De website frieschdagblad.nl maakt gebruik van cookies.


dinsdag 17 oktober

Geloof & Kerkvrijdag, 27 februari 2009

Prof. dr. Willem Ouweneel pleit voor ruimte in scheppingsdiscussie
Geen bangmakerij over evolutie

Evolutionisten en creationisten staan weer lijnrecht tegenover elkaar in het Darwinjaar. Prof. dr. Willem Ouweneel pleit voor een pastorale benadering. ,,Het is toch bangmakerij als men beweert dat wie de ‘letterlijke’ uitleg van Genesis 1 loslaat, uiteindelijk ook het opstandingsverhaal loslaat?”

Er is in dit Darwinjaar binnen christelijke kring een stevige discussie losgebrand rond de uitleg van Genesis 1. Mede als gevolg van het EO-programma op 3 februari jl., waarin Andries Knevel zich openbaarde als aanhanger van de evolutieleer en daarmee heel wat EO-leden tegen de schenen schopte.
Ook is de discussie aangewakkerd door de brochure Evolutie of schepping - wat geloof jij? van Kees van Helden, waarvan deze week ruim zes miljoen exemplaren verspreid worden. Misschien heeft u deze ook in de bus gehad. Zelf ben ik in de discussie betrokken geraakt doordat het Nederlands Dagblad mij een lezing over dit onderwerp liet houden en een samenvatting daarvan publiceerde. Ook is de EO een uur lang tv-opnamen bij mij komen maken, waaruit in het genoemde programma helaas slechts enkele quotes gelicht zijn.
Ik word ook aangehaald in de discussies omdat men mij ziet als een ‘bekeerling’. Eerst zou ik creationist geweest zijn en nu tot het ‘evolutiekamp’ behoren. Allereerst denk ik dat het niet goed is dat er (opnieuw) tegenstellingen tussen christenen en niet-christenen én christenen onderling worden gecreëerd door het innemen van de stellingen. Daar gaat weinig getuigenis van uit. Ik kom net terug van een evangelisatiecampagne in India. Als je kijkt wat daar gebeurt - tienduizenden die tot geloof komen - vraag je je af waar we in Nederland mee bezig zijn.
Ik wil duidelijk maken dat het niet gaat om een keuze voor of tegen. Ik heb mij nergens als een verdediger van de algemene evolutie (van eencellige tot mens) uitgesproken. Integendeel, ik heb zeer grote twijfels over deze leer. Ook heb ik nergens de traditionele uitleg van Genesis 1 verworpen. Laat staan dat ik Genesis 1 verworpen heb!; ik heb alleen in mijn boek De schepping van God laten zien dat er grote problemen aan de letterlijke uitleg kleven. Maar tegelijk blijft Genesis 1 zeer belangrijk voor het christelijk geloof. Nergens in de Bijbel wordt zo duidelijk uitgesproken dat alle dingen door God geschapen zijn, en wel door zijn roepende woord (Romeinen 4:17c), dat God groter is dan alle schepselen die door de heidenen als afgoden worden vereerd (Romeinen 1:23) en dat de mens geen veredeld dier is, maar beelddrager van God.
Daar komt trouwens wel bij dat het Oude Testament niet slechts de ene voorstelling van Genesis 1 kent, maar minstens vier scheppingsvoorstellingen (zie mijn boek): die van Genesis 1 schildert God als Schepper-Koning, die slechts heeft te gebieden, maar die van Genesis 2 tekent God als Schepper-Herenboer, die zelfstandig de grond bewerkt en bebouwt (zie ook Job 38 en 39). Psalm 104 en Jesaja 40 schilderen God als Schepper-Bouwheer, en Psalm 18 en 77 als Schepper-Krijgsheer.
Hoewel deze vier voorstellingen elkaar lijken tegen te spreken als men ze letterlijk opvat, zijn ze alle vier waar, want ze belichten elk een bepaalde zijde van Gods scheppingswerk. Ook vanwege deze veelvoudigheid aan scheppingsvoorstellingen is het moeilijk Genesis 1 al te letterlijk op te vatten.

Zes dagen

Ik geloof dat God de wereld in zes dagen heeft geschapen; dat blijkt duidelijk uit de Tien Geboden (Exodus 20:11). Maar wat waren dat voor dagen? Van 24 uur? Dagen die eerder eeuwigheden waren (volgens de ‘dag des Heren’ en de ‘dag Gods’ in 2 Petrus 3; ‘avond’ en ‘morgen’ worden soms figuurlijk gebruikt: Psalm 90:5v.)? Dagen van 24 uur, maar onderling gescheiden door miljoenen jaren? Dagen van 24 uur, maar dan in die zin dat God op zes van zulke dagen het werk van zijn schepping aan de mens verklaard heeft? Al deze, en nog meer opvattingen zijn in het verleden door respectabele theologen verdedigd.
Men mag zich een orthodox christen noemen zonder Genesis 1 per se zo uit te leggen dat de wereld geschapen is in zes aangesloten dagen van 24 uur.
Het is merkwaardig dat vandaag de dag meer Nederlandse christenen deze laatste opvatting lijken aan te hangen dan enkele decennia geleden, terwijl toch bekende reformatorische theologen de traditionele uitleg al hebben bekritiseerd, zoals Abraham Kuyper, A. Noordtzij, N.H. Ridderbos en B.J. Oosterhoff. Waren dit allemaal dwaalgeesten!? Dan noem ik nog niet eens gerespecteerde orthodoxe theologen uit andere landen respectievelijk uit onze eigen tijd.

Bangmakerij

Het is bangmakerij te beweren dat, als je zelfs maar twijfelt aan scheppingsdagen van 24 uur, je dan uiteindelijk de hele Bijbel loslaat. Het is ook niet pastoraal, want je zet mensen voor het blok: ze móéten kiezen. Er is geen ruimte meer voor twijfel of een ander standpunt.
Ik las al ergens dat ik niet meer in de letterlijke waarheid van de Bijbel geloof, dat ik beweer dat Genesis 1 een mythe is. Dat ik de opvatting dat de wetenschap beoefend moet worden vanuit de gedachte dat de wereld in zes dagen is geschapen vaarwel heb gezegd, en dat ik gezegd zou hebben dat Genesis historisch niet betrouwbaar is. Allemaal echt gelezen! En dat terwijl al deze uitspraken stuk voor stuk onwaar zijn. Zo is het hele debat al gedegenereerd tot moddergooien.
Kunnen de critici zich überhaupt nog voorstellen dat een theoloog - en ook gewoon gemeentelid in Heerenveen of Boksum - puur op grond van bijbelse argumenten tot de overtuiging komt dat de traditionele, letterlijke uitleg grote bezwaren heeft? Het is toch verdachtmakerij als critici beweren dat zulke theologen dat alleen maar doen vanwege de evolutieleer? En het is toch bangmakerij als men beweert dat wie de letterlijke uitleg van Genesis 1 loslaat, uiteindelijk ook het opstandingsverhaal loslaat?
Hebben Kuyper, Noordtzij, Ridderbos en Oosterhoff dat gedaan? Natuurlijk niet. Het is een typisch voorbeeld van de hellend-vlaktheorie als men beweert dat wie A loslaat uiteindelijk ook B loslaat - en dus klampt men zich bijna angstig aan A vast.
Vanwaar die angst? Er zijn talloze theologen die van harte geloven in de inspiratie, het gezag en de betrouwbaarheid van de Schrift, in het plaatsvervangend sterven en de opstanding van Christus, zeg maar: in de hele Apostolische Geloofsbelijdenis, en toch twijfels hebben bij die zes letterlijke dagen van 24 uur. Dat kán dus. Natúúrlijk kan dat. Wie een andere opvatting van Genesis 1 voorstaat, laat daarmee niet Genesis 1 zélf los, laat staan dat zo iemand de hele Bijbel zou loslaten.

Lezen wat er staat

Het is van groot belang de Bijbel te onderscheiden van de uitleg van de Bijbel. Niemand ‘leest gewoon wat er staat’; wie dat denkt doet aan zelfbedrog. De Bijbel moet uitgelegd worden; wie de Schrift leest en denkt haar te begrijpen, heeft ongemerkt uitleg gepleegd. Daar is niks mis mee, het kán gewoon niet anders. Echter: de Bijbel is wel Gods Woord, maar de uitleg ervan is altijd gebrekkig mensenwerk. De Bijbel is onfeilbaar, al ons spreken over de Bijbel is zo feilbaar als maar zijn kan. Iedereen mag ons als christenen aanspreken op de Apostolische Geloofsbelijdenis; maar niemand hoeft te accepteren dat iemand hem de maat neemt wat zijn opvatting van Genesis 1 betreft. Wij buigen voor Genesis 1 als het gezaghebbend Woord van God; maar wij buigen voor niemands uitleg van Genesis 1.
Ik zou ambtsdragers daarom het advies willen geven ontspannen met deze kwestie om te gaan. Laat er ruimte mogen bestaan voor verschillende opvattingen, zolang men maar vasthoudt aan de inspiratie en betrouwbaarheid van de Schrift.

Vertel een vriend | Reageer op dit artikel | Aantal reacties 5


Reacties:

Christenen van (Darwinistiese) evolutie aannemen zullen moeten toegeven dat hun Verlosser Jezus Christus werd geboren uit een aap, die via een hele reeks dieren, en een onnoemlijk aantal genetische fouten, mutaties, ziekte en ellende, evolueerde.

Dat maakt Gods schepping een aanfluiting en bedrog en zeker niet goed.

Darwin maakte de Christus overbodig. U kunt als Darwinisties Christen net zo geod Boeddist worden, animist, Moslim, of wat ook, maar geen Christen.

Het is maar dat u het weet.

Voor de wetenschappelijke weerlegging van Darwinisme:

gutob.volkskrantblog.nl

P. Borger, MSc, PhD,
Bioloog,
TIRIO

Peter Borger, Basel - maandag, 16 maart 2009


Lees Ouweneels artikel van 22 april 2006 in het ND. Te vinden op internet.
Ouweneel is een aanhanger van de evolutieleer, ook al beweert hij nu wat anders. Hij werpt sluiers over de Bijbel waardoor onkundige jonge gelovigen in verwarring worden gebracht. De regel is: interpreteer de tekst in zijn kontekst.
Lees vervolgens elders in de bijbel wat er over betreffend onderwerp wordt gezegd. Dan legt de Bijbel zichzelf uit. Evolutie en Scheppingsleer zijn onverenigbaar, punt uit. Ze spreken elkaar tegen.
Wat Ouweneel doet is inlegkunde. Hij laat de bijbel buikspreken.Vervolgens wil hij de ruimte krijgen voor zijn ketterijen. Hij dwaalt zeer. Ouweneel loopt groot gevaar met deze koers. Laten we voor hem bidden. Israëls voorbeeld zou ons christenen voorzichtig moeten maken. Maar ja dat is weer bangmakerij natuurlijk.

J.A.Spoor, Den Haag - donderdag, 5 maart 2009


Ouweneel spreekt van grote problemen ten aanzien van een letterlijke uitleg van Genesis 1. In zijn boek De schepping van God relativeert hij deze grote problemen zelf door te schrijven dat er op zich wel oplossingen voor zijn te vinden…, maar dat die hem niet meer bevredigen.
Het blijkt dus dat zijn geloof in de historische lezing van dit hoofdstuk is veranderd.

Door te stellen ”niemand leest gewoon wat er staat” verraadt hij zijn principieel gewijzigde Schriftvisie. Hierdoor is ieder beroep op de Schrift immers zinloos en subjectief. We kunnen dan niet meer zeggen: “Er staat geschreven.” De Heer Jezus en de apostelen deden dit wel. Het orthodoxe christelijke standpunt is dat niet alleen Gods Woord de Waarheid is, maar dat het a) nodig is dat de lezer wederom geboren moet zijn om haar recht te verstaan en b) de verlichting van de Geest der Waarheid daarbij noodzaak is. Inderdaad wordt over veel secundaire zaken verschillend gedacht en moeten we voorzichtig zijn elkaar de maat te nemen. Toch wil ik met bovenstaande duidelijk maken dat Ouweneel onmiskenbaar met zijn Schriftvisie is verschoven, wat ook door anderen is betoogd en aangetoond. Helaas kan hij (momenteel) niet inzien dat liefde tot de Heer én Zijn Woord zijn critici beweegt. Er is geen sprake van "een gemene manier van onderuit halen", zoals hij elders stelt. Punt is dat hij niet ingaat op hun (punten van) kritiek. Die kritiek zal hij niet relevant vinden. Hij weet nu beter. Zijn opponenten betwijfelen dat dus ten zeerste.

Begin 1800 voelden veel christenen zich gedwongen anders te moeten gaan denken over schepping en zondvloed door de zich algemeen wijzigende geologische opvattingen in die tijd. Dit werd versterkt door de biologische opvattingen van Darwin. De zogenaamde Gap(Hiaat)-theorie en de tijdperken-dagen theorie werden in die tijd door bijna alle christenen ingelezen in Genesis. Toen de radiometrische dateringsmethoden (bijvoorbeeld de C(koolstof)-14 methode) in de vorige eeuw werden ontwikkeld had dit ook weer onmiskenbaar zijn invloed, bijvoorbeeld bij de VU in A’dam. Een zeker begrip daarvoor is op zijn plaats. Wie echter nú goed op de hoogte is weet dat noch de geologie, noch de biologie, noch genoemde dateringsmethoden, en ook kunnen we de astronomie en archeologie noemen, ons noodzaken Genesis anders te lezen dan men tot 1800 had gedaan. Wie dat meent te moeten tegenspreken is echt niet goed op de hoogte van de stand van zaken in de wetenschap in relatie tot de Bijbel en treft dus blaam. Ook moeten we trouwens niet onderschatten welk een druk er is op wetenschappers om hun creationistische opvattingen te laten varen! Anders kon bijvoorbeeld prof.dr. Cees Dekker zijn hoogleraarschap aan de Universiteit van A’dam wel vergeten. De film/documentaire Expelled spreekt boekdelen.

Ouweneel schrijft over minstens vier scheppingsvoorstellingen in de Bijbel, die ook problemen zouden geven bij het al te letterlijk opvatten van Genesis 1. Moeten we dan ook de evangeliën maar niet al te letterlijk opvatten (wat ook wel is voorgesteld)? Het bevreemd Ouweneel dat meer Nederlandse christenen in een zesdaagse schepping geloven dan enkele decennia geleden. Waarschijnlijk doorzien gewone christenen het debacle van de evolutietheorie en de waarheid van de Bijbel beter dan menig geleerd christen.

In feite kunnen we concluderen dat de Bijbel ons gezaghebbende informatie geeft over ons verleden (en onze toekomst!) en dat men in de geologie algemeen moet erkennen dat we niet zonder het catastrofisme (wat de Bijbel leert) kunnen; dat de biologie geen verklaring heeft voor het ontstaan van het leven, noch voor het ontstaan van de soorten van leven (een snelle overgang van de ene soort naar de andere is een onbewijsbare kunstgreep om het probleem van de missing links op te lossen); dat de dateringsmethoden zeer discutabel zijn; dat de big bang theorie op instorten staat; dat dit laatste ook geldt voor de Egyptische chronologie, waar men in geschiedenis en archeologie bij aanknoopt. Het enige dat men dan nog kan doen binnen de wetenschap is Bijbelgelovige christenen belachelijk maken en dat gebeurt dan ook. Een inhoudelijke discussie gaat men uit de weg, want die verliest men. Niet omdat een christen ook maar een haar beter is dan wie dan ook, maar hij baseert zich op een openbaring van buitenaf (God) die ons de waarheid vertelt over ons ontstaan (nee, niet als vertelling, literair verhaal).

Natuurlijk noemt Ouweneel zich Bijbelgelovig. Toch wordt door meerdere van zijn medegelovigen gesteld: hij wás het. Dit houdt geen oordeel in over zijn persoonlijk geloof of dat van anderen, wél over zijn en hun Schriftopvatting. Laat ik positief over Ouweneel eindigen.
Hij is een geweldige leraar! Zo eenvoudig dingen uitleggen en zaken op een rijtje zetten is weinigen gegeven (als hij dus dwaalt heeft dat helaas grote invloed). Velen lopen in dát opzicht terecht met hem weg.
Ook ikzelf. We wachten op zijn terugkeer!

Douwe Scheepsma Szn.
Urk

Douwe Scheepsma Szn, Urk - donderdag, 5 maart 2009


Het 'niet kunnen ontdekken' van het werk dat God doet, betekent niet dat onderzoek ernaar niet loont. Integendeel: de werken van de Heer zijn groot en na te speuren door allen die er behagen in hebben (Ps.111:2).
Het is vergelijkbaar met wat David in Psalm 27:4 zegt: Eén ding heb ik van de Here gevraagd, dit zoek ik:...om de liefelijkheid van de Heer te aanschouwen en om te onderzoeken in 'de tempel van zijn schepping'.

S.Streuper, Dieren - woensdag, 4 maart 2009


wat zegt Salomo in Prediker 3:11;8:16,17.
Dat moet voor elke christen genoeg zijn. Dus laat staan wat het Woord zegt want je kunt het niet ontdekken.

ah, 't Harde - maandag, 2 maart 2009


Geloof & Kerk
Familieberichten
Advertenties