De website frieschdagblad.nl maakt gebruik van cookies.
woensdag 22 november

Geloof & Kerkmaandag, 28 september 2009

Nieuw jaarboek Doopsgezinde Historische Kring belicht drie schuilkerken
Betalen voor een plek tegenover de preekstoel

Oude kerkgebouwen zijn zichtbare toegangen tot het verleden van hun gemeenten en tot hun historische plaats in de samenleving. Drie verhalen uit het nieuwste jaarboek van de Doopsgezinde Historische Kring over doopsgezinde kerkgebouwen illustreren een dagelijks leven tussen isolement en emancipatie.

Door Jaap Kerkhoven.
Doopsgezinden zijn trots op hun verleden. Deze zomer verscheen (vertraagd) het jaarboek 2008 van de Doopsgezinde Historische Kring. Het bevat bijdragen over drie kerkgebouwen: in Witmarsum, Steenwijk en Amsterdam.
Aanleiding om te schrijven over Witmarsum is de vernieuwing van een sinds lang bestaande herinneringsplaats en voor Amsterdam is dat het vierhonderdjarig bestaan van het kerkgebouw. Voor de vermaning in Steenwijk was 160 jaar blijkbaar voldoende. Zo’n aanleiding is eigenlijk helemaal niet nodig. Ligging en uiterlijk van het gebouw vertellen altijd iets belangwekkends over de positie van de kerkelijke gemeente, en het interieur vertelt over zijn interne geschiedenis.
De vermaning in Steenwijk zoals we die nu kennen staat op een pleintje en heeft een voorgevel met pilasters en een representatief portaal. Hij is gebouwd in 1848. De Kop van Overijssel kent vanouds een concentratie van mennonieten. In de negentiende eeuw werd Steenwijk voor hen het organisatorisch centrum met het nieuwe kerkgebouw als resultaat. Ondanks die dynamiek had de kerk de eerste veertig jaar een blinde gevel, weggedrongen achter een wagenmakerij.

Isolement

Kerkgangers kwamen aan de zijkant binnen via een steeg. Zij baanden zich soms een weg tussen wagenwielen en kippenrennen. Het gebouw zonder toren en klokken had alle kenmerken van een schuilkerk. Deze vaststelling is belangwekkend genoeg, maar helaas laat de auteur het daarbij. Vanwaar een gebouw met zo’n bescheiden publieke presentatie? De doopsgezinden waren al minstens een halve eeuw uit hun isolement getreden en maakten ook in Fryslân onderdeel uit van de bestuurlijke en maatschappelijke bovenlaag.
Een telefonisch rondje bij de locale historische vereniging bracht geen passende verklaring voor deze ogenschijnlijk bizarre situatie.

Huiskamerkerk

De Amsterdamse Singelkerk uit 1608 was ook een schuilkerk achter een steeg. Het huidige gebouw dateert van 1639. De vierkante vorm sluit aan bij de huiskamerkerken uit de tijden van vervolging. Er was een simpele houten vloer en terwille van de volkomen eenvoud waren de al te ijdele koperen kandelaars wit geverfd.
Gelijkheid was er troef. De doop gebeurde niet bij de kansel maar temidden van de gemeente. De banken stonden in een vierkant. Op den duur kregen de kerkenraad en predikers binnen dat vierkant een eigen zijde. Verhoogde preekstoelen en kerkenraadbanken deden hun intrede en accentueerden voor het eerst het zwaartepunt van de samenkomst. Strikte gelijkheid was er aanvankelijk ook tussen de leden van de gemeente. De vrouwen zaten op losse stoelen zonder onderscheid door elkaar. Het tijdstip van binnenkomst bepaalde ieders plaats.
Omstreeks 1765 droeg een deel van de zusters niet langer zelf haar stoel naar binnen maar liet die al voor de dienst neerzetten met een naambordje er op. Ondanks klachten over zoveel hovaardigheid kwamen er betaalde vaste plaatsen voor de vrouwen. In 1840 vroegen welgestelden ook om vaste mannenbanken. Zij verwezen naar de praktijk in ‘bijna alle andere christelijke gemeenten’. Voor een plek recht tegenover de preekstoel werd van nu af aan betaald. De elite was uit zijn isolement getreden en zijn wereldwijsheid werd ook zichtbaar binnen het kerkgebouw.
De Amsterdamse doopsgezinden lijken aldus nogal wat te hebben ingeleverd op hun oorspronkelijke signatuur wat betreft de gelijkheid. Doordat ze minder geďsoleerd leefden, kwam de invloed van de maatschappij ook meer de gemeenschap binnen. Mensen die zich in de maatschappij belangrijk vonden, lieten dat ook in de kerk merken. De vraag is hoe alle veranderingen rond het meubilair zich verhielden tot traditionele waarden als concentratie op de levenswandel, onderlinge vermaning, ontbreken van leerstelligheid en beperkte waardering voor geleerdheid.
Bedoeld of onbedoeld geeft het artikel over de Singelkerk een illustratie van het doorwerken van het eigenzinnige doperse verleden. Tijdens een restauratie in 1952 gingen de diensten door, ook al was de fundering compleet opengelegd. Een foto daarvan ontlokt de auteur de woorden: ‘De dominee zweefde als het ware boven de afgrond in zijn preekstoel’. Generaties hebben opgezien naar die verhoogde kansel maar hij vormt kennelijk ook nu nog een bron van inspiratie. In 1952 zal dat bij de broeders en zusters niet anders zijn geweest.

Kerk van staal

Het doopsgezinde geestesmerk valt ook aan te treffen midden in het Friese weidelandschap. Even buiten Witmarsum, de plaats waar Menno Simons priester was, staat sinds afgelopen jaar in veelkleurig staal een open constructie.
Hij steekt prachtig af tegen de omgeving. De constructie geeft de contouren aan van de negentiende-eeuwse vermaning en is geplaatst naast een gedenknaald uit 1879.
De plek is een bedevaartsoord voor Noord-Amerikaanse Doopsgezinden, maar de kerkhervormer zelf is na zijn afscheid van de Rooms-katholieke Kerk nooit meer in Witmarsum teruggekeerd en heeft hier dus ook nooit gepreekt. Het contourenkerkje geeft in het jaarboek wellicht daarom aanleiding tot bezinning en niet tot historisch onderzoek. Dit gebeurt in een betoog over doperse spiritualiteit. Het gaat niet om erfgoed maar om de individuele keuze. Maar binnen die gedachtewereld is de doperse traditie overal herkenbaar.
Fryslân staat vol magnifieke kerken. Voortdurend zijn restauraties in voorbereiding en in uitvoering. Soms komen daar aanpassingen aan het interieur bij, parallel aan wijzigingen in de liturgie. Bij zulke aanpassingen blijkt het interieur een aanrakingspunt tussen heden en verleden. De Amsterdamse Singelkerk illustreert hoe nauw de details van de inrichting verweven kunnen zijn met het verleden van een gemeente. De impressie uit Steenwijk laat zien dat ook een paar simpele gegevens over de ligging van het gebouw al kunnen leiden tot boeiende vragen. Het smaakt naar meer, ook over andere kerkgenootschappen.
i Doopsgezinde Bijdragen. Nieuwe reeks nummer 34 (2008). Doopsgezinde Historische Kring. Hilversum uitgeverij Verloren, 29,50 euro
i Jaap Kerkhoven is historicus en woont in Workum. Hij publiceert over musea en hun publiek en over voorwerpen en hun betekenis

Vertel een vriend | Reageer op dit artikel | Aantal reacties 0


Reacties:

Geloof & Kerk
Familieberichten
Advertenties