiatiefgroep Verontruste Gaasterland. De IVG hield enquêtes onder de bevolking, organiseerde protestmanifestaties en nodigde de toenmalige minister van Landbouw Van Aartsen uit voor een bezoek aan Gaasterland.
De protesten leidden ertoe dat het rijk, mede op advies van een commissie van wijze mannen (onder wie Jan Douwe van der Ploeg van de universiteit Wageningen), akkoord ging met een andere aanpak. Er kwam een alternatief EHS-plan in de vorm van het experiment Gaasterland. Bijzonder aan dit experiment is dat het gebied zelf de uitvoering van de EHS mag regelen. In de Gaasterlandse aanpak staat de realisatie van natuur door particulieren en boeren centraal. De resultaten worden bijgehouden op een natuurmeetlat. In 2018 moeten er 5600 punten op die meetlat staan, zo is afgesproken. Voor de uitvoering van het experiment werd de vereniging Bosk & Greide opgericht (als opvolger van de IVG) en een klankbordgroep ingesteld.
Gerard Kolkman maakte vanaf het begin deel uit van die klankbordgroep. Zijn eerste betrokkenheid bij het experiment Gaasterland dateert echter al uit 1996 toen hij werkzaam was bij Alterra, het kennisinstituut voor de groene ruimte van de universiteit Wageningen. ,,Ik raakte bij het experiment Gaasterland betrokken via Jan Douwe van der Ploeg. Hij wilde als wijze man de streek meer invloed geven, maar had daarvoor een inhoudelijke onderbouwing nodig. Daarvoor moest Alterra zorgen”, vertelde Kolkman gisteravond in Balk.
Kolkman schreef met enkele collega’s een rapport, dat in feite diende als fundament voor de natuurmeetlat. Toen het rijk eenmaal tot het Gaasterlandse experiment had besloten, klopte het ministerie van LNV bij hem aan. ,,Het ministerie wilde wat leren van het experiment en vroeg Alterra om vijf jaar lang onderzoek te doen, zowel naar de natuurontwikkeling als naar het samenwerkingsproces. Dat was voor ons een unieke kans, want het experiment Gaasterland trok landelijk veel aandacht. Zo kwam ik in die klankbordgroep terecht.”
Kolkman begon onbevangen aan de klus. ,,Ik ben landbouwkundige van beroep en begreep de emoties van de boeren heel goed. Ik weet hoe een boer zijn bedrijf inricht, waar de gevoeligheden liggen. Tegelijkertijd lag er een natuurdoelstelling. Dat botste.”
Het viel Kolkman op dat de partijen amper contact met elkaar hadden. ,,Er waren twee werelden. Aan de ene kant had je de landbouw, aan de andere kant de natuur. Het wantrouwen was ontzettend groot. Eigenlijk was er sprake van een maatschappelijk probleem, want de tegenstellingen liepen dwars door de gemeenschap. Wij hebben de partijen in de klankbordgroep een spiegel voorgehouden: wil je iets bereiken, dan moet je naar elkaar luisteren.”
Volgens Kolkman ging het gaandeweg beter. De vergaderingen verliepen soms heftig, maar het wederzijdse respect groeide. Belangrijk waren de informele contacten met een drankje, na afloop van de vergaderingen. Op initiatief van Kolkman liet ieder lid van de klankbordgroep bovendien zijn of haar favoriete plek in Gaasterland zien. ,,Met het aanwijzen van een favoriete plek vertelt iemand iets over zichzelf en wordt duidelijk wat die persoon drijft. Anderen krijgen daardoor meer begrip voor diens standpunt. Dat was eigenlijk de achterliggende gedachte”, aldus Kolkman.

Respect

Alterra volgde de ontwikkelingen tot 2005. Kolkman stapte daarna over naar het ministerie van LNV, maar bleef in Gaasterland geïnteresseerd. Volgens hem is er intussen veel bereikt, nog los van het aantal natuurpunten dat nu op de meetlat staat. ,,Ik kijk ook naar het proces. In feite heeft Gaasterland de natuurrealisatie weten te vermaatschappelijken. De streek is in opstand gekomen, maar heeft daarna ook zelf verantwoordelijkheid genomen. Dat is zeker ook te danken aan de tegenstanders van het oorspronkelijke EHS-plan. De IVG’ers zijn niet blijven hangen in activisme. Daar heb ik respect voor.”
Kolkman weet dat er ook kritiek is op het experiment. Critici stellen dat het aanleggen van permanente, in bestemmingsplannen vastgelegde natuur te langzaam gaat. Die critici wijzen er ook op dat vooral gemakkelijk te halen natuurdoelen, zoals weidevogelbeheer, het goed doen. Voor de aanleg van bos, heide en moerasgebieden is onder boeren en particulieren veel minder animo. ,,Dat laatste is niet zo vreemd”, meent Kolkman. ,,Ook bij normale landinrichtingsprojecten wordt het laaghangende fruit het eerst geplukt. Die landinrichtingsprojecten hebben hun tijd nodig. Ook in dat opzicht is Gaasterland geen uitzondering. Volgens mij komt het wel goed met dit experiment.”

Vertel een vriend | Reageer op dit artikel | Aantal reacties 0


Reacties:

regio
Familieberichten
Advertenties