De website frieschdagblad.nl maakt gebruik van cookies.
maandag 22 mei

Dossierdinsdag, 16 februari 2010

Werkconferentie over populisme en de kerken
‘Ga gesprek aan over de angst’

Utrecht - Predikanten worstelen ermee: hoe ga je om met dat gemeentelid dat in felle bewoordingen afgeeft op zijn moslim-buurtgenoten? Dat zich schaart achter het populistische gedachtegoed van Geert Wilders? Een eenduidig antwoord kwam er niet op de conferentie ‘De vrees verstaan’ in Utrecht. Wel enkele richtingwijzers.

Door Hanneke Goudappel.
Willem Breedveld, columnist voor dagblad Trouw, schetste tijdens de werkconferentie hoe populisme werkt en hoe Geert Wilders ,,een rauwe vorm van populisme een plaats probeert te geven in het publieke bestel. ,,Bij Pim Fortuyn kon je nog de indruk hebben dat er met hem te praten viel. Bij Wilders is het echt de hakken in het zand.”
Wat maakt zijn populisme aantrekkelijk voor mensen? ,,Hij speelt in op gevoelens van geweldige onzekerheid”, stelt Breedveld. ,,Aan de ene kant is de burger erg individueel geworden en wil hij dat graag zo houden, maar tegelijk was Nederland relatief korte tijd geleden nog verzuild en maakte de burger onderdeel uit van een groep. Het is een paradox: de dwang van de groep is afgeschaft, maar als individu is de burger een stuk machtelozer geworden. Mensen hebben het gevoel geen grip meer te hebben op de samenleving, door de globalisering in de wereld en de dreiging van de islam, zoals velen die ervaren.”
Er is maar één echte remedie voor de angst voor de ander, de angst voor de islam: met moslims in gesprek gaan, aldus Breedveld. Voor kerken is het volgens hem de kunst om de angst op te zoeken. Op die lijn zat ook Jurjen Beumer, directeur van oecumenisch diaconaal centrum Stem in de Stad in Haarlem. Doorbreken van angst en onbehagen van mensen begint in de ontmoeting, is Beumers stellige overtuiging. En dan niet in de eerste plaats de religieuze dialoog, maar gewoon ontmoeting. Samen eten, of samen een project doen.

Politiek pastoraat

Beumer sprak ook over politiek pastoraat en refereerde aan de jaren zeventig en tachtig toen stevig werd gediscussieerd over de vraag of een pastor zich met politiek mocht bemoeien. Voor Beumer was dat geen vraag.
Hij was ,,buitengewoon maatschappelijk geëngageerd”. Hij keek er met enige zelfspot op terug, maar benadrukte dat ,,politieke bewustwording nog altijd nodig is” in de kerk. Want je ,,maatschappelijke zijn, bepaalt je bewústzijn”, en niet andersom, citeerde hij Marx. Oftewel: Je sociale afkomst en de inhoud van je portemonnee zijn bepalend voor op wie je stemt.
Daarom is het belangrijk voor kerken om het huidige populisme te verstaan.
Maar eenvoudig vindt hij dat zelf ook niet. ,,Hoe ga je om met mensen die wel sympathie voelen bij dit gedachtegoed? Hoe gaan wij om met mensen die volstrekt anders in het leven staan, andere ideeën aanhangen en politieke keuzes maken die wij verwerpelijk vinden?”
Als zoiets in een gesprek naar voren komt, heb je als gesprekspartner vaak de neiging om het óf uit ergernis te negeren (,,zo snel mogelijk te maken dat je wegkomt”, aldus een deelnemer), óf tegenwerpingen te maken, bleek ook op de werkconferentie. Mensen zullen zich dan echter niet gehoord voelen.
Beumer gaf een voorbeeld uit Stem in de Stad. ,,Veel van de mensen die in ons centrum komen, hebben het niet breed, en wonen in wijken waar ze moeten leven tussen verschillende culturen. Er zijn mensen bij ons weg gegaan omdat ze niet, zo zeiden ze, van buitenlanders houden. Daar wilden ze niet meer bij aan tafel zitten. Over pastoraat gesproken, nee, dat lukte niet bij deze man en vrouw. Hebben we genoeg naar hen geluisterd?
Hebben we hun angst geproefd achter hun scherpe verwijten aan buitenlanders?”
Beumers conclusie: een goed pastoraal gesprek lukt alleen maar binnen de gemeenschap. ,,Op afstand van elkaar worden woorden tot wapens (...) Ik kan iets wel verwerpelijk vinden, maar hoe communiceer ik dat? Ik hoef niet alles onder stoelen of banken te steken, maar de vraag is wel hoe ik er pastoraal voor mensen met wie ik het niet eens ben kan zijn.”
,,In het evangelie staat dat het niet moeilijk is om om te gaan met mensen met wie je het eens bent, met mensen die hetzelfde denken als jij”, aldus Beumer. ,,In een gemeenschap van mensen kunnen verschillen – ook grote – naast elkaar bestaan. Stem in de Stad is een diaconale geloofsgemeenschap.
In de gemeenschap beoefen je ook de kunst van het oneens zijn. De christelijke gemeenschap legt mensen niet vast op wat ze zijn, maar op wat ze sámen kunnen worden.”

Noodsprong

Ook IKON-pastor ds. Bram Grandia belichtte aan de hand van voorbeelden een ,,pastoraat van aanwezigheid”. ,,Niet kortdurend, maar duurzaam. Dat is de kracht”, illustreerde hij aan de hand van de pastorale praktijk van pastor Titus Schlatmann. Hij werkt in de Rivierenwijk in Utrecht, een vroegere arbeidersbuurt, nu een wijk waarin je veel verschillende culturen aantreft, én een onderstroom van onvrede. Wilders is hier voor mensen een ‘noodsprong, een proteststem’.
Pastor Schlatmann staat er midden tussen. Niet uit de weg gaan, is zijn motto. ,,Mensen willen volgens Schlatmann vooral een nieuwe gezamenlijkheid
terug: een sociaal netwerk, een nieuw collectief wij”, aldus Grandia. Daar proberen de pastors in de Rivierenwijk een bijdrage aan te leveren. ,,Het is als het ware een vorm van mensen teruggeven aan elkaar, in een nieuwe, postmoderne samenstelling. Volgens mij vragen ze mij ten diepste: ‘geef ons terug aan elkaar’. Dat vergt een lange weg, maar die zijn we begonnen. Het is een mooie, verrijkende weg, voor ons allemaal, het populisme voorbij”, citeerde Grandia pastor Schlatmann.
Naast pastoraal aanwezig zijn, ziet Grandia voor pastores de taak om een ander geluid te laten horen dan het populisme van Geert Wilders. Grandia maakte een vergelijking met de taal van politici in de jaren dertig, voorafgaand aan de Tweede Wereldoorlog, en de polemieken van Geert Wilders nu. ,,Ik zag dat Wilders in september in de Tweede Kamer over ‘haardbaarden’
sprak, een eufemisme voor haatbaard. Ik kende het woord niet. Ik googlede het woord en zag dat er zo’n 30.000 sites staan waarop dit scheldwoord voor moslims wordt gebruikt. Door een moslim met een baard een ‘haatbaard’ te noemen, reduceer je de man tot zijn baard en zie je in de baard een symptoom van de haat. Op dezelfde manier werden in de dertiger jaren orthodoxe joden met een baard als ‘luisbaarden’ neergezet.”
Wilders heeft heel veel tegen moslims, aldus Grandia. ,,Hij gebruikt de metafoor van het milieu, van de zuivering, van het schoonmaken en het veroveren van de straten. Hij denkt in oorlogstermen en in zuiveringstermen.
Hier zie ik een grote taak voor ons als pastores om een ander verhaal te vertellen.”
Zijn vergelijking is ,,geen poging om Geert Wilders te beschuldigen van een dreigende massamoord”. ,,Het is wel een verband leggen tussen processen in beeldvorming en taal die kunnen leiden tot een uiteenvallen van een samenleving.” Het is volgens Grandia ,,een taak van de gemeente van Christus om een andere weg te wijzen en te gaan”.

Vertel een vriend | Reageer op dit artikel | Aantal reacties 0


Reacties:

dossier
Familieberichten
Advertenties