De website frieschdagblad.nl maakt gebruik van cookies.
maandag 22 mei

Geloof & Kerkvrijdag, 22 februari 2008

Joop Gankema over de kritiek op liedbundel Opwekking
‘Schrappen in Opwekkingsbundel kan niet’

De liedbundel Opwekking, het ‘psalmenboek’ van evangelisch Nederland, staat ter discussie. Hij zou tekstueel te eenzijdig en te ik-gericht zijn, en bovendien theologisch rammelen. Vandaag reageert directeur Joop Gankema van de Stichting Opwekking, uitgever van de bundel, op de artikelen die hierover de afgelopen weken in het Friesch Dagblad zijn verschenen.

JOOP GANKEMA
Als uitgever hebben wij ons lange tijd buiten de discussie gehouden die gaat over de geestelijke inhoud van de Opwekkingsliederen. De felheid van de discussie en de hoog oplopende emoties hebben ons vooral verbaasd. En misschien is dat ook wel de reden dat we zo lang hebben gezwegen. Kritiek is een prachtig instrument om - waar dat nodig is - correctie aan te brengen. Maar als vanuit diverse kerkelijke richtingen wordt gedaan alsof de Opwekkingsliederen een soort geestelijke milieuvervuiling veroorzaken, is er volgens mij een grens overschreden.
Uitzondering vormt het commentaar van theoloog en kerkmusicus Kees van Setten in deze krant. Ik kan zijn opmerkingen voor 80 procent onderschrijven. En dat komt misschien ook omdat hij nauw betrokken was bij het opstellen van de criteria voor de selectie van de Opwekkingsliederen.
Vanwege alle commotie heb ik de behoefte om nader uitleg te geven over het ontstaan van de Opwekkingsbundel en de jaarlijkse uitbreiding. Allereerst de opmerking dat het een doorgaand proces is, dat nauw verband houdt met de ontwikkeling van de kerk in Nederland en in andere landen. Dat bepaalt tegelijk het unieke karakter van de bundel.
De eerste liederen werden gekozen in het kader van de grote evangelisatiecampagnes uit de jaren zestig, waar tienduizenden mensen op afkwamen. Bijvoorbeeld de One Way Days, bij de oudere evangelische christenen nog steeds een begrip. Er was in die tijd behoefte aan eenvoudige, makkelijk in het gehoor liggende koortjes. Wiesje Hijink zocht ze bij elkaar en maakte in die jaren de eerste selecties Opwekkingsliederen. Het waren vooral blije, getuigende liederen; in zeker opzicht ook een tegenreactie op de God-is-dood-theorie van wetenschappers, sommige theologen en de media in die tijd.
Na enkele jaren groeide de verzameling liederen uit tot een bescheiden bundel, naast de in die tijd nog veel gebruikte bundels Glorieklokken en Johannes de Heer. De bundel Opwekkingsliederen was een welkome aanvulling op de bestaande liederenschat, niets meer en niets minder.

Broedkamer

Vooral de jaarlijkse pinksterconferentie van de Stichting Opwekking werd de broedkamer voor nieuwe liederen. Elk jaar vond van daaruit een aantal nieuwe liederen zijn weg naar de zondagse eredienst, kringen en conferenties. Het taalgebruik en de muziek sloten goed aan bij de belevingswereld van veel mensen in diverse kerken en gemeenten. Dat de bundel in bepaalde kringen steeds meer de oudere liederen verdrong, baarde niet alleen theologen en tekstdichters zorgen, maar ook ons. Als Opwekking wilden we immers niets anders bieden dan een aanvulling. Om de verschraling tegen te gaan hebben we in de afgelopen tien jaar ook nummers overgenomen uit andere liedbundels, vooral om mensen bewust te maken van de rijkdom van de oude liederenschat. In verschillende publicaties hebben we dat ook uitgelegd en beargumenteerd, maar kennelijk hebben de huidige critici dit over het hoofd gezien.
Omdat het kennelijk moeilijk is in één samenkomst of eredienst de juiste geestelijke balans te vinden, hebben we een aantal selectiecriteria opgesteld voor iedere uitbreiding. Zo hopen we dat de bundel een steeds ruimere keuze biedt voor alle tijden en gelegenheden. Zoals ik in het begin al aangaf: de bundel groeit en bevindt zich voortdurend in ontwikkeling. En groei kost nu eenmaal tijd. Of we er tot nu toe in zijn geslaagd of op de goede weg zijn laat ik liever over aan het oordeel van de gebruikers. Natuurlijk zijn er, met name in die begintijd, liederen geschreven die in de ogen van theologen wat oppervlakkig zijn, maar dat neemt niet weg dat ze voor veel mensen een zegen zijn geweest.
Die constatering achteraf is overigens geen reden om deze liederen niet kritisch te bekijken. Wij hebben als selectiecomité zelfs overwogen om sommige liederen in nieuwe uitgaven weg te laten. Maar naast een aantal praktische overwegingen bleek al snel dat de discussie die op gang kwam heel gevoelig lag. Het klinkt misschien vreemd, maar met bepaalde liederen die mij niet zoveel zeggen, hebben anderen een emotionele band.
Hieruit blijkt dat de Opwekkingsbundel niet zomaar een liedbundel is waarmee wij als uitgever kunnen doen wat we willen. Nee, het is het geestelijke erfgoed van een grote groep mensen geworden. Uit de reacties werd één ding duidelijk, schrappen was onbespreekbaar. Als er nu echt zwaarwegende theologische bezwaren waren geweest, dan hadden we niet geaarzeld, maar die waren er niet. Dat daar in bepaalde kerkelijke kringen anders over wordt gedacht realiseren wij ons heel goed. Maar dan komen we toch terug bij het feit dat de liedbundel van Opwekking niets meer of minder is dan een aanvulling op het brede aanbod van geestelijke liederen in Nederland.

Geen dictaat

Zoals ik al schreef: ik kan mij voor een groot deel vinden in de argumenten van Kees van Setten (‘Put uit de schat van liedculturen’, Friesch Dagblad, 19 februari). Wat er in gemeenten en kerken gezongen wordt komt niet voort uit een dictaat van Opwekking, maar uit de vrije wil van diegenen die verantwoordelijk zijn voor de invulling van de eredienst. Wij geven al jaren onderricht op kleine conferenties over het gebruik van muziek in de gemeente. Het gaat tijdens die conferenties niet alleen over de eigen bundel maar ook over andere prachtige initiatieven die er in dit land worden ontwikkeld. Wat opvalt is dat
gemeenteleiders, ondanks herhaalde verzoeken, nauwelijks gebruik maken van deze mogelijkheid
om met elkaar na te denken over het geestelijke lied. De klacht van veel muziekteams gaat dan ook over de eilandcultuur in veel kerken en gemeenten. Prediking en samenzang lijken twee verschillende werelden, en onafhankelijk van elkaar te functioneren. Gelukkig zijn er ook goede voorbeelden waar die harmonie wel bestaat, zoals in de Bethelgemeente in Drachten. Maar er is creativiteit en durf voor nodig om de bakens te verzetten.
Een deel van de kritiek komt volgens mij voort uit de onwil van veel voorgangers en kerkenraden om te veranderen. Zijn de traditionele kerken vergeten dat ze zijn ontstaan door mannen en vrouwen die de bakens wél durfden te verzetten? Maarten Luther herkende daarbij de kracht van muziek en gaf de kerk een schat aan wonderschone liederen die we tot op de dag van vandaag zingen. Hij was niet bang om gebruik te maken van de muziekcultuur van zijn tijd. En zie hoeveel zegen dit tot op de dag van vandaag brengt.
Het zou de geestelijke leiders van nu sieren om - net als Luther destijds - te luisteren naar de hedendaagse muziek en sommige stijlelementen daarvan te gebruiken voor het hogere doel. Zo kan Gods woord de moderne mens bereiken en innerlijk versterken. Dat is wat wij bij Opwekking proberen te doen. We maken gebruik van de moderne muziek, omdat het een taal is die mensen begrijpen. We doen dat vanuit het besef dat het een bijbelse opdracht is om de HERE een nieuw lied te zingen. Die opdracht geldt niet alleen voor ons, maar voor ieder kind van God.
Ik wil de critici in geen geval de mond te snoeren en blindelings doorgaan met wat we doen. We luisteren en proberen te achterhalen met welke intentie bepaalde dingen worden gezegd. Maar we hebben wel een opdracht, en God wil dat we trouw aan die opdracht blijven. We vragen niemand om alle Opwekkingsliederen te omarmen, maar zolang er broeders en zusters zijn die we op deze manier kunnen dienen met telkens weer nieuwe, zorgvuldig geselecteerde liederen, zullen we dat blijven doen.

Verhaal

Er is nog iets waarom we beter drie keer kunnen nadenken voordat we kritiek op elkaar uiten. Een aantal liederen uit de bundel van Opwekking vertelt een bijzonder verhaal. Ze zijn soms ontstaan vanuit een enorme nood of doordat de schrijver uitdrukking wilde geven aan zijn liefde en dankbaarheid tot God. Misschien schreven ze niet in de rijke taal van de Psalmen, maar het zijn wel teksten die spreken van een oprechte beleving van Gods aanwezigheid. Vooral de liederen met zo’n verhaal blijken mensen in een soortgelijke situatie enorm tot steun te zijn. Ook dat is een reden om gevoelig en zorgvuldig om te gaan met zowel oude als nieuwe liederen.
Ik besluit met mijn dankbaarheid uit te spreken voor het feit dat wij als organisatie zo’n cruciale rol mogen vervullen in de ontwikkeling van het geestelijke lied in Nederland. Dat beschouw ik als louter genade van de hemelse Vader. Ook ben ik dankbaar voor al die mensen die door het schrijven van liederen ons een kijkje gunnen in hun intieme omgang met God. Ik hoop en bid dat de liedbundel van Opwekking voor veel mensen een aanzet en inspiratie mag zijn om dicht bij God te komen. De rest is bijzaak.
Joop Gankema is directeur van de Stichting Opwekking, uitgever van de liederenbundel ‘Opwekking’.

Vertel een vriend | Reageer op dit artikel | Aantal reacties 0


Reacties:

Geloof & Kerk
Familieberichten
Advertenties