De website frieschdagblad.nl maakt gebruik van cookies.
woensdag 22 november

Geloof & Kerkdinsdag, 30 september 2008

De kerk moet een vindplaats worden van spiritualiteit
Leuven - Preken hebben vaak een sterk rationele of een doorgeslagen praktisch karakter, stelt dr. Jos Douma, gereformeerd-vrijgemaakt predikant in Haarlem. Reden om te komen tot ,,een eigentijdse evangelisch-protestantse orde voor predikers’’. Die zou een bijdrage kunnen leveren aan ,,een spirituele verdieping van de prediking in de kerken’’. Door Hanneke Goudappel.
Dr. Jos Douma, sinds maart dit jaar gastdocent aan de Evangelische Theologische Faculteit Leuven (EFT), hield er maandagavond voor zo’n 150 mensen het openingscollege over spiritueel preken (een spirituele homiletiek).
In Leuven volgens op dit moment 175 studenten college. Douma geeft er sinds maandag ook het vak Praktische Theologie.
Voor een eigentijdse doordenking van de prediking biedt het perspectief van de spiritualiteit belangrijke aanknopingspunten, stelde Douma. ,,In de eerste plaats omdat het in christelijke spiritualiteit gaat om levende omgang met God. De prediking speelt in die omgang een centrale rol.’’
Bovendien wordt met het woord spiritualiteit een van de meest markante trends van de 21e eeuw aangeduid, aldus Douma. ,,Deze eeuw wordt al wel de eeuw van de spiritualiteit genoemd. Wat doet de kerk daarmee?’’ Te weinig, meent hij. ,,Zowel in kerken van de protestantse als van de evangelische traditie hebben preken vaak een sterk rationele of een doorgeslagen praktisch karakter.’’ Dat is meer een gevoel dan een op onderzoek gebaseerde conclusie, licht hij desgevraagd toe. ,,De kernvraag is eigenlijk: gaan de preken nog wel echt over God? Rationeel is dan: erg gericht op tekstuitleg. Doorgeslagen praktisch is dan: heel sterk erop gericht om dichtbij de hoorder te komen, met als gevolg dat de hoorder niet meer echt bij God in al zijn grootheid en volheid wordt gebracht.’’

Verbinding

In zijn toespraak legde Douma uit wat hij verstaat onder een spirituele manier van preken. Hij ging daarbij terug naar de ,,voor-reformatorische traditie’’, naar de dertiende eeuw toen de kloosterorde van de Dominicanen werd gesticht (1216). Ook wel genoemd: de orde van de predikheren. Want de orde werd speciaal opgericht om te voorzien in de grote nood op het gebied van prediking en zielzorg. ,,Het unieke van deze orde is dat er een verbinding wordt gezocht tussen het actieve leven en het contemplatieve leven, terwijl de meeste andere orden zich vooral op één van beide aspecten richtten.’’ Met contemplatie doelt Douma op het ,,verborgen leven dat zich geheel richt op de Heer en dat zich uit in gebed, in het zoeken van Gods aangezicht, in een verlangen om Hem te aanschouwen’’.
Deze verbinding van contemplatie en het actieve leven (zoals ziekenzorg en pastoraat) wordt sterk gelegd door de bekende dominicaan Thomas van Aquino (1225-1274), aldus Douma. ,,De verborgen omgang met God (de contemplatie) is voor Thomas een daad van het intellect, maar wel een daad die begint in de liefde: als een ziel God liefheeft, verlangt de ziel ernaar met hem verenigd te worden.’’
Prediking betekent bij de domincanen: zowel de omgang met God, als de vrucht daarvan doorgeven aan anderen. Dit Dominicaanse motto kan huidige predikanten belangrijke inzichten verschaffen over spiritueel preken, stelde Douma.
Daarnaast is voor spiritueel preken de geestelijke lezing van de Schrift (lectio divina) onmisbaar, zei Douma. ,,Deze lectio divina mag zich vandaag de dag verheugen in een grote belangstelling, maar gaat intussen terug op een eeuwenoude christelijke traditie. De kartuizer monnik Guido II (12e eeuw) legde de essentie ervan vast in zijn Ladder voor kloosterlingen (Scala claustralium). Daarin zit een vierslag van: lezing en analyse van de tekst, de overdenking ervan, luisteren naar de stem die erdoor spreekt, en het gelaat van God aanschouwen.
,,Waar het in de preekvoorbereiding allemaal begint met een tekst die om zorgvuldige analyse vraagt, om aandachtige uitleg, daar wordt nu ook duidelijk dat die zorgvuldige en aandachtige uitleg niet het einddoel is. Het einddoel is: het aanschouwen van het gelaat van de Heer. Zo verbinden zich in dit ene proces van de preekvoorbereiding als lectio divina de meer analystische, exegetische kant en de meer spirituele, contemplatieve dimensie van de prediking.’’
,,Bedoelen preken niet ten diepste dat het gelaat van de Heer zichtbaar wordt?”, vroeg Douma. ,,Zouden we naast een spiritualiteit van het Woord niet ook een spiritualiteit van het Gelaat moeten ontwikkelen met het oog op en prediking die hoorders binnen wil leiden in de wereld van Gods mysterievolle glorie?
,,Zoals we in de natuur overweldigd kunnen worden door de grootheid van God, zo zou dat ook in de prediking moeten gebeuren: dat we weggehaald worden uit ons eigen kleine leven en dat we in de weidse, glorievolle, heerlijke ruimte van God en Christus worden geplaatst’’, licht Douma toe.

Vindplaats

Tot slot formuleerde Douma een aantal aanbevelingen, die hij later verder wil uitwerken. ,,Een spirituele manier van preken daagt de kerk in de 21e eeuw uit om zichzelf niet alleen te verstaan als een nieuwe, liefdevolle gemeenschap met de Heer in het midden, maar ook als vindplaats van spiritualiteit’’, aldus Douma. ,,Dat vraagt van de christelijke kerk dat ze zich op de ‘markt van de spiritualiteit’ zelfbewust profileert met een heel eigen ‘aanbod’: Christus kennen als het ultieme antwoord op de honger naar vervulling van de leegte in onze levens.’’
Daarnaast roept het bestaan van de Dominicaanse orde binnen de ruimte van de Rooms-Katholieke Kerk voor Douma de vraag op ,,of er niet ook alle reden is om te komen tot een eigentijdse evangelisch-protestantse orde voor predikers’’.
,,Het is vooralsnog een droom’’, licht Douma toe. ,,Iets wat in de toekomst zou kunnen ontstaan en wat een belangrijke bijdrage zou kunnen leveren aan een spirituele verdieping van de prediking in de kerken doordat er een spirituele verdieping plaats vindt in het leven van de predikers.’’ Hij denkt aan iets als ,,de zogenaamde oblatuur’‘. ,,Als oblaat ben je verbonden met een kloostergemeenschap zonder daadwerkelijk aan de dagelijkse leefgemeenschap van dat klooster deel te nemen. Je participeert op afstand, binnen de context van je eigen actieve leven, en wel op zo'n manier dat het contemplatieve leven dat zich afspeelt in het klooster toch ook jouw leven gaat kleuren en verdiepen. Het gaat daarbij om een geestelijke instelling waaraan je buiten het klooster invulling geeft door een bepaalde mate van discipline en door een levensstijl die daarbij past.’

Retraitecentrum

,,Je zou bijvoorbeeld als prediker van negen tot tien uur 's morgens de lectio divino (geestelijk lezen van de bijbel) kunnen beoefenen’’, aldus Douma. ,,Deze discipline zul je beter op kunnen brengen wanneer je je verbonden weet met vele anderen binnen de orde.’’ Het beoefenen van deze ,,spirituele discipline’’ zou er wel veel baat bij hebben, meent Douma ,,als er ook daadwerkelijk een plek was (een retraitecentrum ergens in Nederland) waar je bijvoorbeeld jaarlijks enkele dagen kunt verblijven om je discipline te vernieuwen en om je opnieuw te laten inspireren’’. Ook voor de theologische opleidingen zou een dergelijk retraitecentrum wenselijk zijn. Om de geestelijke lezing van de bijbel te leren oefenen is een aparte plek nodig om om de geestelijke lezing van de bijbel te leren beoefenen, stelde Douma. ,,Want daarvoor is ruimte nodig, en rust, tijd en stilte.''
i Het college dat Jos Douma hield aan de ETF is na te lezen op www.josdouma.nl
De kerk moet zich zelfbewust profileren op de markt van de spiritualiteit

Vertel een vriend | Reageer op dit artikel | Aantal reacties 0


Reacties:

Geloof & Kerk
Familieberichten
Advertenties