donderdag 9 september
Aanbieding van de Dag

Geloof & Kerkdinsdag, 9 februari 2010
Een pittig gebed
Roger Wind
De zegeningen van de techniek kunnen een mens soms in merkwaardige situaties brengen. In de digitale wereld voel ik mij soms als Alice in Wonderland. Twitteren, msn’en, sms’en, internetten, agenda bijhouden, muziek opnemen en foto’s en filmpjes maken, het is lang niet allemaal aan mij besteed. En dan heb ik het alleen nog maar over wat je met een mobiele telefoon kunt doen. Bellen kan ook. En zelfs handsfree in de auto. Dat mag ook, al is dat ook niet zonder gevaar, zo bleek mij onlangs.
Mevrouw Verhoek belde. Een dame van zeventig en al jaren ambulant patiënte in de psychiatrie. Ze was getrouwd geweest en heeft volwassen kinderen die elders in het land wonen. Mevrouw Verhoek woont alleen en heeft een impulsieve aard. Als zij iets in het hoofd heeft, is het onbegonnen werk om haar op andere gedachten te brengen. Ze is heel gelovig, maar als de last des levens haar te veel wordt zet ze God buiten de deur. Haar boosheid op alles en iedereen kan soms tot grote hoogte stijgen en uit zich dan in een waterval van bloemrijke scheldwoorden. Ook nu was het weer mis. Iedereen had een hekel aan haar en niemand zag naar haar om. Ze zaten haar dwars en ze wilde weg uit haar woning, het liefst naar Zuid-Limburg.
,,Zuid-Limburg?”, vroeg ik, ,,waarom in ’s hemelsnaam naar Zuid-Limburg?” Ik kon me niet herinneren dat ze daar connecties had.
,,Nou, dat is een heel mooi land, met heuvels en bomen en vriendelijke mensen. Beter dan dit stomme Friesland, met die stijve Friezen die je voorbij lopen en boe noch bah tegen je zeggen. Waardeloos!”
Ik zei maar niet dat ze zelf een geboren en getogen Friezin was; dat soort argumenten zouden alleen maar een averechtse uitwerking hebben.
,,Wat is er gebeurd?”, vroeg ik. Ze vertelde dat de taxi die haar van de supermarkt weer naar huis zou brengen twintig minuten op zich had laten wachten. Toen was ze maar gaan lopen. En het regende ook nog. En niemand had haar een lift gegeven, ondanks haar zware boodschappentas. Kortom, haar vertrouwen in God en mensen was ernstig geschaad.
,,Wat kan ik voor je doen om je weer een beetje blijer te maken?”, vroeg ik.
,,Dat kun jij niet. Dat kan God alleen en die doet het niet. Weet je wat, je kunt voor mij bidden!”
,,Zeker”, zei ik, ,,dat zal ik doen.” Het bleef even stil. ,,Toe dan! Ik wacht!” riep ze.
Ik reed op dat moment in het centrum van Leeuwarden. En hoewel ik wel eens door de telefoon met iemand had gebeden, was dit toch wel een nieuwe ervaring. ,,Ik kan mijn ogen niet dicht doen en mijn handen niet vouwen, want ik zit in de auto,” probeerde ik nog. Maar dat had geen enkele zin.
,,Dat vindt God helemaal niet erg. En jij kunt dat best, als dominee.”
Ik kon ternauwernood een afslaande fietser ontwijken, die mij ten onrechte iets godslasterlijks toeriep. Ik remde af voor een zebra en knikte terug naar de dankbare overstekende mevrouw met kinderwagen. Ik sloeg af en trok weer op, keek in mijn spiegels en op de snelheidsmeter, nam een rotonde drie kwart en parkeerde achteruit in, tussen twee auto’s. En ondertussen bad ik hardop voor mevrouw Verhoek, om rust en vrede, om troost en moed, om lieve mensen en om Gods nabijheid. ,,Niet omdat wij het verdienen, maar om Jezus wil. Amen.”
Een beetje een cliché, zo’n einde, maar ik wist zo gauw niets anders te bedenken. En de Heilige Geest had mij al heelhuids hier doorheen geloodst.
,,Zie je wel dat je dat kunt? Heel erg bedankt. Ik voel me al een stuk beter.”
Later die week kwam ik op de gesloten afdeling voor langdurige intensieve psychiatrie. Dat is net zo heftig als het klinkt. Maar tegelijkertijd is het een afdeling met veel humor. Geert zag mij aankomen en riep mij al van verre toe dat ik met hem moest bidden. Bidden is een ultieme poging tot contact, niet alleen met God, maar ook met elkaar.
Hij begon al in de huiskamer, waar mensen in en uitliepen, de tv aanstond tegelijk met de radio, en ik net een kop koffie zat in te schenken. ,,Here God, bedankt dat de dominee langskomt. Help hem bij zijn moeilijke werk met al die vervelende mensen. Amen.”
,,Dankjewel, Geert, dat was mooi”, zei ik.
,,Nu jij. Ik heb last van de duivel.” We gingen naar zijn slaapkamer en ik hield zijn handen vast. Hij keek door de spleetjes van zijn ogen naar me toen ik bad om geestkracht en uithoudingsvermogen. En of de duivel van hem mocht wijken omdat die tenslotte al verslagen was door Jezus. En dat Geert een kind van God was en daarom ook bescherming mocht vragen. Omdat hij dat verdient, als kind van God. Niet dat Geert daar iets voor moet doen, maar gewoon, omdat hij een kind is van God. Vanwege Jezus. Amen.
Geert keek mij aan met grote ogen. ,,Poeh!” zei hij, ,,dat was een pittig gebed!”
i Roger Wind is predikant en werkzaam als geestelijk verzorger bij GGZ Friesland. Reacties: roger.wind@ggzfriesland.nl

Vertel een vriend | Reageer op dit artikel | Aantal reacties 0


Reacties:



Geloof & Kerk
Advertenties
warmtepompen