De website frieschdagblad.nl maakt gebruik van cookies.

maandag 23 oktober

Geloof & Kerkdinsdag, 2 september 2008

God bezingen met hulp van Frans Bauer

Naaldwijk - Steeds vaker duiken termen op als gemeentestichting, emerging church en fresh expressions. Ze hebben ťťn ding gemeen: het gaat om nieuwe missionaire kerkvormen, met als centrale vraag: hoe kan het door de eeuwen heen overgeleverde christelijke geloof op een prikkelende en relevante manier opnieuw aansluiting vinden bij de omringende cultuur? Martijn Vellekoop deed onderzoek naar gemeentestichting en schrijft tot slot in deze serie over het belang van aanpassing aan de omgeving.

Nieuwe kerkvormen

MARTIJN VELLEKOOP
Kun je op een melodie van Frans Bauer een geestelijk lied zingen? En op een melodie van Jan Smit? Het gebeurt wel. Rick Jansen schreef voor Villa Klarendal in Arnhem nieuwe teksten op melodieŽn van Jan Smit, Frans Bauer en Guus Meeuwis. God bezingen op een populaire melodie. Het lied ĎHeb je even voor Mijí krijgt dan ineens een heel andere lading.

Giraffen

In de kerkgeschiedenis zijn meer mensen te vinden die populaire melodieŽn gebruikten om kerkmuziek bij de tijd te brengen. Ondermeer de Milanese bisschop Ambrosius in de vierde eeuw en Johan de Heer rond 1900 deden hetzelfde. Door de eeuwen heen hebben kerken zich op allerlei manieren aangepast aan de samenleving. Johan de Heer, schrijver van populaire kerkliederen, pareerde kritiek op zijn liedbundel door te zeggen: ĎGods kudde bestaat niet uit giraffen, maar uit schapen die Zijn hand wil weiden. U hangt de korf met voedsel zů hoog dat een eenvoudig schaap er onmogelijk bij kan.í
Aanpassing aan de omgeving gaat verder dan de melodieŽn die gebruikt worden bij kerkzang. Denkt u dat de kerstmaaltijd en de kerstboom door Jezus zijn bedacht? Welnee. Onze kerstbeleving gaat terug op Germaanse tradities bij de zonnewende. De viering van het kerstverhaal is daarop aangepast. Denkt u dat in de eerste gemeentes een verheven preekgestoelte of podium stond? Nee hoor. Dat heeft meer met de spreektradities van de Grieken en Romeinen te maken, dan met bijbelse uitgangspunten. Heel veel van onze christelijke vormen zijn aangepast aan niet-christelijke tradities. Zingen op melodieŽn van Frans Bauer is slechts een klein stapje in een lange traditie van aanpassingen.
Als kerk hebben we een rijke, waardevolle traditie. Die mogen we koesteren. Maar aandacht voor vernieuwing en aanpassing aan de omgeving is minstens zo belangrijk. Zeker bij nieuwe kerken is dat nodig. Van Amsterdam tot Arnhem, van Den Haag tot Siddeburen zijn pioniers op zoek naar nieuwe kerkvormen. Sommige delen van de christelijke traditie worden daarbij vast gehouden, sommige delen losgelaten. U las de verhalen in deze serie.

Leren van zendelingen

Hoe kun je kerk zijn op een manier die mensen aanspreekt? Welke tradities houden we vast en welke laten we los? Als je niet op zondag bij elkaar komt, ben je dan geen kerk meer? Als je geen Psalmen of Opwekkingsliederen zingt? Als je geen lidmaatschap hebt? Als je geen preek houdt? Wat is eigenlijk de kern van kerk zijn?
Mensen die op het zendingsveld actief zijn, lopen tegen dezelfde vragen aan. Ook zij zoeken wat ze vast moeten houden en wat ze kunnen loslaten. Als je in Afrika geen orgel neerzet om de zang te begeleiden, ben je dan nog wel een kerk? Nu Nederland geen christelijke natie meer is, komen vragen die eerder op het zendingsveld werden gesteld steeds indringender op Nederlandse kerken af. Kerken kunnen daarbij leren van de ervaring van mensen op het zendingsveld; mensen die functioneerden binnen een compleet andere cultuur en zich ook moesten aanpassen.
In de geschiedenis van de zending zijn heel wat fouten gemaakt. Eťn van de grootste fouten was dat we onze Nederlandse cultuur, onze manier van doen, oplegden aan andere volken. Daarvan hebben veel kerken geleerd. Weinig kerken zullen nu nog beweren dat Afrikanen een kerkorgel moeten gebruiken bij het zingen. Tegelijk moeten kerken nog leren dat we op dit moment in Nederland dezelfde vraagstukken tegenkomen als eerder overzee. Als je van Afrikanen niet meer verwacht dat ze een orgel gebruiken, mag je dan van mensen zonder kerkelijke achtergrond in een Arnhemse volksbuurt verwachten dat ze zingen op PsalmmelodieŽn uit de zeventiende eeuw?

Aanpassing

Hoeveel kun je aanpassen zonder de kern van het evangelie te verliezen? Wat pas je aan en wat niet? In theologenjargon zijn dit vragen rond Ďcontextualisatieí. John Travis, zendeling in een moslimland, heeft een meetinstrument voor contextualisatie bedacht. Hij onderscheidt zes stadia van aanpassing en noemt deze C1, C2, C3, tot C6 aan toe. In C1 functioneert een kerk in een moslimland gewoon zoals een kerk in Nederland. Dat betekent dan bijvoorbeeld dat in Saoedi-ArabiŽ een bakstenen kerkgebouw met toren en klok staat, waarin Nederlandse psalmen door een orgel worden begeleid en iedereen Nederlands praat. In het C2-stadium zouden mensen daar Psalmen in het Arabisch zingen, maar nog wel begeleid door een orgel en in hetzelfde kerkgebouw. Zo gaat de aanpassing steeds verder. In C4 zouden Ďkerkbezoekersí kunnen samenkomen in een neutraal gebouw, wassen ze hun voeten voor ze binnengaan, bidden op hun knieŽn en ze zingen Arabische liederen over God. In C6 is eigenlijk niet meer zichtbaar dat mensen christen zijn. Ze bezoeken een moskee, maar hebben toch een relatie met Jezus. Dat roept al vragen op: kun je regelmatig een moskee bezoeken en toch christen zijn?

Drie tvís

Als je je aanpast aan de omgeving, loop je als kerk het risico dat je jezelf en het evangelie verliest. Veel discussies rond contextualisatie worden daarom bepaald door angst voor gelijkvormigheid. Toch is dat scheef. Er schuilt niet alleen gevaar in teveel verbinding van de kerk met de omgeving, maar ook in te weinig verbinding met de omgeving. Het geloof moet verbonden worden aan het leven van elke dag. En waar dat niet gebeurt dreigen twee systemen naast elkaar te bestaan, zonder interactie. Uit de zendingsgeschiedenis kennen we voorbeelden van mensen die christen werden, maar ook nog offers op hun huisaltaar brachten.
Ook in onze Nederlandse cultuur kunnen we ons afvragen of het christelijk geloof en het leven van alledag wel voldoende verbonden zijn. Kun je een groot huis bezitten, twee autoís rijden, jaarlijks twee keer naar het buitenland op vakantie gaan, drie tvís hebben en tegelijkertijd stellen dat je Jezus volgt die in de omgang met geld en bezit heel radicaal was? Kun je het milieu systematisch vervuilen door afval en hoog energieverbruik en tegelijkertijd zeggen dat aanbidding van de Schepper van de aarde je hoogste doel is?
Nederland is de afgelopen decennia sterk veranderd. Dat vraagt om nieuwe kerkvormen. Veel pioniers laten daarbij tradities los. Dat roept onmiddellijk de vraag op wat wťl de kern is van kerk zijn, van Jezus volgen. Wat wil je niet los laten? Hoe bedoelde Jezus het eigenlijk? En dan ontdekken pioniers soms dingen die in bestaande kerken niet zoín centrale rol spelen. Er is bijvoorbeeld aandacht voor de waarde van sociale actie, het zorgen voor weduwen en wezen, het bijdragen aan milieu en een betere samenleving. In veel evangelische kerken is dat buiten beeld geweest. En steeds meer mensen ontdekken dat naar elkaars rug kijken op zondagochtend niet het gemeenschapsleven is dat Paulus voor ogen stond bij de eerste gemeentes. Vaak is er bij nieuwe initiatieven aandacht voor relaties, voor het delen van je leven, voor betrokken zijn bij de wijk waarin je actief bent. Meefeesten tijdens carnaval en meehuilen bij schrijnende situaties.
Bij het zoeken naar de kern komen onderbelichte aspecten van het evangelie soms weer opnieuw tot leven. De uitdaging van nieuwe initiatieven is niet alleen om laagdrempelig te worden, maar ook om het evangelie recht te doen. Jezusí boodschap is niet altijd makkelijk en licht verteerbaar. Het zoeken naar laagdrempeligheid moet hand in hand gaan met het ontdekken van wie Jezus is en wat Hij wil. Sommige tradities laat je dan los en andere tegendraadse aspecten van het evangelie komen dan opnieuw tot leven.

Kerk zijn als Jezus

Jezus kwam naar de aarde, legde zijn goddelijkheid af en paste zich aan mensen aan tot in het uiterste. Tegelijk bleef Hij God en hield Hij zijn tegendraadse visie vast. Als Jezus zijn goddelijkheid losliet, mogen we dan niet van kerken verwachten dat ze tradities loslaten en nieuwe vormen zoeken om kerk onder de mensen te zijn? Zingen op melodieŽn van Frans Bauer is dan zoín gek idee nog niet.
Martijn Vellekoop werkt voor Youth for Christ en is daarnaast met zijn vrouw betrokken bij gemeentestichting in het Westland. Zijn rapport ĎNieuwe kerken in een nieuwe contextí (over gemeentestichting en contextualisatie) is te downloaden via www.emergingnetwerk.nl.

Vertel een vriend | Reageer op dit artikel | Aantal reacties 0


Reacties:

Geloof & Kerk
Familieberichten
Advertenties