De website frieschdagblad.nl maakt gebruik van cookies.
zaterdag 18 november

Geloof & Kerkmaandag, 28 september 2009

Prof. Graafland over de kredietcrisis en de roep om ethiek
Deugden onmisbaar in economie

De wereld bevindt zich in de ergste economische crisis sinds de jaren dertig. Biedt het geloof eigen manieren en inzichten om daarmee om te gaan? Prof. dr. Johan Graafland, hoogleraar in Tilburg, beschouwt de crisis in het Friesch Dagblad. Vandaag deel 4: Kredietcrisis en de roep om ethiek.

De kredietcrisis heeft het vertrouwen in de financiële sector en de vrijemarkteconomie ernstig geschaad. Uit empirisch onderzoek weten wij dat onderling vertrouwen van cruciaal belang is voor economische groei. Vanuit de politiek, nationaal en internationaal, zijn daarom allerlei voorstellen gedaan voor meer overheidsregulering. Door meer toezicht en striktere eisen ten aanzien van transparantie en kredietwaardigheid hopen de overheden de opeenhoping van risico’s in de toekomst te voorkomen. Maar is het niet veel effectiever als marktpartijen zelf hun verantwoordelijkheid nemen?

Leugen

De marktideologie kent een eigen ethiek. De centrale deugd in de markt is prudentie, oftewel het welbegrepen eigen belang. Als de markt voldoende doorzichtig is en alle marktpartijen goed inzicht hebben in de gevolgen van hun keuzes, zullen crises zoals wij nu meemaken niet voorkomen. Zelfs als sommige marktpartijen in staat zijn om extra te verdienen doordat risico’s intransparant zijn en gemakkelijk af te wentelen op anderen (moral hazard), zal marktwerking dit gedrag afstraffen door het reputatiemechanisme. Er komt immers een moment dat de waarheid de leugen achterhaalt en daarmee de reputatie van de oplichter voorgoed beschadigt. Zoals een Afrikaanse spreuk zegt: ‘Eén leugen bederft duizend waarheden’.
Toch kunnen marktimperfecties zo hardnekkig zijn dat het zelfoplossend vermogen van de markt te gering is om deze te overwinnen. Het reputatiemechanisme kan niet altijd zijn werk doen, omdat de transparantie ten aanzien van de prestaties van de onderneming in het verleden in veel gevallen beperkt is. Wie had gedacht dat de Amerikaanse belegger Madoff voor 43 miljard euro andere mensen kon oplichten voordat hij door de mand viel? Is het wel waar dat het welbegrepen eigenbelang een waarborg is voor een goed functioneren van de markt?
De kredietcrisis roept inderdaad ernstige twijfel op ten aanzien van de probaatheid van het welbegrepen eigenbelang als basis voor onderling vertrouwen in het marktverkeer. Commerciële banken die hypotheken aanboden aan huiseigenaren, hadden weinig belang om de kredietwaardigheid van de leners te toetsen, omdat zij de leningen in korte tijd doorverkochten en daarmee de risico’s doorschoven naar andere partijen. Hun belang was erin gelegen om zoveel omzet en winst te maken.
Ook kredietbeoordelaars lieten zich verleiden tot te hoge waarderingen omwille van het eigenbelang. Eigenbelang lag ook ten grondslag aan het koopgedrag van de banken die deze derivaten kochten. Hiertoe werden zij aangespoord door een excessief bonussysteem dat de prikkels te veel bij het realiseren van winst op korte termijn legde.

Moreel kompas

Werkelijk vertrouwen in andere marktpartijen is pas mogelijk als zij een innerlijke moreel kompas hebben om gewekte verwachtingen na te komen. De christelijke ethiek draagt verschillende deugden aan die een dergelijke houding bevorderen. De belangrijkste daarvan is integriteit in de zin van eerlijkheid en onkreukbaarheid. Dit is een vorm van wederkerigheid, zoals uitgedrukt wordt door de gouden regel uit het bijbelboek Lucas 6 vers 31: ‘En gelijk gij wilt, dat u de mensen doen, doet gij hen evenzo’ (NBG ’51).
Wie stelt het op prijs om bedrogen te worden? Maar ook andere deugden zoals matigheid, moed, zelfbeheersing en geduld dragen belangrijk bij aan het functioneren van een markteconomie. De deugd van matigheid is relevant, omdat de kredietcrisis zich afspeelt tegen een achtergrond van overconsumptie. Dit heeft de Amerikaanse economie sterk verzwakt en is er mede oorzaak van geweest dat de kredietcrisis zo hard heeft toegeslagen.
De deugd van moed staat tegenover de ondeugd van overmoed, die het risicozoekend investeringsgedrag van de meeste banken heeft gekenmerkt. Zelfbeheersing en geduld zouden niet alleen bijgedragen hebben aan een meer langetermijnstrategie bij banken, maar ook de verleiding om zich te laten leiden door een excessief beloningsbeleid hebben verminderd.
Dit zijn slechts enkele voorbeelden van de stelling die ook in de economische wetenschap steeds meer steun krijgt, namelijk dat een goede moraal van essentieel belang is voor het functioneren van de economie.
Maar een lastige vraag blijft wel hoe mensen zo ver kunnen worden gebracht dat zij zich ook in de economie door morele principes laten leiden en niet enkel door het al dan niet goed begrepen eigenbelang. Een mogelijk antwoord daarop is in het onderwijs meer aandacht te geven aan ethiek en belang daarvan voor de economie. Maar of dat afdoende zal zijn? Daarmee kom ik terug op de rol van de overheid. Wat immers ook nodig is, is een overheid die niet alleen zelf het goede voorbeeld geeft, maar ethiek ook in de instituties verankert. Daarvoor is goede wetgeving noodzakelijk.

Vertrouwen

Het is dus niet of of, maar en en. Als mensen erop kunnen vertrouwen dat leugen en bedrog effectief worden afgestraft door de wet, zullen zij niet alleen zichzelf twee keer bedenken voordat zij anderen oplichten, maar kunnen zij er ook meer op vertrouwen dat anderen dat ook niet doen. Dat zet een deugdzame spiraal ingang van vertrouwen ontvangen en vertrouwen geven.
i Prof. dr. Johan Graafland is hoogleraar Economie, Onderneming en Ethiek aan Universiteit van Tilburg

Vertel een vriend | Reageer op dit artikel | Aantal reacties 0


Reacties:

Geloof & Kerk
Familieberichten
Advertenties