De website frieschdagblad.nl maakt gebruik van cookies.
woensdag 23 mei

Hoofdartikelwoensdag, 20 mei 2009

Van Pasen tot Hemelvaart
Het verhaal van Hemelvaart neemt bij de evangelist Lucas maar twee verzen in beslag. Die vormen tevens de laatste woorden van het bijbelboek. Het verhaal sluit bij Lucas naadloos aan bij dat van de Emmaüsgangers. Dat gaat over twee mannen die zich verwonderen over de gebeurtenissen rondom Jezus, over zijn optreden en over sterven. Een derde man voegt zich bij hen, die later Jezus blijkt te zijn.
De verhalen horen bij elkaar. Ze zijn volgens sommige uitleggers een deel van een vierluik, dat Lucas in zijn beschrijving vanaf de opstanding opbouwt. Een beschrijving naar het model van de vier afdelingen van de tempel.
De eerste afdeling is de voorhof van vrouwen. In het verhaal gaat het om de vrouwen die als eersten bij het lege graf komen. Ze zien Jezus zelf niet, maar zijn opstanding wordt hun verkondigd.
De tweede afdeling is de voorhof van de mannen. Die komt overeen met het verhaal van de Emmaüsgangers. Zij en de dan nog onbekende, derde man doen wat de mannen in de tempel doen: ze overleggen en ze leren, geschaard om de leraar: Jezus. Die onderwijst de Emmaüsgangers over ‘wat er in al de Schriften over Hem geschreven stond, en Hij begon bij Mozes en de profeten’.
De toevoeging over Mozes en de profeten is belangrijk, de Tora. Jezus verwijst hier naar zichzelf - Hij ís de Tora.
Nog steeds herkennen de mannen Hem niet. Dat gebeurt pas als het verhaal verwijst naar de voorhof van de priesters, het derde luik. Het is het moment waar in het evangelie ‘het brood wordt gebroken’ en het zegengebed wordt gesproken. Dat gebeurt bij de Emmaüsgangers thuis. Jezus vervult de rol van de priester. Hij zegt het zegengebed: ‘Gezegend Gij Heer, God, Koning van het heelal, die uit de aarde het brood doet voortkomen’.
Het breken van het brood is een centraal element in het verhaal: tijdens die handeling krijgen de Emmaüsgangers inzicht wie bij hen is. Daarom schrijft Lucas er nóg een keer over. Dat gebeurt als de mannen, teruggekeerd naar de stad, aan de discipelen vertellen wat hun is overkomen. Ze vertellen hoe Hij zich aan hen kenbaar maakte door het breken van het brood. Het is duidelijk dat hier wordt verwezen naar het getuigenis van Jezus: ‘Ik ben het brood des levens’.
Nu gaat het verhaal van de Emmaüsgangers over in dat van Hemelvaart. Terwijl de discipelen luisteren naar wat de Emmaüsgangers te vertellen hebben, verschijnt Jezus. De discipelen raken door angst bevangen als ze Hem zien. Hij antwoordt daarop door hun zijn vrede te wensen. En Hij doet meer om hun angst en ongeloof weg te nemen. Kijk maar, naar mijn voeten en mijn handen en raak me aan - ik ben geen geest. Jezus vraagt zelfs om eten - zou een geest een vis kunnen eten?
Voordat de discipelen Hem herkennen, moeten ze nog iets weten. Jezus herhaalt wat Hij over zichzelf heeft gezegd: alles wat over Mij geschreven staat, moet in vervulling gaan. Opnieuw verwijst Jezus naar zichzelf - Hij is de Tora en de vervulling ervan.
En nog is het niet genoeg - Jezus moet het ‘verstand ontvankelijk maken voor het verstaan van de Schriften’. Hoe de discipelen reageren als ze Hem herkennen, vertelt Lucas niet. Jezus heeft het laatste woord. Hij heeft het over dood en opstanding, over inkeer en vergeving en over alle volken op de hele aarde. Hij zegt dat de kracht van God over de discipelen zal komen, dat is de Geest - zodat ze in staat zullen zijn om te getuigen over alles wat ze hebben gezien en gehoord.
De slotverzen van Lucas beschrijven het heilige van de tempel, het vierde luik. Het heilige is de plaats die is voorbehouden aan de priesters. Jezus is in het verhaal de opperpriester. Hij neemt de discipelen mee de stad uit. Daar heft hij zijn handen om hen te zegenen - de zegen van Aäron: - ‘moge de Heer u zegenen en beschermen, moge de Heer het licht van zijn gelaat over u doen schijnen en u genadig zijn, moge de Heer u zijn gelaat toewenden en u vrede geven’. Terwijl Jezus deze woorden zegt, gaat Hij heen en wordt Hij opgenomen in de hemel. Hier gebeuren grootse dingen. De discipelen schouwen de werkelijkheid van God en raken tot in het diepst van hun ziel verheugd. Ze ervaren dat naar de mate waarin Hij wordt verhoogd, zijn zegenspreuk een groter bereik krijgt, tot over de hele aarde. Als Jezus aan het zicht is onttrokken, keren de mannen terug naar de stad en gaan naar de tempel om God te loven.
Lucas begon zijn evangelie met het verhaal van Zacharias in de tempel, over de verwachting van een zoon, Johannes. Het evangelie eindigt ook in de tempel, vol verwachting van de vervulling met de kracht van God, dat is de Geest van Pinksteren.

Vertel een vriend | Reageer op dit artikel | Aantal reacties 0


Reacties:

hoofdartikel
Familieberichten
Advertenties