De website frieschdagblad.nl maakt gebruik van cookies.
zaterdag 18 november

Geloof & Kerkzaterdag, 16 juni 2007

Pastoor Van Ulden veertig jaar priester

Sneek - Vreugde hebben in de dagelijkse gang van het leven. Het is kernmerkend voor pastoor Leo van Ulden ofm die dit weekeinde in de St. Martinuskerk in Sneek zijn veertigjarig priesterschap viert. Hij geniet nog volop van zijn ambt, maar maakt zich wel zorgen om ,,het stille afglijden”. ,,De kerk wordt steeds meer een plek waar je iets aardigs kunt halen.”

HANNEKE GOUDAPPEL
,,Veertig jaar bij dezelfde Baas komt niet veel meer voor”, lacht pastoor Van Ulden. ,,Wanneer ze vroeger tegen me zeiden: ‘geniet er maar van, het is zó voorbij’, dacht ik: dat is oudewijvenpraat. Maar het is echt zo. Het gaat heel snel. Je verveelt je blijkbaar niet. Als ik leeftijdsgenoten hoor zeggen: ‘ik moet nog drie jaar’, denk ik: ‘wat is er met jou aan de hand?’’
Specifieke hoogtepunten in de veertig jaar kan Van Ulden niet aanwijzen. ,,Ik ben altijd een man van het kerkelijk jaar geweest. Ik ben dol op de hoogfeesten, maar ik ben ook een man van de dagelijkse gang van zaken. Dat heb ik overgehouden uit mijn kloostertijd”, aldus de Friesch Dagblad-columnist.

Verplichtingscultuur

Na zijn gymnasium aan het internaat der Minderbroeders in Venray deed Van Ulden intrede in de Orde der Minderbroeders (1960). ,,Monniken worden vaak beklaagd, omdat ze ‘opgesloten zitten en ingewikkelde dingen moeten lezen’, maar het zogenaamde vrije leven is ook een dodelijke verplichtingscultuur. Als ik mensen hoor klagen over al hun zondagsverplichtingen, denk ik wel eens: ik geloof dat ik een vrijer leven heb.”
,,De kloosterling vindt z’n vreugde in de dagelijkse tred. Het Evangelie zegt dat je op déze dag moet leven, gelukkig moet zijn. Wij hebben de neiging om de week in blokken te gaan snijden. Van maandag tot met vrijdagmiddag moet je werken - in een pezend tempo - en in het weekend moet je léven, en ook al in een moordend tempo.”
Je moet echter je vreugde vinden in de dagelijkse gang van zaken, vindt Van Ulden. ,,Als mensen tegen mij zeggen dat ik er nodig eens tussenuit moet, zeg ik ze dat het hoog tijd is dat ze er eens ‘in’ gaan. Ik heb het gevoel dat iedereen de vreugde in de dágelijkse gang ontvlucht.”
Hoofdmoot tijdens de afgelopen veertig jaar is voor pastoor Van Ulden ,,het vieren van de aanwezigheid van de Heer, hier in deze stad”. ,,Hij bestaat, en Hij bestaat voor deze stad. Hij laat mensen rondgaan met zijn woord, sacrament en troost.”

Huiskamer

,,Tussen alle aanbod van eten en drinken, textiel, juwelen, enzovoorts staat een open kerk, als de huiskamer van God. Uitdrukkelijk staat er bij de ingang geen juffrouw, klinkt er geen muziek. Je loopt er maar in, je loopt er maar uit, wat voor levensbeschouwing je ook hebt - om er God te ontmoeten.”
Het belangrijkste ‘monument’ van de Sint Martinuskerk van Sneek noemt Van Ulden het bord bij de ingang met gebedsbriefjes. ‘De St. Martinuskerk bidt met u mee’, staat erboven. Het hangt boordevol met briefjes. ‘Ik bid U om een zegen voor mijzelf en anderen te mogen zijn zonder eigenbelang’, is één van de gebeden. En: ‘Lieve God, bedankt voor al het geluk dat u ons schenkt’. Zelfs in verschillende andere talen hangen er briefjes. ,,In 2000 plaatsten we dit bord, we schrokken er gewoon van hoeveel hier gebruik van werd gemaakt. Blijkbaar is het vertrouwen van mensen groot dat het oog van God erover gaat en dat hun vreugde en klacht dan bij Hem bekend is.”

Consumptiecultuur

Pastoor Van Ulden heeft zorgen over de huidige consumptiecultuur, die ook de kerk binnenkomt. ,,Mensen hebben zich op het consumeren gezet. Consumptie in plaats van religie, zo kun je het rustig stellen.” Van Ulden bestempelt het als ,,het stille afglijden” dat ook de kerk steeds meer een plek wordt ,,waar je iets aardigs kunt halen”. ,,Je hoort steeds meer klinken in kerken: ‘wat fijn dat u gekomen bent. We hopen dat u een fijne dienst hebt!’ Maar als dát je instelling is, moet de aartsvader Mozes opboksen tegen Laurel & Hardy. En dat verliest hij. Het put de predikant en priester ook uit. Zij moeten jaar in jaar uit zestig dagen per jaar onderhoudend zijn, geestig, actueel en vernieuwend.”
Van Ulden pleit voor een ,,herbronning”. Vroeger leefde het idee dat je iets kwam bréngen als je naar de kerk ging. Je bracht een offer door daar te zíjn, je bracht God je lof en dank. Vandaag de dag moet er een feel good liturgie zijn, want: ‘Ik wil getroost en gesterkt naar huis gaan’. Iets offeren lijkt niet meer van deze tijd. Vandaar dat het huwelijk en het celibaat ook niet populair meer zijn. Als de consumptie van het huwelijk tegenvalt, dan ga je gewoon uit elkaar. Terwijl het huwelijk in de eerste plaats iets is, dat om een offer vraagt.”
,,God vroeg het al van Abraham: kom eerst iets brengen. Ook Jezus kwam iets bréngen, zonder dat Hij zich afvroeg of het wel consumptief bevredigde. Het is de boodschap die door iedereen gevreesd wordt: gij zult uzelf geven. Toch zegt Jezus het: ‘Wie zijn leven verliest omwille van mij en het Evangelie, zal het behouden.’ Franciscus van Assisi heeft het over ‘je leven teruggeven aan God’. Daar word je gelukkiger van. Het is zaliger te geven dan te ontvangen, zegt Jezus.”

Geestelijke crisis

De Sneker pastoor zoekt de oorsprong van de consumptiemaatschappij in de oorlogsjaren tussen 1914 en 1945 die ,,een geestelijke crisis hebben veroorzaakt”. ,,Die jaren hebben een verwoesting aangebracht in alles wat mensen hoopten en geloofden. We zijn er als cynische mensen uitgekomen. Ik heb het idee dat na 1945 iedereen ‘uitgeofferd’ was. Een houding ontstond van ‘laat me houden wat ik heb’, van consumeren.”
,,Als het offer vertrokken is, en het ritme van de zeven dagen ontluisterd is, zit je als kerk in een vreemde hoek. Het gevolg is dan dat er geen grote menigte in je kerk zit, maar wat verdwaalde hoofden. We roepen altijd ‘geloven is iets persoonlijks’. Maar natuurlijk is dat niet zo. Dan zou het niets uitmaken of je naar een kerk gaat met slechts een paar mensen, of naar een bomvolle kerk. Ook het gebrachte offer van de aanwezigheid is van belang.”
,,Ook voor de kerk van vandaag zit er niks anders op dan het offer van Christus te prediken, in de hoop dat onder de mensen een of ander gestorven zintuig wakker wordt”, stelt de pastoor.
Van Ulden bespeurt ook lichtpunten in deze tijd. ,,Onder jongeren zie je beweging. Je merkt het aan de grote toestroom op evenementen als de EO-Jongerendag en de Katholieke Jongerendagen. Het is als het nieuwsgierige kind dat in de kast van opa kijkt, en vraagt naar wat opgeborgen ligt uit vroeger tijden. Je merkt onder jonge mensen ook een houding van ‘dat waterige gezwets (uit de jaren zeventig) zijn we zat, we káppen met geloven, of we doen het wél, maar dan ook behóórlijk’. ”
Ook de processie die afgelopen zondag in Dokkum is gehouden, ervoer Van Ulden als een lichtpunt. ,,Dat was iets wat je sinds de jaren zeventig niet had kunnen bedenken, wat ik al afgeschreven had.”
,,Je moet het niet kwantitatief zien”, relativeert Van Ulden. ,,En het betekent ook niet een herhaling van oude tijden. We komen vooral opnieuw op het spoor dat geloven net zo min privé is als dat je overtuigd bent van het socialisme, of van de vredesbeweging.”

De straat op

Om mensen vandaag de dag te bereiken moet de kerkgemeenschap naar buiten treden, stelt de pastoor. ,,Het vraagt om goed opletten op je optreden. Daar kun je wat aan doen.” Twee dingen zijn volgens hem belangrijk. Naast kwaliteit óók de straat op. ,,Je moet je kop open doen als kerk! Jezelf eens laten zien. Ik denk dat als Jezus had gezegd: ‘ik heb een boodschap en als je geïnteresseerd bent, kom maar eens langs’, dat iedereen hem al lang vergeten zou zijn. En kijk naar de apostel Paulus. Hij loopt een stad in, wordt er twee dagen later uitgeschopt, maar in de heel de stad wordt wel over Jezus gesproken.”

Vertel een vriend | Reageer op dit artikel | Aantal reacties 0


Reacties:

Geloof & Kerk
Familieberichten
Advertenties