De website frieschdagblad.nl maakt gebruik van cookies.
woensdag 22 november

Hoofdartikelmaandag, 28 september 2009

Verhagen, Van Middelkoop...
Een deel van Nederland schrok even op: we zouden toch weg uit Afghanistan? Minister Verhagen deed plotseling de suggestie dat er best een kans is dat we blijven. Minister Van Middelkoop volgde en nu zegt minister-president Balkenende dat de uitspraken van zijn collega‘s in lijn zijn met het beleid. Schrokken al die Nederlanders voor niets?
Nederland heeft nu de positie van leading nation in Afghanistan, ons land heeft een bijzondere positie in Uruzgan. Die positie maakt het noodzakelijk dat er heel wat Nederlandse manschappen in Uruzgan zijn. Aan deze belasting komt een einde, zo is afgesproken. En volgens Balkenende is dat nog steeds de bedoeling. Maar dat hoeft niet te betekenen dat er geen kleine Nederlandse bijdrage aan de internationale operatie kan worden geleverd. Er is dus niet aan de hand met de uitspraken van Verhagen en Van Middelkoop.
Er is wel iets anders aan de hand. Dat is de strategische lijn van ons land die leidt naar eventuele blijvende betrokkenheid van ons land bij Afghanistan. Dat er Nederlandse militairen in Afghanistan zijn heeft alles te maken met de belangen die ons land heeft bij een goede verhouding met de Verenigde Staten. Dat was zo voor het begin van de Nederlandse aanwezigheid in Afghanistan en dat is nog zo. Een commissie zoekt uit hoe het precies is gegaan: zijn we een oorlog in gerommeld of niet? Heeft het besluit om te gaan te maken met afspraken die buiten het parlement om met de Verenigde Staten zijn gemaakt?
De eventuele toekomstige betrokkenheid van ons land bij Afghanistan heeft nadrukkelijk te maken met de goede relaties die ons land met de Verenigde Staten wil. Minister Verhagen heeft volgens de berichten aangegeven dat onze deelname aan de internationale strijd in Afghanistan te maken heeft met ‘meedoen in de wereld.’ Vrij vertaald: als ons land meedoet in Afghanistan, dan worden we daarvoor beloond in de internationale diplomatieke wereld. Zo’n gedachte heeft de kracht om allerlei verbanden te zien. Bijvoorbeeld het verband met de Nederlandse deelname aan de G20. Die is ‘bevochten’ door Balkenende en naar het lijkt met succes.
Niemand moet naïef zijn over de Amerikaanse druk op ons land en over de gretigheid waarmee ons land wil meedoen met de grote landen. Den Haag heeft de afgelopen weken bezoek gehad van diverse hogere Amerikaanse militairen en diplomaten, om de Afghaanse kwestie te bespreken. Dat de minister van Buitenlandse Zaken nu zijn uitspraak deed, is geen toeval. En dat hij die uitspraken deed terwijl hij bij zijn Amerikaanse vrienden op de stoel zat, evenmin. Dat niet de minister van Defensie, Van Middelkoop de toch belangwekkende mededeling deed is een bevestiging dat ons militair en ons humanitair beleid vooral politiek-strategisch van aard is.
Het is goed om deze dingen te bedenken als leden van het kabinet dierbare woorden spreken over Nederlandse verantwoordelijkheid voor de slechte positie van vrouwen en kinderen in een door de taliban gecontroleerd gebied. Er zijn gebieden in de wereld waar de ‘humanitaire’ militaire hulp heel wat effectiever kan zijn dan de Nederlandse hulp nu in Afghanistan is.
...en de politieke strategie
Inmiddels kan niemand die z’n verstand gebruikt nog beweren dat het goed gaat in Afghanistan. De taliban heeft meer gebieden onder controle dan toen de internationale gemeenschap Afghanistan binnenkwam. Russische generaals waarschuwden het Westen dat Afghanistan onneembaar is. De militairen van Jeltsin hadden hun tanden op de Afghaanse rotsen stukgebeten, hoewel ze er met 300.000 (!) manschappen waren.
Nederland doet mee met de Amerikaanse droom over terreurbestrijding in Afghanistan. Zelfs hoge Amerikaanse militairen die in Afghanistan hebben gediend, erkennen dat het een onbegonnen strijd is. Om twee redenen. De eerste: Afghanistan kun je militair niet veroveren. De tweede: terreurorganisaties leven zonder grenzen. Al zou Afghanistan gecontroleerd kunnen worden, dan nog is dat geen garantie. De terroristen zijn dan al lang naar andere gebieden getrokken.
Wat ook de uitkomst is van het onderzoek naar het begin van de Nederlandse betrokkenheid in Afghanistan, die aanwezigheid is steeds moeilijker te verdedigen. Zeker met de argumenten zoals we die tot nu hebben gehoord en die de nabestaanden van de gesneuvelde Nederlandse militairen hebben moeten aanhoren.

Vertel een vriend | Reageer op dit artikel | Aantal reacties 0


Reacties:

hoofdartikel
Familieberichten
Advertenties