De website frieschdagblad.nl maakt gebruik van cookies.
maandag 22 december

Regiomaandag, 23 juni 2008

Boek over torenstins
Buitenbeentje onder de kastelen; de Schierstins
ERIK BETTEN
Veenwouden - Het is de enige nog bewaard gebleven torenstins van Fryslân, de enige middeleeuwse woontoren boven de IJssel, het enige kleine mottekasteel van Nederland. Voor de liefhebber van geschiedenis is het unieke karakter van de Schierstins in Veenwouden onomstreden. Toch ontbrak er een modern boek dat de historie en het belang van het middeleeuwse monument beschreef. In die lacune heeft Jaap van der Boon met zijn De Schierstins. Een ongekende schat nu voorzien.
Van der Boon begint zijn kleurrijke beschrijving met een overzicht van de steenhuizen uit de late middeleeuwen die nog in Nederland te vinden zijn. De Schierstins neemt tussen die monumenten een aparte plaats in, omdat die door kasteeldeskundigen als mottekasteel wordt gezien. Normaal gesproken staan dat soort versterkte plaatsen op een kunstmatige heuvel van enkele meters. De heuvel in Veenwouden reikt niet hoger dan twee meter, en neemt daarmee een merkwaardige tussenpositie in.
Idszengha
Vervolgens schetst Van der Boon de vroegste geschiedenis van de stins, in 1300 in het toenmalige Sint Johanneswald gebouwd. Wie de opdrachtgevers waren, is niet bekend. De vroegste naam die met de stins in verband wordt gebracht, is die van ‘Idszengha’, maar daarvan is verder ook weinig in de archieven terug te vinden. Van de vroegste vorm van de Schierstins weten we weinig, al wordt aangenomen dat het eerste steenhuis een stuk lager was.
In de vijftiende eeuw is het gebouw in bezit bij de cisterciënzer monniken van het klooster Klaarkamp. Aan de ‘schiere’ (grijze) pijen van de kloosterlingen dankt de toren zijn huidige naam. Vanuit de Schierstins houden zij toezicht op de turfwinning door de lekenbroeders. In de zestiende eeuw krijgt het dorp ook de naam Feenwolde, waarin het latere Veenwouden al te herkennen is.
Na de opheffing van de kloosters komt de Schierstins weer in particuliere handen. Anders dan de meeste op verdediging gerichte gebouwen, overleeft de stins de eeuwen. Wel wordt er aanzienlijk verbouwd en uitgebreid en verandert ook de omgeving ingrijpend. Aardig is dat in de lijst van eigenaren die Van der Boon geeft, enkele bijzondere figuren worden uitgelicht. Bijvoorbeeld baron Van Heemstra (1809-1878), een rasverzamelaar die allerlei oudheden bijeenbracht, en in zekere zin ook de Schierstins zelf als verzamelobject beschouwde.

Schat onder toren

Zoals dat gaat met oude gebouwen, circuleren over de stins ook spectaculaire verhalen. Een ervan is dat er onder de toren een schat verborgen ligt. Dat gerucht wordt zo serieus genomen, dat de gemeente Dantumadeel in 1953 aan de verkopende Popta Stichting moet toezeggen dat als de schat opgegraven wordt, de stichting recht houdt op de helft van de buit.
Van der Boon sluit zijn overzicht af met een hoofdstuk over de stinzenplanten rondom de Schierstins. Daarmee doet de auteur recht aan het veelzijdige belang van het tegenwoordige culturele centrum. Het boek is vlot geschreven, en geeft de geďnteresseerde leek een schat aan informatie, zonder te vervelen. Het is de beschrijving geworden waar de Schierstins recht op had.
De Schierstins. Een ongekende schat van Jaap van der Boon is uitgegeven door Stichting de Schierstins. 64 pagina’s. Prijs: 7,50 euro (6 euro voor donateurs).

Vertel een vriend | Reageer op dit artikel | Aantal reacties 0


Reacties:

regio
Familieberichten
Advertenties