De website frieschdagblad.nl maakt gebruik van cookies.
dinsdag 25 november

Sportdinsdag, 14 juli 2009

‘Wie er alles aan doet, kan het bij mij niet fout doen’

Voor sommigen is basketbalcoach Ton Boot een visionair en een goeroe, voor anderen een autistische, botte extremist. Maar zelfs zijn grootste criticasters beamen dat hij een topcoach is, volgens de Volkskrant zelfs de beste coach van de twintigste eeuw,' noteert journalist en fotograaf Igor Wijnker op de achterflap van zijn biografie Bezeten. Ton Boot. De winnaar & het laatste seizoen. De doelstelling voor zijn boek formuleert Wijnker als volgt. ‘Als basketbalspeler domineerde Ton Boot twee decennia en daarna werd hij als coach met zijn roemruchte trainingsmethode een levende legende. Wat drijft Boot om als 66-jarige na veertien landstitels in 2006 in Groningen op jacht te gaan naar zijn volgende prijs?’

Jan Luitzen
Daartoe vergaarde Igor Wijnker informatie uit onder meer kranten- en tijdschriftenarchieven en interviewde hij betrokkenen - met als resultaat deel 1 (ruwweg eenderde van het boek) dat sprongsgewijs door het leven gaat van ‘deze vooral onconventionele en zelfs voor zijn beste vriend ondoorgrondelijke man’. Maar Wijnker wilde meer, want om een goed beeld te kunnen schetsen van de coach en zijn werkwijze zou hij hem van dichtbij moeten volgen.
Als een fly on the wall, een heel seizoen lang. Dat mocht van Ton Boot, dus deel 2 bestaat uit een minutieus verslag van het seizoen 2006-2007 waarin Wijnker trainingen en wedstrijden van nabij heeft gevolgd - al was de kleedkamer verboden terrein - en vragen heeft gesteld aan spelers, supporters en andere mensen uit Boots naaste omgeving, behalve aan de coach zelf: ‘Ton Boot wilde zich vooral niet diep in zijn ziel laten kijken; dus geen uitgebreide interviews.’
Uit Bezeten rijst het beeld op van een monomane, eenzame man die daar zelf nooit geheimzinnig over deed: ‘Ik vind het heel prettig om met niemand wat te maken te hebben, van niemand last te ondervinden en niemand last te geven. Redelijk altruïstisch: ik wil niemand tot last zijn en dat kan ik alleen als ik alleen ben.’ Later geeft hij zelfs toe dat hij een obsessief-compulsieve persoonlijkheidsstoornis heeft, met als een van de kenmerken: ‘de persoon is rigide, onbuigzaam en koppig en streeft zodanig naar perfectie dat dit de voltooiing van de taak in de weg staat.’
En wat beschouwt Boot als zijn taak?
De ontrafeling van het geheim van ‘winnen’.
Het liefst was Ton Boot de rest van zijn leven basketballer gebleven, maar op 36-jarige leeftijd moest hij als speler, onder dwang van een hardnekkige blessure, er toch echt mee ophouden, na een seizoen dat een fiasco was geworden: ‘Het meelijwekkende verhaal van de oude speler die niet kon stoppen.’
Als gymleraar op de LTS in Alkmaar en als basketbalcoach in de jaren erna hanteerde Boot als principe: ‘Als je er alles voor doet en 120 procent inzet toont, kun je het bij mij nooit fout doen.’ En hij was streng. Hij vond: zorg dat je duidelijkheid schept, want een (individu uit een) groep probeert altijd grenzen te zoeken en zolang je die grenzen zelf blijft verleggen, kunnen je leerlingen/spelers er niks mee. Met zijn methode-Boot - het team en de spelers eerst afbreken en daarna opbouwen tot een onverslaanbare basketbalmachine - was hij zo succesvol dat aan het eind van zijn carrière een vergelijkbaar aforisme van toepassing op hem was als op het Duitse voetbalteam: ‘Je hebt een regulier seizoen, daarna de play-offs en de laatste wedstrijd wordt gewonnen door Ton Boot.’
Maar niet altijd. In het tweede deel van zijn boek schetst Wijnker Boots laatste tumultueuze seizoen in Groningen waarin Boot overhoop ligt met het bestuur, de begeleiding, trouwe supporters en vooral met de zeven Amerikanen in zijn team. Uiteindelijk wordt Hanzevast Capitals Groningen derde en vindt Boot dat hij als coach heeft gefaald, maar het ontluisterende slotdeel gaat vooral over (het gebrek aan) communicatie.
De essentie van het in dat seizoen niet meer werken van de methode-Boot wordt genadeloos blootgelegd door Wijnker en wordt het meest inzichtelijk verwoord door Darnell Hinson, een van de Amerikaanse spelers: ‘We zijn allemaal volwassen mannen en hij spreekt ons aan alsof we kinderen zijn, niet als man tegen man. Maar je moet een beetje respect tonen. Als ik een fout maak, mag je dat best vertellen. Maar als je zegt: ”Wat een sukkel ben jij, ik heb nog nooit een speler meegemaakt die zo'n domme fout heeft gemaakt!”, dan luister ik bij alles wat je de volgende keer zegt toch niet.’
i Bezeten. Ton Boot. De winnaar & het laatste seizoen - Igor Wijnker, Nieuw Amsterdam, 320 pagina’s, € 17,50, ISBN 978-90-468-0346-2.

Vertel een vriend | Reageer op dit artikel | Aantal reacties 0


Reacties:

sport
Familieberichten
Advertenties