dinsdag 9 februari

Hoofdartikelzaterdag, 22 december 2007
De SGP, grondrechten
De ene rechterlijke uitspraak over de SGP volgt op de andere. Zo kwam het Hof in Den Haag deze week met een uitspraak in een hoger beroep dat was aangespannen door het Clara Wichmannfonds. Onlangs kwam de Raad van State nog met een uitspraak en minister Ter Horst heeft al bekendgemaakt in cassatie te gaan tegen de uitspraak van het Hof.
In deze rechtszaken draait het steeds om het standpunt van de SGP ten aanzien van vrouwen en de handelwijze van de staat. Populair gezegd gaat het er om of de SGP als politieke partij wel als zodanig mag functioneren zolang de partij volhoudt dat de vrouw niet mag regeren. En dat er dus geen vrouw op de lijst voor gemeenteraadsverkiezingen, provinciale verkiezingen of Kamerverkiezingen kan staan. Want het SGP-standpunt ten opzichte van de vrouw zou tegen het anti-discriminatiebeginsel zijn.
Het gaat dus om twee dingen: de rol van de staat ten opzichte van de SGP en om de SGP zelf. Eerder ging het om de vraag of de staat wel subsidie mag verlenen aan de SGP, gelet op de standpunten van de partij ten aanzien van vrouwen. De Raad van State gaf onlangs aan dat het oordeel van de rechter dat er een subsidiestop moest komen niet juist is.
De uitspraak van het Hof van deze week is om diverse redenen interessant. Met name omdat het Hof in Den Haag tot een afweging komt van grondrechten. Grondrechten zijn rechten van individuele burgers tegenover de staat en (in mindere mate) tegenover elkaar. Deze zijn opgenomen in de grondwet en in internationale verdragen aangaande mensenrechten en/of fundamentele vrijheden.
De grondrechten van godsdienstvrijheid, vrijheid van vereniging en vrijheid van meningsuiting zijn door het Hof afgewogen tegenover het recht op gelijke behandeling, ook een grondrecht. Zo’n afweging vindt vaker plaats. Er is al decennia discussie over hoe zo’n belangenafweging moet plaatsvinden, bijvoorbeeld of er een grondrecht is dat boven het andere staat en dus ‘voorrang’ heeft. Onder de voorstanders van zo’n rangorde bevinden zich velen die aan het recht op gelijke behandeling voorrang willen geven.
In feite is dat ook gebeurd in de uitspraak van het Hof. Dat heeft gekeken naar diverse grondrechten, hun onderlinge verhouding en de opvattingen van de SGP. Daarbij is het Hof tot de conclusie gekomen dat de staat maatregelen moet nemen die ertoe leiden dat vrouwen op de lijst van de SGP moeten kunnen komen (passief kiesrecht). Dat is nu niet het geval en dat is een schending van het essentiële grondrecht van het verbod op discriminatie van in dit geval vrouwen. Die schending weegt zwaarder dan de aantasting van onder meer de vrijheid van godsdienst.
Het Hof is van mening dat het verbieden van het vrouwenstandpunt van de SGP niet de kern raakt van de godsdienstvrijheid. Die houdt het recht in van eenieder om zijn godsdienst vrij te belijden door de eredienst, door het onderwijzen ervan, door de praktische toepassing ervan en door het onderhouden van de geboden en voorschriften. Maar onder ‘praktische toepassing’ valt niet elke daad die door een godsdienstige overtuiging is ingegeven. Bijvoorbeeld het vrouwenstandpunt. Dit kan, volgens het Hof, niet worden beschouwd als rechtstreekse uitdrukking van de godsdienstige overtuiging. Het valt ook niet in te zien dat de leden van de SGP op welke wijze dan ook belemmerd worden in het belijden van hun geloof als de partij wordt gedwongen vrouwen verkiesbaar te stellen. Aldus het Hof.
en geloof als privé-zaak
De opvatting van het Hof over vrijheid van godsdienst is bijzonder. Voor SGP’ers is het vrouwenstandpunt wel degelijk een rechtstreekse uitdrukking van de godsdienstige overtuiging. De opvattingen van de SGP over de overheid maken onlosmakelijk deel uit van een overtuiging van godsdienstige aard. Dat het Hof deze relatie niet ziet, is veelzeggend. Heeft het Hof onvoldoende kennis van de theologie van de SGP? Of speelt er iets anders, namelijk een erg beperkte visie op godsdienst en haar uitwerking in het handelen?
Dat laatste past in opvattingen zoals die in ‘verlichte’ kringen wordt gevonden, namelijk dat godsdienst een privé-zaak is. Geloven is best, hoewel dom, maar geloof vooral in de kerk of thuis, en laat er niets van merken in het publieke domein. De interpretatie van godsdienstvrijheid door het Hof reikt zo bezien veel verder dan de kwestie van de SGP.

Fertel in freon | Reageer op dit artikel | Aantal reacties 0


Reacties:


hoofdartikel
Advertenties
warmtepompen