De website frieschdagblad.nl maakt gebruik van cookies.
dinsdag 26 september

Regiodonderdag, 22 mei 2008

Een tussen bedrijven verstild stukje verleden
WYBE FRAANJE
Drachten - Het is een oase van natuurschoon en betrekkelijke rust: ingeklemd tussen het moderne bedrijventerrein Azeven Noord en de drukbereden snelweg A7, onder de rook van Drachten, ligt het nieuwste natuurgebiedje van It Fryske Gea.
Een meertje is de stille getuige van de aanwezigheid op deze plaats van een pingo in de laatste IJstijd, zo’n tienduizend jaar voor Christus. Met de rug naar het industrieterrein en de snelweg gekeerd overziet de bezoeker een schitterend stukje natuur, waarin niets wijst op menselijke cultivering in de directe nabijheid.
Flora en fauna denkt er net zo over. Insectensoorten als de bloedrode heidelibel, de paardenbijter en de azuurwaterjuffer hebben het ronde meertje als biotoop gekozen.
Gisteren werd deze gerestaureerde pingo-ruďne overgedragen aan it Gea, samen met twee andere pingo-meertjes op een steenworp afstand. Tegelijkertijd werd ‘Van wildernis tot Smallingerland’, deel 8 in de serie Archeologie in Fryslân, gepresenteerd. Een mooi geďllustreerd boek over de Friese veenontginning in de middeleeuwen en latere turfwinning rond Drachten.
Met inspanning van de gemeente Smallingerland, de provincie en verschillende andere betrokken instanties ruimen deze pingo’s niet het veld voor bedrijfsgebouwen. En geloof maar dat de investeerders staan te springen om op deze toplocatie langs de A7 bedrijven neer te zetten.
Een pingo is een grote waterbel die in de IJstijd vanuit de permafrost opborrelde. Er ontstonden puisten in het landschap van soms wel negentig meter hoog, die wild en rondtrekkende bevolking aantrok. Toen het klimaat veranderde, smolt het land dat nu Smallingerland heet tot een toendra, van de pingo bleef een rond meer over, er kwam bebossing, dat in weer later eeuwen overging in veenlandschap. Tot in onze tijd werd het land gecultiveerd, na de ruilverkaveling Koningsdiep in de jaren zestig werd het vlak boerenland. De toenmalige boer, inmiddels verhuisd naar Makkinga, wist wel dat er een ronde natte plek in zijn land zat, maar van pingo’s had hij nooit gehoord.
Dat daar ooit een pingo geweest moet zijn, bleek uit het verplichte archeologische onderzoek dat vóór het bebouwen van Azeven Noord plaatsvond. Provinciaal archeoloog Gilles de Langen is enthousiast over de uniciteit van deze pingo-ruďne: ,,Het bijzondere hier is dat de oude veenlagen op de bodem van het meertje bewaard zijn gebleven. Andere pingoruďnes zijn gewoon uitgegraven, maar in die veenlaag bevindt zich juist de archeologische informatie.”
De Langen verhaalt van ,,indirecte sporen van menselijke aanwezigheid” in het veen. Dus niet de bekende archeologische artefacten als vuistbijlen en scherven, maar stuifmeel en zaden die in die veenlaag bewaard zijn gebleven. ,,Die vertellen het verhaal van het proces van toendra-bebossing-ontbossing-vervening.”
Ook nieuw bij de drie Smallingerlander pingo-ruďnes is de combinatie van archeologisch en natuurbeheer. Directeur Ultsje Hosper van It Fryske Gea zegt ,,zeer ingenomen” te zijn met het beheer over dit gebiedje, en over de welwillendheid van de gemeente. It Gea had gevraagd het bosje middenin Azeven Noord te mogen beheren, omdat daar de zeldzame bospaardenstaart groeit. ,,En we kregen er drie pingo-ruďnes bij. Hier is een gemeente die méér voorstelt dan wij vragen!”
Wethouder Veenstra (CDA, Cultuur) weet dit plekje dan ook op waarde te schatten. ,,We staan aan de rand van een schatkamer. Dat de gemeente met de uitgifte van bouwkavels inkomsten heeft gedorven doet in zo’n geval niet ter zake.”

Vertel een vriend | Reageer op dit artikel | Aantal reacties 0


Reacties:

regio
Familieberichten
Advertenties