|
Home Regio Geloof & Kerk Opinie Economie Sport Cultuur Dossiers — populisme en de kerk — De Nieuwe Bijbelvertaling Kerkdiensten
|
Make A Difference Day, geen prominent komt er onderuit
Leeuwarden - De Make A Difference Dagen beleven gisteren en vandaag pas hun vierde editie, maar het Oranje Fonds, Movisie en de Nederlandse Organisaties Vrijwilligerswerk (NOV) hebben er al een soort nationale feestdag van weten te maken waar mensen in openbare functies zich niet met goed fatsoen aan kunnen onttrekken. Bleef het de eerste keer in 2006 bij enkele honderden vrijwilligers die de handen uit de mouwen staken, dit jaar gaat het om tienduizenden mensen.
Een drukbezet man als Commissaris van de Koningin Jorritsma bijvoorbeeld vond gistermiddag tijd om anderhalf uur bij te springen in het Medisch Centrum Leeuwarden. Hij reed daar als bestuurder van een golfkarretje rond en hielp zo minder mobiele patiënten naar de verschillende afdelingen van het ziekenhuis.
Zijn gedeputeerden staken onder meer bij de Wereldwinkel en Kringloopwinkel Estafette de handen uit de mouwen. Bij die laatste winkel was het dringen voor de prominenten. De gedeputeerden Konst en De Vries losten daar gisteren burgemeester Crone en enkele Leeuwarder wethouders af.
Statenleden deden hun vrijwilligersplicht onder meer bij speeltuin De Greiden in Heerenveen, scouting De Twirre in Noardburgum en crisisopvang Blijenhof in Burgum. Ook allerlei burgemeesters en wethouders deden mee: bij verzorgingshuizen, lokale omroepen, dierenasiels en kinderboerderijen namen ze voor even het werk over van de vrijwilligers die daar elke dag belangeloos hun inzet tonen.
Het waren niet alleen maar prominenten die voor een dag hun beste beentje voor zetten. Zo hielpen 23 vmbo-scholieren van het derde jaar economie van csg Liudger in Drachten gisteren bij verzorgingshuis Rispinge, vogelopvang de Fûgelhelling en verzorgingshuis De Wiken. In het verzorgingshuis deed ook directeur Vogel mee, als pannenkoekenbakker.
Oranjebezoek
De meeste aandacht ging gisteren uit naar het bezoek van prins Bernhard jr. en prinses Annette aan Dokkum.
Ze trekken op de Oranjewal veel aandacht bij hun aankomst, maar het gaat op Make A Difference Day nadrukkelijk niet om hen. Binnen zitten namelijk zo’n vijftig jongeren te wachten om door de prins en prinses verwend te worden. Jongeren tussen de tien en de twintig jaar met één overeenkomst: ze zorgen allemaal voor een familielid, een vriend of een andere bekende. Jonge mantelzorgers, dus voor één dag zelf verzorgd worden.
Zo gespannen als de jongeren vooraf zijn, zo gemoedelijk gaat het er, eenmaal binnen, aan toe. Prins Berhard jr. begeeft zich rustig naar de bar en laat zich bijpraten door de vrijwilligers die normaal de drankjes uitschenken. En prinses Annette kan zich installeren achter de koffietafel zonder te worden herkend. Pas als een medewerker van Fawaka - de organisatie voor jonge Friese mantelzorgers - de jongeren op de prinses wijst, krijgt ze het druk.
Joyce Galema, Femke en Sytske Boymans en Quincey van der Zwan zitten aan een tafeltje vlakbij de prinses en kijken toe. ,,Die man die heb ik wel direct herkend, die heeft wel een bekende kop, maar haar herkende ik niet.” Haar zus Femke zet haar een kopje thee voor, een koninklijk kopje. ,,Het smaakt niet anders hoor, maar het is wel leuk.”
Ze vinden ze het wel goed dat ook de koninklijke familie zich tijdens Make A Difference Day belangeloos inzet. Niet zozeer omdat ze zelf eens een keer verzorgd worden, maar om de aandacht die het oplevert. Aandacht voor de mantelzorgers, maar ook voor allerlei andere vrijwilligers.
De prinses laat tussen het schenken door weten dat ze geen moeite heeft met dit uitstapje naar vrijwilligerswerk. ,,Ik vind het hartstikke leuk om te doen. Het is ook goed dat nu deze jongeren eens in de belangstelling staan.”
Jong helpen
De zestienjarige Joyce Galema heeft een verstandelijk gehandicapte broer, die twee jaar ouder is dan zij. Al van kinds af aan helpt ze mee om hem te verzorgen en pakte ze taken op in de huishouding die andere kinderen pas op veel latere leeftijd leren. ,,Toen hij nog bij ons thuis woonde, hielp ik mijn ouders iedere dag. Niet alleen in het huishouden maar ook met het aankleden van mijn broer, met het eten, het naar bed brengen: van alles eigenlijk.”
Femke (17) luistert naar het verhaal van Joyce. ,,Eigenlijk is dit precies mijn verhaal.” Ook zij heeft een verstandelijk gehandicapte broer, een intussen 21-jarige man met het syndroom van Down. ,,Je groeit er mee op, met het zorgen. Het is normaal en dus vond ik het vroeger ook niet gek. Als we naar een pretpark gingen bijvoorbeeld was het de gewoonste zaak van de wereld dat we met zijn allen op onze broer letten. En ook de zorgtaken in huis zijn er altijd geweest. Ik weet niet beter.” Joyce knikt bij het verhaal van Femke. Ook zij heeft het er nooit moeilijk mee gehad, het nooit als last ervaren.
De twee jaar oudere zus van Femke is er intussen ook bij gekomen en merkt op: ,,Je krijgt er zoveel meer voor terug. De warmte, de aandacht van je broer, de blijdschap ook. Bij ons thuis heerst er een heel sterk saamhorigheidsgevoel, juist omdat we ook met zijn allen de zorg delen.”
Belasting
Zo positief ervaart niet iedereen het. Quincey van der Zwan zorgt sinds zijn dertiende voor zijn moeder die lijdt aan reuma. ,,Mijn moeder kreeg hele zware reuma, ze kon eigenlijk niks meer met haar handen. Niet meer eten, niet meer afwassen, heel weinig kon ze nog.”
Ondanks dat hij het normaal vindt om nu een deel van de zorgtaken op zich te nemen, heeft Quincey het met die belasting wel eens moeilijk. ,,Heel vaak vond ik het best wel rot. Ik kon ’s avonds vaak niet meer naar mijn maten toe omdat ik thuis moest helpen. Dat was niet leuk.”
Vanmiddag zijn ze onder elkaar, lotgenoten met verantwoordelijkheden en zorgtaken die veel andere kinderen van hun leeftijd niet hebben. En voor één keer worden ze nu zelf op vorstelijke wijze bediend. ‘Thuis heerst een heel sterk saamhorigheidsgevoel, juist omdat we met zijn allen de zorg delen.
Vertel een vriend | Reageer op dit artikel | Aantal reacties 0 Reacties:
|
Advertenties
|