De website frieschdagblad.nl maakt gebruik van cookies.
maandag 22 mei

Geloof & Kerkdinsdag, 12 februari 2008

‘Put uit de schat van liedculturen’

Leeuwarden - De liedbundel Opwekking, het ‘psalmenboek’ van evangelisch Nederland, staat ter discussie. Hij zou tekstueel te eenzijdig en te ik-gericht zijn, en bovendien theologisch rammelen. Vandaag drs. Kees van Setten over de liedbundel. Hij pleit voor gelovige en muzikale creativiteit van hen die de diensten voorbereiden.

KEES VAN SETTEN
Zojuist uit de VS thuisgekomen na een lange nachtvlucht zit ik, wat slaperig, koud vijf minuten aan de koffietafel of de redactie van deze krant verzoekt mij te reageren op de recente discussie rondom opwekkingsliederen. Na een week lang in de inspirerende en muzikaal-liturgisch rijke omgeving van het Calvin Institute of Christian Worship in Grand Rapids verkeerd te hebben besefte ik onmiddellijk: ik ben weer terug in Nederland...
In het verleden heb ik mij in diverse publicaties uitgelaten over het opwekkingslied, altijd vanuit betrokkenheid met deze liedcultuur en de mensen erachter. Dat doet niets af van de kritiek, maar zet, hoop ik, wel de juiste toon ervoor. Iedereen kan constateren dat deze liedcultuur voor veel mensen een grote zegen is. De gangbare repliek dat het hier slechts om het banale kietelen van de emotie zou gaan zegt veel over de emoties - ik heb te vaak onredelijke agressie waargenomen - van hen die kennelijk niet banaal zijn.
Dat gezegd zijnde is er genoeg aan te merken op het opwekkingslied. Ik beperk me tot enkele essentiële punten. Het belangrijkste is de ijking aan de grondwet van het kerklied: de psalmen. Er zit behoorlijk wat frictie tussen deze twee. De in de opwekkingsbundel opgenomen psalmen bestaan uit positief gekleurde fragmenten. Op zich kunnen dit goede liederen zijn, maar ze missen een aardedraad. In dit verband leidt de kennelijk gewenste schifting tussen ‘liederen die op God gericht zijn’ en ‘liederen die al te mensgericht zijn’ tot een uiterst merkwaardige discussie. Immers, in de psalmen komen beide kanten aan het woord. Het psalter staat bol van existentieel-menselijke beleving én het goddelijke gegenüber. Het is - Buberiaans gezegd - het boek van de Ontmoeting waar beide partijen elkaar vinden of soms niet.. Wat bijvoorbeeld te denken van psalm 95 en 89 die beginnen met uitbundige lofprijzing en overgaan in een tomeloze klacht?

Balans

In bijna alle psalmen is de lofprijzing ingekaderd in deze existentiële balans. Lofprijzings- en aanbiddingsliederen vormen het sterke punt van de evangelicals, zeker. Die kernkwaliteit wordt echter een valkuil (het ‘teveel’) wanneer men hiervan een exclusieve, al te ‘rozige’ spiritualiteit maakt. We hebben daarnaast immers behoefte aan liederen met heel andere inhouden: pastorale liederen, leerliederen (ps.77/78), klaagliederen (een groot deel van de psalmen!), boeteliederen, meditatieve liederen en nog veel meer.
Een ander belangrijk punt is het taalgebruik. Het bestuur van Opwekking zou er goed aan doen meer te investeren in talig talent (met de musici zit het wel snor): dichters en neerlandici. Het gaat daarbij niet om alledaagsheid versus verhevenheid, direct versus indirect taalgebruik. Dit zijn onnatuurlijke polarisaties: in de psalmen en het mens-zijn is plaats voor beide. Nee, het gaat om de kwaliteit van de tekst an sich en evenwichtige theologische ijking aan de bijbelse lijnen (dat is wat anders dan biblicistische fundering).
Met het muzikale idioom tenslotte is mijns inziens niet zoveel mis. De moderne (pop)muziek heeft in de twintigste eeuw haar sporen ruimschoots verdiend en er heeft binnen evangelikale kringen inmiddels de nodige professionalisering plaatsgevonden. Wat nog ontbreekt is een goede muzikaal-theologische opleiding op dit terrein en - met name binnen de Protestantse Kerk - een integrale visie die tevens rekening houdt met het feit dat de dienstdoende Leviet brood op de plank moet hebben.
Nu de andere boeg. Want laten we wel zijn, de discussie over dit onderwerp mag dan gewild zijn - vruchtbaar is ze nauwelijks meer. Niemand komt uit de loopgraven. Het oneigenlijke argument ‘God wil dit van ons’ blaast elke zinnige discussie op. Anderzijds, de kritiek van hymnoloog Jan Smelik is deskundig, maar voorspelbaar: men blijft het liefst bij de oude vertrouwde nestgeur en het eigen gelijk. Dezelfde kerk waarin diep gelovige en atheďstische dominees vrijelijk door elkaar heen wandelen is paradoxaal genoeg tevens het toneel van kerkmuzikale apartheidspolitiek. Ik stel voor aan dat laatste een einde te maken, al besef ik dat dit het nodige van iedereen vraagt. Er is een andere benadering mogelijk.

Andere benadering

In eerste instantie is het daarbij goed te beseffen dat Opwekking een stichting is. In het kielzog en ten dienste van de prediking heeft zij een complete liedcultuur ontwikkeld, die zij aan wie wil aanbiedt. Dat is eerder gebeurd: Charles Wesley schreef in een vergelijkbare context bijna 8000 (!) liederen. Opwekking is dus nog maar net begonnen. Trouwens, ook de bundels Zingend geloven en Tussentijds lijden aan het euvel ‘meer van hetzelfde’, nog afgezien van de gewoonte om op bestaande melodieën steeds weer nieuwe (verschillende) teksten te plakken. De vraag is echter of dit allemaal nu zo erg is. Waar komt die onbedwingbare neiging vandaan om aan liedbundels canonieke status toe te kennen, vaak meer nog dan aan de Schrift? Waarom schieten de emoties hierbij zulke lelijke kanten op? Waarom moet alles zo ongelooflijk serieus en ‘verantwoord’ worden uitgezift?
Zingen is het ademen van de gemeente. Daarom dient liedcultuur een zich steeds vernieuwend, dynamisch en vooral speels proces te zijn, niet een eindeloos uitgefilterd stolsel. Laat het aan het (geestelijke) leven over om deze culturen te kanaliseren. Immers, muzikaal gezien matige liedjes hebben in een bepaalde context soms een uiterst heilzame werking en hoogwaardige producten doen soms niets. Dat is geen argument tegen het streven naar kwaliteit, maar een pleidooi om het begrip kwaliteit ruimer te zien dan door de bril van de musicus die allergisch is voor parallellen. Waar zijn we bang voor? Wat goed is beklijft toch wel.

Niet creatief

Het eigenlijke probleem is dat wij niet creatief en emotioneel kunnen omgaan met verscheidenheid in muzikaal idioom en spiritualiteit. Er is een schat aan liedculturen en vormen waaruit geput kan worden. Veel vruchtbaarder dan een ‘canon’ ontwikkelen is het om voor elke zondag een aantal liederen uit verschillende tradities uit te zoeken om deze op goede wijze te integreren binnen het geheel van de liturgie. Dat is wat anders dan op één hoop gooien. Je maakt gebruik van de sterke punten van een lied, cultuur of instrument.
Het denken in termen van tegenstellingen is de dood in de pot. Vind je een lied in zichzelf wat zwak? Combineer het dan met een ander lied. Met andere woorden: plaats het in de goede context: soms worden ze dan heel sterk. Clusters van liederen hebben narratief-exegetische potentie. Bronnen genoeg: er zijn geneefse psalmen en 19e eeuwse hymnen, er zijn praise-and-worship songs en Taizé-liederen, er is Oomen en er zijn Bell (Iona) en Bach. Wat betreft de wereldmuziek: het zou verrijkend zijn als we wat meer deden met de in ons land vaak onbekende Aziatische, Afrikaanse en Zuid-Amerikaanse muziek.
Het orgel moet er zeker niet uit, maar de vleugel moet erin. Er mag percussie bij, gitaren en ook de prachtige cello is onvervangbaar nodig. We zingen alles met hoofd, hart én handen, maar soms zingen we ‘in’ en soms zingen we ‘uit’. In het ene geval een refrein-lied, dan weer een kort Kyrie, soms een hele psalm (wie doet dat nog?) en daarbij een antifoon. Een creatieve kerk en liturgie, niet alleen van de dominees, maar ook van de musici en dichters.
Ik leg het zwaartepunt dus niet bij (de selectie van) een liedbundel, maar bij de gelovige en muzikale creativiteit van hen die de diensten voorbereiden. Dat is een hele klus. Het pleidooi voor integratie van liedculturen vergt nog veel onderzoek, experiment en muzikaal-theologische doordenking. Ik heb inmiddels echter genoeg voorbeelden gezien dat het kan. De vraag is of we het - samen - willen. As it is in heaven...
Kees van Setten (1953) studeerde theologie in Utrecht. Hij houdt zich als theoloog en pianist/organist intensief bezig met muziek, liturgie en kerkelijke liedcultuur. Hij publiceert hierover, geeft workshops en componeert. Hij werkte onder meer mee aan de totstandkoming van de Evangelische Liedbundel en het project Psalmen voor nu en gaf samen met prof. dr. Kees van der Kooi de cursus Muziek- en Liedculturen aan de Vrije Universiteit.

Vertel een vriend | Reageer op dit artikel | Aantal reacties 2


Reacties:

Van Setten heeft mooie gedachten, ook in dit artikel. Heel goed en navolgenswaardig vind ik dat hij zo liturgisch blijft denken en feeling heeft voor het juiste lied op de juiste plek in de dienst. En dat elk lied(genre)daarin ook weer zijn eigen kernkwaliteiten heeft. Verder houdt Van Setten het breed, zodat hij wat wegkomt bij de controverse 'klassiek kerklied' - 'Opwekkingslied'.

Wat Opwekking betreft: verzorgde taal en consistent beeldgebruik, dat is het minimum wat de makers en samenstellers van deze liederen zich zouden moeten opleggen. De vertaalde liederen vind ik daarin doorgaan het zwakst. Ik neem ondanks dat aan dat ze in de kernredactie bij St.
Opwekking toch een Neerlandicus zullen hebben zitten.

Aan de andere kant: zo dichterlijk als Willem Barnard zijn liederen schreef hoeft het ook niet (hoe mooi ik dat vaak ook vind).

De ontwikkelingen gaan snel - ook in kerken van gereformeerde snit. Een dienst zonder ergens een opwekkingslied kan ik me niet zo goed meer voorstellen.

Tenslotte n.a.v. Van Setten. Van mij mag er een site komen waar (veel) voorbeelden te vinden zijn van zulke mix-tritsen. Van zijn hand en van die van anderen. Er gebeurt veel. En laat het maar open zijn voor discussie.

Freddy Gerkema, Amersfoort

Freddy Gerkema, Amersfoort - maandag, 31 maart 2008


Mooi om te lezen! Zowel de misschien kritische kant die bij opwekkingsliederen geplaatst kan worden onder meer misschien gebrek aan balans naar alle aspecten van het leven, niet alleen aanbidden van God...als ook de positieve kant. Want wat is het eigenlijk toch prachtig dat we zoveel liederen en zoveel stijlen hebben. Er zou voor iedereen een lied kunnen zijn, waarmee hij/zij God kan prijzen, bevragen, danken. Maar ook daar zelf van kan leren en door bemoedigd en 'opgewekt' worden. God wil ons zoveel meer geven en wat niet te zeggen is in een gesprek is dan soms met muziek of ook met de tekst van een lied, wel te verwoorden. God denkt minder in vakjes dan wij en zal niet kijken uit welk liedboekje je lied tot Hem komt. Daarom leuk artikel om te lezen. En als mede samensteller van de liturgie in onze gemeente, neem ik deze taak serieus maar geloof ook dat God daar leiding in geeft en doorwerkt, of ik nu het 'goede' lied kies of niet... vriendelijke groet Dorinda de Jong ps ga vooral door met maken van nog meer leideren!

Dorinda, Vleuten - vrijdag, 22 februari 2008


Geloof & Kerk
Familieberichten
Advertenties