De website frieschdagblad.nl maakt gebruik van cookies.
zaterdag 23 september

Dossiermaandag, 22 februari 2010

Politiek pastoraat
Door Jurjen Beumer
Graag wil ik jullie meenemen naar de zeventig en tachtiger jaren, een persoonlijke terugblik om bij nú uit te komen. Ik vat die laatste decennia van de vorige eeuw graag als volgt samen:
- de gay sixties, hoogtepunt 1968, letterlijk álles gaat om (dieptepunt zeggen sommigen);
- als reactie de wat matte zeventiger jaren;
- de grimmige tachtiger jaren; 81 en 83 de grote vredesdemonstraties, 89 de val van de Muur;
- de onzekere negentiger jaren na de euforie van de Wende en de teleurstelling na de Wende vanwege de Balkan-oorlogen (de laatste opEuropees grondgebied?). Als het blok-denken van de Koude Oorlog is weg gevallen meldt de Arabische wereld meldt met kracht. In eigen land komt het multicultureel drama volop aan het licht. 11-09-01 bepaalt als klap op de vuurpijl de agenda van het nieuwe millennium bepalen. Het eerste decennium is al weer voorbij. De onzekerheid van de onzekere negentiger is in dit decennium nog aangevuld met angst en vrees. De eerste tien jaren van deze eeuw, zou je cultureel-maatschappelijk kunnen typeren als de angstige, bange jaren. Hoe die angst te verstaan?
Als er dan ook nog een kredietcrisis overheen komt, heb je de ingrediënten voor het populisme bijeen. Nog even wachten op personen die van deze ingrediënten een smeuïge maaltijd kunnen samenstellen. Ze zijn inderdaad overeind gekomen en velen smullen van hun gerechten. Velen snakken ernaar; hè, hè, eindelijk weer een stevig maal, Nederlandse kost !,en niet al dat uitheemse, vreemde eten. Echt, je zou er extra belasting op moeten heffen, een soort vreemd-eten-tax of zo; en de boerenkool en de zuurkool met worst, die moeten een subsidie krijgen. Zo is het! De gemeenteraadsverkiezingen van 3 maart zijn ook, om in de beeldspraak te blijven, een culinaire strijd tussen tussen couscous en zuurkool.
Wat vinden wij het lekkerst, en wat vindt de kerk, de kerkmensen? Zijn onze christelijke magen sterk genoeg voor andere kost? Als je jezelf deze vragen stelt heb je het over pastoraat, explicieter over ‘politiek’ pastoraat, over bevrijdingstheologie en over spiritualiteit en solidariteit.
Hoe ging politiek pastoraat in zijn werk?
Van 1980 tot 1986 werkte ik in een grote basisgemeente. Er klinkt zelfkritiek in door als ik zeg dat we buitengewoon politiek- maatschappelijk geëngageerd waren. Eigenlijk wisten we precies hoe de wereld in elkaar zat en omdat we dat wisten konden we die wereld ook tamelijk gemakkelijk verbeteren. We wisten heel goed hoe de arbeiders van Hoogovens (Corus) hun strijd moesten voeren tegen hun bazen die hen wilden ontslaan. We legden het evangelie politiek uit, ‘materialistische exegese’heette dat. We reisden op dienstvisa naar onze partnergemeente diep in de DDR en zongen daar Oosterhuis in het Duits, uit volle borst, ‘die Wüste wird blühen’, en er waren onder ons die oprecht meenden dat de steppe in de DDR al een beetje in bloei stónd.
Aan den lijve heb ik meegemaakt hoe ideologieën en allerlei -ismen kunnen verblinden en ik zeg dat zonder af te geven op de eigen keuze en de eigen kleuren van destijds. Want voor mezelf sprekend zeg ik dat ik in die jaren van toen ook ontzettend veel heb geleerd, zaken waar ik tot vandaag profijt van heb. Namelijk dat politiek-maatschappelijke bewustwording altijd nodig blijft, dat het tot je nemen van enkele basisprincipes van iemand als Karl Marx je hierbij kan helpen, ook in onze verwarde dagen.
Het zijn onder meer deze principes (ze komen ook volop aan de orde bij de profeten en apostelen in de bijbel) die de term ‘politiek pastoraat’ijkten. Vooral de uitspraak dat je maatschappelijke zijn je bewustzijn bepaalt, is mijns inziens nog steeds actueel. Kort door de bocht uitgelegd: je sociale afkomst en de inhoud van je portemonnee bepalen op wie je stemt etc. (‘Kernwoorden bij Marx’, Ter Schegget)

Wereldziel

Mijn leermeester Krijn Strijd (1909 - 1983) leerde ons dit politieke denken over pastoraat. Laat je de politieke context achterwege, zo zei hij, dan vereng je het pastoraat, de zielzorg aan mensen vindt dan geen verbreding in de wereldziel van álle mensen. Het verkommeren van de individuele ziel heeft ook maatschappelijke oorzaken. Hij liet ons in verkiezingstijd op de fiets door Amsterdam rijden om aanschouwelijk zijn theorieën te staven. ‘In A’dam-Zuid, dat zie je toch’, zei hij, ‘hangen allemaal affiches van de VVD voor de ramen, in arbeiderswijken zie je veel meer de PvdA’. Strijd (mooie naam!) was een van de oprichters van de PSP (Pacifistisch Socialistische Partij). Hij wilde graag dat de arbeiders meer voor geweldloze oplossingen van conflicten kozen. Zijn ze zelf niet al te vaak kanonnenvoer in oorlogen?
In 1969 schreef Strijd zijn artikel ‘Politiek pastoraat’ (opgenomen in zijn Theologie bij de tijd). Hij heeft met zijn inzichten een stevige aanzet gegeven in het nadenken over het waardevrije element van het pastoraat. Want zomaar ben je maatschappelijk-bevestigend bezig in je goede pastorale werk als pastor.
In die tijd kwam ook heel sterk de pastoraal-klinische vorming (pkv) opzetten, overgewaaid uit de VS. Daar zag Strijd dat het pastoraat steeds meer werd toegespitst op het individu. Het kenmerkt Strijd dat hij naast hem op de Universiteit van Amsterdam dé grote man van deze pastoraal- klinische vorming, Wiebe Zijlstra, aanstelde als wetenschappelijk medewerker.
Zelf heb ik mijn pkv bij Zijlstra gedaan en het was zeer louterend, vooral omdat we zélf als het ware in een soort therapie gingen. Maar terugkijkend was het wel behoorlijk één op één gericht. Dat één op één pastoraat is later wel gecorrigeerd in het zogenoemde contextuele pastoraat. In cursussen leerden we dat je als individu onderdeel bent van, in dit geval onderdeel van je geslacht: je vader, je moeder, je zussen en broers. Zeer leerzaam.
Een stap verder en je bent bij het politieke pastoraat: dat pastores veelal onderdeel zijn van de maatschappelijke middenklasse, dat je in het rijke Westen woont, dat je man bent, dat je blank bent. Om díé bewustwording gaat het in het politieke pastoraat.

Individualisme

Die bewustwording hoorde ook sterk bij de tijdgeest van de zeventiger en tachtiger jaren. We helden wel wat over naar de andere kant. Ik zei het al, het individu, de persoon ging bijna óp in het collectieve (dat zie je ook bij Strijd een beetje). Voorbeeld: als man was je per definitie als deel van het ‘collectivum man’ een onderdrukker van de vrouw. De wal keerde het linkse schip echter. De wal van een toenemend individualisme, een samenleving die een optelsom werd van losse individuen en het sámen van een samenleving verloor.
Het is deze individualistische tijdgeest in een economisch moeilijke tijd, die graag hand in hand loopt met het populisme: ieder voor zich, en straks eindelijk, Verdonk, Wilders cs voor ons allen.
Hoe kunnen we dit opkomende populisme weerstaan? Hoe ga je ermee om in de kerken? Hoe pleeg je je pastoraat als je hoort van mensen in je gemeente of parochie die wel sympathie voelen bij dit gedachtegoed? Meer persoonlijk naar onszelf: hoe gaan wij (ik) om met mensen die volstrekt anders in het leven staan, andere ideeën aanhangen en politieke keuze maken die ik verwerpelijk vind? Hoe wil ik medemens zijn, want - zoals het evangelie zegt (Lukas 6:32-36)- het is niet moeilijk om te gaan met mensen van je eigen soort, club of geloof. Dé vraag wordt dan: hoe blijf ik overeind in de beoordeling van de ander, bijvoorbeeld van iemand die met mij van mening verschilt, iemand die mijn geloof afwijst en mij als persoon niet ziet zitten.
Hier krijgt het politieke pastoraat er nog een dimensie bij, een dimensie die ontbrak en nog vaak ontbreekt: de dimensie van de spiritualiteit.
Immers, een mening of een opinie hebben is niet zo moeilijk, bovendien hebben we die mening vaak óver een ander. Maar in de christelijke spiritualiteit (de beléving van je geloof en je levenskeuzes) gaat het over jezelf. Ónder de visies en de meningen daar speelt zich ons echte menszijn af. Onze gebreken, onze eenzaamheid, onze verborgen angsten, onze wrok, onze onmacht, ons verdrinken in relaties etc.

Derde weg

Je komt twee uitersten tegen wat betreft het omgaan met het populistisch gedachtegoed. Ik zou ze graag bij elkaar willen brengen. Het is een leerzaam dilemma, hier en daar chargeer ik wat.
Iemand als At Polhuis, emeritus-predikant van de Protestantse Kerk, kiest voor een pastorale insteek. Hij ziet veel angst bij de mensen die op Wilders cs gaan stemmen. Sterker nog, hij herkent die angst voor de islam ook bij zichzelf. Is het toch niet een vreemde (verkeerde?) godsdienst, hoor ik hem bijna zeggen. Zijn pastorale attitude en zorg wordt dus mede ingegeven door zijn eigen angst (preoccupatie?). Maar, valt hij daarbij niet de nieuwe Nederlanders (met name als ze moslim zijn) af, omdat hij twijfelt aan de oprechtheid van hun godsdienst?
IKON pastor Bram Grandia kiest voor een politiek-pastorale insteek. Hij zet scherp uiteen wat er niet deugt aan Wilders en zijn populisme. Mensen, en zeker christenen moeten niet willen zulke visies te hebben. Ze mógen dat ook eigenlijk niet, want het past niet bij de bijbelse visie op mensen. En, zegt hij, kijk maar naar de geschiedenis voor de Tweede Wereldoorloogk, mensen wees toch wijzer. Bram kiest een meta-niveau. De mensen die het met hem oneens zijn en Wilders wél tof vinden, zullen en kunnen zich echter gemakkelijk afwenden. ‘Die lui van de ‘inkse kerk’, ach, die leren het nooit.’
Is er een derde weg mogelijk? Een poging.
Ik ben in Haarlem voorzitter van het Haarlems Beraad van Religies. Ik lees nu niet intellectueel óver religies, maar ik ontmoet live mensen aan tafel.
Ik hoor mooie dingen, ik denk som: ja, dat mis ik mijn geloofsbeleving. Wat jammer bijvoorbeeld dat het christelijk geloof zo weinig doet met meditatie, met ademhaling etc. Maar ik hoor ook dingen waarbij mijn oren flapperen. Zo ultra, zo ver van mijn bed, zo fout ook mijns inziens (oei, dat is een oordeel, pas op). Maar de mensen die het zeggen mag ik graag, we hebben samen een band opgebouwd. Vanuit het sámen kunnen we omgaan met verschillen.
Conclusie: in een gemeenschap van mensen kunnen verschillen, ook grote, naast elkaar bestaan. Stem in de Stad is een diaconale geloofsgemeenschap.
In de gemeenschap beoefen je ook de kunst van het oneens zijn. De christelijke gemeenschap legt mensen niet vast op wat ze zijn, maar op wat ze sámen kunnen worden.

Gemeenschap

Nu lastiger: in een diaconale gemeenschap komen veel mensen over de vloer.
Heel vaak mensen die het niet breed hebben, die vanuit een grote achterstand moeten leven, die wonen op plekken die de middenklasse niet kent, die wonen in wijken waar ze móéten leven tussen mensen uit andere culturen. Wij horen in ons centrum in een week heel wat aan verwijten aan het adres van buitenlanders, aan afgeven op de islam. ‘Ja, jullie hebben makkelijk praten, jullie wonen in witte wijken.’
Er zijn mensen bij ons weg gegaan omdat ze niet, zo zeiden ze, van buitenlanders houden, daar wilden ze niet. Hebben we genoeg naar hen geluisterd? Hebben we hun angst geproefd achter hun scherpe verwijten aan buitenlanders? Conclusie: een goed pastoraal gesprek als follow up van de voortgaande dialoog lukt alleen maar binnen de gemeenschap. Op afstand van elkaar worden woorden tot wapens. Dat is ook de zwakte van Wilders, dat hij niet in discussie gaat/durft, de ivoren toren wordt dan een bunker van het eigen gelijk.
Ik zou graag Polhuis en Grandia bij elkaar brengen. Politiek-theologisch deel ik de visie van Bram. Ik vind alles op en rond Verdonk en Wilders verwerpelijk. Het staat haaks op hetgeen ik geloof en in de Bijbel lees.
Maar, hoe communiceer ik dit? Dan kom ik uit bij Polhuis.
Wel, bezig zijn met dit dilemma, is bezig zijn met politiek pastoraat. Ik schetste hoe dat vroeger ging en hoe het nu zou kunnen. Je leert het niet op een conferentie, maar in het veld, temidden van mensen, in de praktijk van de ontmoeting met andersdenkenden die samen een gemeenschap vormen.
Niemand valt buiten de mensengemeenschap, dat kan gewoon niet. We zijn met allerlei draden met elkaar verbonden, positief én negatief. De geloofsgemeenschap (synagoge, kerk, moskee of sangha) is dienstbaar aan de mensengemeenschap als geheel. Dat leren ons de heilige boeken en leven de grote spirituele leraren en leraressen ons voor, met name Jezus die de Christus werd. Dat wij gaan in hun spoor, mensen vol spirit en goede moed.
‘De liefde laat geen ruimte voor angst; volmaakte liefde sluit angst uit’ (1 Johannes 4:18).
Dr. Jurjen Beumer is pastor en directeur van Stem in de Stad, het oecumenisch diaconaal centrum in hartje Haarlem. Hij schreef meerdere boeken over spiritualiteit en maatschappelijke betrokkenheid. Reageren?
jjbeumer@stemindestad.nl
(Conferentie De vrees verstaan, Utrecht, 15 februari 2010)

Vertel een vriend | Reageer op dit artikel | Aantal reacties 0


Reacties:

dossier
Familieberichten
Advertenties