De website frieschdagblad.nl maakt gebruik van cookies.
zaterdag 18 november

Regiowoensdag, 13 mei 2009

Nieuw meldpunt moet vleermuizen beter beschermen
Vleermuis heeft steeds meer moeite met nestelen

Leeuwarden - Het gaat niet zo goed met de vleermuizen in Fryslân. Landschapsbeheer Friesland luidt de noodklok en start een eigen meldpunt voor vragen. Via het meldpunt wordt ook hulp geboden aan mensen die last hebben van de diertjes in en rond huis.

Door Merlijn Torensma.
Vleermuizen vormen een kwetsbare diergroep. Ze zijn erg afhankelijk van de omgeving, net als bijen gevoelig voor ziekten en pesticiden en worden geregeld gedood door mensen die wat minder op hebben met deze kleine nachtelijke vliegers.
Waar mensen zijn, zitten vaak ook vleermuizen. Vooral huizen hebben een sterke aantrekkingskracht op vleermuizen. Ze nestelen graag onder dakpannen, in kieren in de muur, op oude (kerk)zolders en in verlaten schuren.
De laatste jaren worden de vleermuizen steeds meer bedreigd omdat mensen betere huizen zijn gaan bouwen. Er zijn geen spleetjes meer onder dakpannen, kieren komen nauwelijks nog voor en zolders en schuren worden hermetisch afgesloten.
Funest voor deze unieke diertjes, vindt Martijn Broekman van Landschapsbeheer Friesland. Volgens Broekman zijn vleermui-zen honkvast en kunnen verstoringen van de leefomgeving grote gevolgen hebben voor de populatie.
,,Vleermuizen nestelen op vaste plekken en hebben vaste trekroutes. Die plekken komen er alsmaar minder en dat kan leiden tot het helemaal wegblijven van vleermuizen. Territoria worden nu eenmaal maar moeizaam weer in gebruik genomen’’, vertelt de vleermuisdeskundige.
Wat de vleermuizen ook kwetsbaar maakt, is dat ze eens in het jaar of eens in de twee jaar één jong krijgen. Anders dan bij vogels, is er dus nauwelijks nieuwe aanwas. Broekman benadrukt dat er dan ook zorgvuldig met de dieren moet worden omgegaan.
In woonwijken vinden de beestjes nog wel een plekje om hun jong groot te brengen. Dat zorgt soms voor stank of geluidsoverlast. Wat Landschapsbeheer Friesland vaak ziet, is dat mensen bang zijn voor de dieren en ze proberen dood te maken.
Broekman maakt ook wel mee dat de toegang naar het nest wordt afgesloten. Dat is volgens hem het laatste wat iemand mag doen. ,,Zo gaat een hele kolonie met jongen dood. De ouders ouders kunnen niet meer bij de jongen komen of op jacht gaan. Dat is zonde. Ingrijpen willen wij liever niet. We hopen met goede informatie en voorlichting duidelijk te maken dat ingrijpen ook niet nodig is. Een alternatief zoals een vleermuiskast kan vaak al een heleboel oplossen. Alleen in extreme gevallen van overlast kunnen we overwegen om in te grijpen. Maar pas nadat er goed is gekeken naar de gehele situatie.’’
Een gevaar zijn de vleermuizen zelden, zegt de vleermuisdeskundige. Ze zijn kleiner dan een kat en volgens de deskundige niet bijtgraag. ,,Natuurlijk kunnen ze bijten als je ze in het nauw drijft, maar dat geldt zelfs voor een konijn. Het blijven wilde dieren.’’
Iedereen in Fryslân die last heeft van vleermuizen en of steenmarters, kan vanaf nu terecht bij het meldpunt. Dat meldpunt bestaat uit een website, en een mobiel telefoonnummer dat zeven dagen per week bereikbaar is.
Het meldpunt is er gekomen op verzoek van de provincie. ,,Iedere gemeente is verplicht een meldpunt te hebben voor vleermuizen om overlast te registreren. Maar eigenlijk heeft niemand het. Nu gaan wij het namens alle gemeenten doen. Het is goed dat het centraal geregeld gaat worden.’’

Vrijwilligers

Het meldpunt moet uiteindelijk gaan draaien met vrijwilligers. Landschapsbeheer Friesland zoekt in iedere gemeente een of twee krachten die bereid zijn een korte cursus te volgen en daarna het veld in gaan. ,,Ze moeten het onderscheid kennen tussen de verschillende soorten en weten of ze te maken hebben met een ziek, verzwakt of gezond dier. Verder is basiskennis over de vleermuis essentieel, maar ook hoe je moet omgaan met een vleermuis.’’
De zieke dieren gaan naar de Fûgelhelling in Ureterp. Vorig jaar werden daar veertig behandeld. Dat kunnen er meer worden: Broekman verwacht met de komst van het meldpunt wekelijks drie tot vier meldingen binnen te krijgen.

Steenmarters

Bij het meldpunt Friesland kunnen ook steenmarters aangemeld worden. Een totaal andere diersoort dan de vleermuis, maar volgens de deskundige geen rare keuze. ,,Het zijn beide bedreigde diersoorten, beide leven vooral ’s nachts en in de buurt van mensen, ze zorgen soms voor overlast en er is weinig kennis over deze dieren bij burgers en instanties.’’
Vroeger waren steenmarters vooral te vinden op het boerenerf. Tegenwoordig zoeken de steenmarters steeds meer de warmte van woonhuizen en gebouwen op. ,,In de oude stallen was het vroeger aangenaam warm voor de steenmarters. Nu zijn de stallen vaak open, koud, en zonder hooi. Dat hooi bood bescherming, warmte en een heleboel muizen, een belangrijk onderdeel op het menu.”
Uiteindelijk hoopt Broekman op meer goodwill voor de beschermde diersoorten. ,,Daar waar dieren en mensen elkaar ontmoeten, is altijd een bepaalde spanning. Soms is dat niet leuk.. Onbekend maakt onbemind zeggen ze wel eens, daar hopen we wat aan te doen!’’
i Het meldpunt: 06-10172218. Meer informatie: www.meldpuntvleermuizenenmarters.nl

Heel nuttig

Een van de vele fabels die de ronde doen over vleermuizen is dat ze gemakkelijk in de haren van mensen verstrikt kunnen raken. Daar is niets van waar.
Vleermuizen zijn eigenlijk heel nuttig. Het zijn insecteneters. Ze halen kilo’s aan insecten uit de lucht. Vooral rondom de slaapkamer is dat ’s zomers een groot voordeel. Een vleermuis moet in één nacht ongeveer een derde deel van zijn eigen gewicht eten om te overleven. Dit betekent voor een gemiddelde vleermuis ongeveer driehonderd insecten per nacht.

Vertel een vriend | Reageer op dit artikel | Aantal reacties 0


Reacties:

regio
Familieberichten
Advertenties