|
Home Regio Geloof & Kerk Opinie Economie Sport Cultuur Dossiers — populisme en de kerk — De Nieuwe Bijbelvertaling Kerkdiensten
|
Grote scholen...
Beter Onderwijs Nederland (BON), een vereniging van onder meer kritische docenten, heeft deze week de Nederlandse Mededingingsautoriteit verzocht een onderzoek in te stellen naar de voorgenomen bestuurlijke samenwerking van ROC Amsterdam met ROC Flevoland. BON is het met minister Plasterk van Onderwijs en het kabinet eens dat grootschaligheid niet meer van deze tijd is. Het kabinet denkt na over een ,,echte koerswijziging” in de manier van denken over schaalgrootte, zo maakte het vorige week bekend. In afwachting daarvan is BON alvast naar de NMa gestapt.
Met de bestuurlijke samenwerking van de twee ROC’s ontstaat er een mbo-monopolie (46.000 leerlingen) voor het gehele verzorgingsgebied van Amsterdam, het Gooi en de polders. Ouders en leerlingen hebben niets meer te kiezen. Er wordt door een groot mega-instituut mbo aangeboden, gebaseerd op één onderwijsconcept dat nog lang niet uitontwikkeld is en dat alles in zich draagt om de volgende grote mislukking te worden: het competentiegerichte onderwijs. De enigen die nog voordeel hebben van een fusie zijn de bestuurders, die niet volgens cao-afspraken beloond worden, maar naar leerlingenaantal.
Het opwaarderen van de schaal van onderwijsinstellingen is lange tijd gezien als manier om steeds efficiënter te kunnen werken en de kosten van het onderwijs zo laag mogelijk te houden. Kreten als ‘schaalvoordelen’ en ‘win-win-situaties’ vielen hierbij veelvuldig te horen. Critici van de grote onderwijsmolochs werden aan de kant geschoven met het argument dat scholen onder een zelfde bestuur best wel hun eigen identiteit zouden kunnen houden of een eigen pedagogisch-didactisch systeem zouden kunnen volgen. Bovendien zouden door slimme organisatie en een goed uitgedachte spreiding van verschillende vestigingen de nadelen van groot-zijn kunnen worden voorkomen.
In bepaalde theorieën over onderwijs was dat allemaal mogelijk, maar in de praktijk heeft het anders uitgepakt. Met name in het middelbaar beroepsonderwijs (de ROC’s) heeft de kwaliteit van het onderwijs het meest geleden. Het mbo heeft jaren van fusieoperaties achter de rug, die geresulteerd hebben in de vorming van ROC’s van tienduizenden leerlingen. De grootschaligheid van de ROC’s is verantwoordelijk voor het chaotische en structuurloze onderwijs dat mbo’ers tegenwoordig krijgen. Veel grote ROC’s zijn zo gebureaucratiseerd dat ouders, noch docenten en leerlingen invloed meer hebben op het onderwijsleerproces. Voor bestuurders, managers en de beleidslagen in de ROC’s gaat het om protocollen, beleidsnotities, planning and control, in- en output en vooral om aandeel in de markt.
...en beter onderwijs
Hét kenmerk van de wijze waarop de grote schoolconglomeraten worden bestuurd is dat kwaliteit van het onderwijs er op het tweede plan staat. Terwijl het natuurlijk andersom moet zijn: het management moet in dienst staan van het primaire proces, het geven van onderwijs aan leerlingen. En het grootste deel van het budget moet gaan naar het onderwijs en niet naar het management zoals nu vaak het geval is. Bij het nadenken over schoolgrootte moet het kabinet ook de wijze van financieren van het onderwijs in ogenschouw nemen. Die heeft - het is hier vaker gezegd - nogal eens perverse effecten. Daarnaast moet heel duidelijk worden dat de zeggenschap over de inrichting van het onderwijs binnen de verschillende instituten bij de leraren moet liggen en niet bij de managers.
Een andere voorwaarde voor het verbeteren van het onderwijs is verhogen van het niveau van docenten. Minister Plasterk ziet dat ook en hij heeft miljoenen bij elkaar geschraapt om docenten beter te kunnen belonen. De bedoeling is dat hoogopgeleide talenten de stap naar het onderwijs zullen nemen als de verschillen in salaris met andere sectoren kleiner worden. Dat is een goede maatregel. De salarissen van docenten groeien gedurende hun carrière veel minder snel dan in vergelijkbare functies in de marktsector. Maar de minister zou er goed aan doen ook eens te kijken naar het niveau van postdoctorale opleidingen voor aanstaande docenten. Die zijn op sommige plaatsen van zo’n bedroevend laag en kinderachtig niveau en zo besmet met het competentiedenken, dat veelbelovende academici het na enkele maanden niet meer zien zitten. Zo krijg je academici die de inhoud van hun vak hoog hebben zitten natuurlijk nooit voor de klas.
.
Hoofdartikel
Vertel een vriend | Reageer op dit artikel | Aantal reacties 1 Reacties: Door Deetman en Wallage is indertijd het beleid ingezet om scholen door financiële druk tot fusie te dwingen. Hoewel dat financiële voordeel (meer studenten dan per student een hogere bijdrage!) nog steeds bestaat, stuit dat beleid gelukkig nu op tegenstand. Het zal nog lastig worden om in de scholen leraren weer meer zeggenschap te geven over inhoud en vormgeving van hun onderwijs. Dat vraagt professioneel opgeleide leraren. Gelukkig is de kwaliteit van de universitaire opleidingen volgens het recent verschenen visitatierapport (zie www.qanu.nl) goed.
Anne van Streun, Ureterp - maandag, 8 december 2008
|
Advertenties
|