De website frieschdagblad.nl maakt gebruik van cookies.
maandag 21 mei

Sportzaterdag, 27 maart 2010

Friese oud-speedwayprof maakt zich op voor sterk bezette seizoensopening van het grasbaanracen
Theo Pijper, benieuwd naar de grassprieten in Vries
Gerard Bos
Zeg ‘Drenthe’ en je zegt ‘TT in Assen’. Maar er wordt in die provincie niet alleen op asfalt geracet. Traditiegetrouw start in Vries het weekeinde voor Pasen een nieuw seizoen voor de grasbaanracers. Dít weekeinde dus. Theo Pijper is een van de Friese troeven. De oorspronkelijk uit Rinsumageest afkomstige Pijper heeft het professionele speedway (voorlopig) in de ijskast gezet en richt zich meer dan ooit op de grasbaan. En dus maakt hij voor het eerst in lange tijd zijn opwachting in Vries.
Het is vrijdagavond. Pijper (30) zit aan een bakkie vers gezette koffie. ,,Zo”, verzucht hij, ,,hier was ik aan toe.” De Friese coureur leeft ogenschijnlijk ontspannen toe naar de eerste internationale grasbaanrace van het seizoen.
Toch heeft hij het allesbehalve rustig. Want nu hij de professionele avonturen in het Engelse en Schotse speedway nog meer dan vorig jaar op een laag pitje heeft gezet, moet er uiteraard ‘gewoon’ gewerkt worden voor de centen. ,,Ik maak dagen van zes uur ’s ochtends tot elf uur ’s avonds”, zegt hij over zijn werk in de reclamebestickering. ,,Maar daar hoor je mij niet over klagen. Ik kies ervoor.”
Racen is nu eenmaal geen goedkope bezigheid. Zeker niet als je - zoals Pijper - zowel in speedway als in grasbaanracen mee wil doen met de mondiale en Europese top. Het is een andere (en allesbehalve lucratieve) wereld dan die van de profs in bijvoorbeeld het Scandinavische of Britse speedway. Pijper weet dat laatste uit zes jaar eigen ervaring.
,,Ik had nog wel kunnen rijden als speedwayprof”, vertelt hij. ,,Maar ik heb er bewust voor gekozen om dat niet te doen. Aanbiedingen waren er wel, ook uit Polen en Zweden. Vorig jaar heb ik ook al niet gereden, ik heb een paar zware crashes gehad en dat telt ook mee. Het is rijden in een team, het is meer knokken dan hier op de grasbaan gebeurt. Maar dat is waar ik me nu op richt. Ik wil scoren in het WK.”
Dus bewaart hij daar ook zijn speciale WK-motor voor en rijdt hij wedstrijden zoals in Vries op andere motoren. Zuinig zijn op het materiaal, is het credo. ,,Zo’n WK-motor kost me zo’n 20.000 euro, dus dat mag ook wel.” Met een lach: ,,Al zijn de motoren waar ik dit weekeinde op rijd, óók duur genoeg, hoor.”
Als morgenmiddag de eerste series worden verreden, maakt Pijper zijn opwachting op een baan die hij totaal niet kent. ,,Een wedstrijd in Vries, dat is wel tien jaar geleden. Geen idee hoe de grassprieten er daar uitzien. Ach, zolang ze maar niet bij míj voorop de helm zitten, maar bij een ander”, verwijst de coureur naar het feit dat hij iedereen voor wil blijven in de Drentse plaats. De zege, die telt.
De organisatie in het Drentse dorpje heeft het goed voor elkaar: in de ‘internationale specials’, de koningsklasse, starten diverse grote namen uit de Europese grasbaanracerij. Want naast Pijper, zijn ook de twee andere Friese toprijders van de partij: Jannick de Jong (Gorredijk) en regerend Nederlands kampioen Dirk Fabriek uit Jubbega, tegenwoordig woonachtig in Ter Apel.
Met Pijper, De Jong en Fabriek staat het complete Nederlands team dat op het WK voor landen afgelopen jaar zilver pakte, aan de start. Net als overigens een deel van het Duitse team dat destijds in het Groningse Eenrum de gouden medaille net voor de neus van de Oranjebrigade wegkaapte.

Vertel een vriend | Reageer op dit artikel | Aantal reacties 0


Reacties:

sport
Familieberichten
Advertenties