|
Home Regio Geloof & Kerk Opinie Economie Sport Cultuur Dossiers — populisme en de kerk — De Nieuwe Bijbelvertaling Kerkdiensten
|
‘Dorpen willen geen Zuiderzeelijn maar een WiFi-verbinding’
Goos Bies
Leeuwarden - De leefbaarheid in dorpen en wijken op het platteland op peil houden? Laat de dorpsbewoners het vooral zelf doen. Zo luidt het advies van oud-minister Pieter Winsemius. ,,Wij als witte boordenbestuurders hebben vaak een eigen waarheid van het platteland: heel romantisch, met gesloten gemeenschappen. En openbaar vervoer staat altijd bovenaan het klachtenlijstje. Het rare is: op het platteland kom je die mensen nooit tegen die zo zielig zijn.”
Winsemius sprak gisteren in Leeuwarden op een door Provinciale Staten gehouden expertmeeting over het opzetten van aandachtswijken en -dorpen in Fryslân. De Statenleden oriënteren zich of en hoe ze daar speciaal beleid op moeten maken.
,,Je vooral niet te veel bemoeien met die dorpen”, betoogde Winsemius, vaak te gast in Hitzum. Bestuurders denken vaak te weten wat dorpelingen willen. Maar die dorpelingen willen meestal heel wat anders. ,,Het dorpsleven van vroeger is er niet meer. We doen of het wel zo is. Nieuwe inwoners zijn tegenwoordig na een jaar net zo genetwerkt in een dorp, als mensen die er al twintig jaar wonen of er geboren zijn.” Het verhuizen naar en uit dorpen is enorm toegenomen de laatste decennia. De plannen die overheden maken zijn dan ook vaak ,,voor gisteren”, signaleerde Winsemius, ,,en niet voor de toekomst”.
Wat Fryslân volgens hem nodig heeft zijn snelle internetverbindingen. Maar in plaats daarvan wordt er geďnvesteerd in wegen, waar Fryslân al zo veel van heeft. ,,Altijd gaat het over de Zuiderzeelijn en niet over wat je werkelijk wilt: een glasvezelnetwerk of een WiFi-verbinding (draadloos internet, GB). In Bangalore in India zijn ze verder dan in Nederland, dat is gek. We kijken naar de oude infrastructuur, terwijl we nieuwe nodig hebben.”
Een internetverbinding is evenwel geen alternatief voor de Zuiderzeelijn, laat Siem Jansen, directeur van de Noordelijke Ontwikkelings Maatschappij, in een reactie weten. Winsemius heeft helemaal gelijk als hij zegt dat de mogelijkheden van het internet beter benut kunnen worden op het platteland, stelt hij. ,,Maar ik zou het eerder als een aanvulling op goede openbaar vervoerverbindingen willen zien. Met gebruik van internet zou je het systeem van belbussen bijvoorbeeld veel beter kunnen laten werken. Je kunt internet zo inzetten om het netwerk van openbaar vervoer fijnmaziger te maken op het platteland.”
Heb lef
De Friezen lopen ook te hoop tegen de verkeerde dingen, stelde Winsemius gisteren. Ze maken zich druk over de opslag van chemisch afval in de bodem, terwijl dat volgens hem nauwelijks een serieus item is. ,,Maar tegen een kassencomplex op een gebied met agrarische bestemming wordt helemaal geen bezwaar gemaakt. Daar snap ik niks van: waarom een kas wel agrarisch is en een WiFi-bedrijf niet. Een kas heeft niks met een agrarische functie te maken.”
Een andere deskundige was oud-minister Ella Vogelaar, die binnen het huidige kabinet het speciale beleid voor veertig probleemwijken in Nederland in de steigers heeft gezet. Haar belangrijkste tip was een meerjarige structurele aanpak te bedenken tegen achterstanden.
,,Ik heb de afgelopen periode in de wijken veel mensen horen klagen dat bestuurders vaak leuke projecten voor twee jaar bedenken. Dan ben je eerst een half jaar bezig met opzetten, dan een jaar in uitvoering en het laatste half jaar aan het afronden en moet je al gaan nadenken over ander werk.” Zo los je grote problemen niet op, stelde Vogelaar. ,,Heb lef. Als je ergens aan de slag gaat, doe het dan voor een langere periode.”
,,Probleempjes” - zoals ontvolking - zijn er wel op het platteland, erkende Winsemius, maar die kunnen de dorpelingen prima zelf oplossen. Laat de dorpen zelf een aanvalsplan maken. Als ze hun ideeën geformuleerd hebben, moet je ze alleen de weg wijzen naar instanties en subsidiemogelijkheden.
Winsemius schetste dat in een groep vaak 15 procent verandering wil. 70 procent wil ook wel wat, maar komt er niet aan toe. En 15 procent vindt het allemaal niks.
,,Steek energie in die 15 procent die wil veranderen. Wat lukt, hebben zij gedaan, wat mislukt hebben wij als bestuurders gedaan. Creëer ruimte voor die trekkers, dan breng je ontwikkelingen op gang en gaat de grote middengroep uiteindelijk vanzelf mee.”
.
Vertel een vriend | Reageer op dit artikel | Aantal reacties 0 Reacties:
|
Advertenties
|